Het Cultuurcentrum Mechelen bevindt zich op de plaats van het voormalige Minderbroederklooster. Hiervan bestaat enkel nog de kerk. Gebouwen waaronder de pandgang werden afgebroken voor de bouw van het cultuurcentrum. De laatmiddeleeuwse archeologische site heeft ook een groot aantal begravingen.
Late Middeleeuwen
Sinds 1231 was de kloosterorde van de Minderbroeders aanwezig in Mechelen dankzij de stichting van het klooster door Wouter IV Berthout en zijn vrouw Aleidis van Edingen. De originele kloosterkerk was een simpele zaalkerk. Een nieuwe kerk werd in 1304 toegevoegd en een kapittelzaal in 1319. Het klooster werd in 1342 getroffen door brand. Herstellingen werden pas tussen 1497 en 1500 uitgevoerd. De minderbroeders hadden het recht om leken te begraven binnen hun domein. Dit resulteerde in de vondst van een groot grafveld dat in 2005 bij opgravingen werd aangesneden. Het betrof meer dan 200 skeletten begraven in de pandgang, binnentuin en aangrenzende vleugels. Ook in 1984 werden er verschillende graven ontdekt.
Nieuwe Tijd
Het klooster werd zwaar getroffen tijdens de Beeldenstorm op 23 augustus 1566. Ook de Spaanse Furie had een impact. Het was echter de Engelse Furie van 9 april 1580 die het klooster de zwaarste klap toedeelde. Pas in 1610 zou het klooster een nieuwe start maken met de wijding van een nieuwe kerk. Deze werd behouden tot vandaag de dag, met uitzondering van de hogere optrekking van de zuidelijke en noordelijke zijbeuk in 1700 en 1728 respectievelijk. Als ook de toevoeging van schijngewelven boven de middenbeuk en het koor in 1734. In 1750 werd de Portiunculakapel tegen de koorapsis heropgebouwd.
Nieuwste Tijd
De Franse Revolutie betekende het einde van de orde. De broeders werden weggejaagd en de Portiunculakapel werd gesloopt De kerk werd omgevormd tot ruiterijkazerne en hooimagazijn. De naam hooimagazijn bleef voor veel Mechelaars tot in de 20e eeuw hangen. Met de bouw van het Cultuurcentrum A. Spinoy en de Academie voor Beeldende Kunsten, verdwenen in 1955 de laatste kloostergebouwen, uitgezonderd de kerk.
Bron: Kinnaer F., R. Ribbens, B. Robberechts en L. Troubleyn 2005: Stedelijke Dienst Archeologie. Jaarverslag 2005, Handelingen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, deel CIX, aflevering 1, p. 323-332. Literatuur ()
C.K.:Kinnaer:2005aa
Beschrijving: Massieve muren in witte zandsteen, zeer diep gefundeerd. Verwerkt in het 14e-eeuws gebouw zitten gebeeldhouwde architectuurfragmenten in Romaanse stijl uit Doornikse kalksteen. Datering eerste helft 13e eeuw. Mogelijk is dit van de eerste fase van het kloostercomplex of zelfs van gebouwen voor de komst van de Minderbroeders. In dat geval zou het van het kapittel van Sint-Rombout geweest kunnen zijn.
Bron: Sevenants W. 1987: Een archeologische inventaris van de kaarten N.G.I. 23/3-4, 23/7-8 en 31/3-4. Nota's ten behoeve van een streekbeschrijving (lic.thesis), p. 216-217. Literatuur ()
Bron: Robberechts B. e.a. 2012: Een kwestie van voortschrijdend inzicht. Archeologisch onderzoek aan de Minderbroedersgang, in: Het archeologisch onderzoek van het Minderbroedersklooster 2011-2012, Nieuwsbrief Stad Mechelen dienst Archeologie 19, p. 2-4. Literatuur ()
Bron: Robberechts B. e.a. 2012: Een kwestie van voortschrijdend inzicht. Archeologisch onderzoek aan de Minderbroedersgang, in: Het archeologisch onderzoek van het Minderbroedersklooster 2011-2012, Nieuwsbrief Stad Mechelen dienst Archeologie 19, p. 2-4. Literatuur ()
Bron: Kinnaer F., R. Ribbens, B. Robberechts en L. Troubleyn 2005: Stedelijke Dienst Archeologie. Jaarverslag 2005, Handelingen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, deel CIX, aflevering 1, p. 323-332. Literatuur ()
C.K.:Kinnaer:2005aa
Beschrijving: -Bij opgravingen in 2005 werden meer dan 200 skeletten gevonden, begraven in de pandgang, binnentuin en aangrenzende vleugels. Ook in 1984 werden er verschillende graven ontdekt. Datering 14e eeuw. -Een aantal grafresten kunnen met de zandstenen muren geassocieerd worden. Ook het grafmonument van, naar alle waarschijnlijkheid, Wouter VI Berthout dateert uit deze periode. Datering eerste helft 13de eeuw
Bron: De Cock S. 1990: Onderzoek in de Mechelse binnenstad (Antw.), Archaeologia Mediaevalis 13, p. 52. Literatuur ()
C.K.:DeCock:1990a
Bron: Swinnen M. 1990: Archeologisch onderzoek Portiuncula-kapel, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 93, p. 353-355. Literatuur ()
Bron: Swinnen M. 1985: Archeologisch onderzoek Mionderbroederskerk Mechelen (MVA 1984), Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 88 (1984), 292-293. Literatuur ()
Bron: Swinnen M. 1986: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het Mechelse. II Archeologisch onderzoek Minderbroederskerk Mechelen (MVA 1985), Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 89 (1985), 287-290. Literatuur ()
Bron: Swinnen M. 1988: Stadsarcheologie in Mechelen (Antw.), Archaeologia Mediaevalis 11, p. 68-69. Literatuur ()
C.K.:Swinnen:1988a
Bron: Swinnen M. 1988: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het Mechelse. II Stadskernonderzoek in Mechelen (MVA 1987), Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 91 (1987), 237-241. Literatuur ()
Bron: Swinnen M. 1987: Stadskernonderzoek in Mechelen (1986), Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 90/1, p.263. Literatuur ()
C.K.:Swinnen:1987ab
Beschrijving: Minderbroederskerk en Portiunculakapel die aan het koor van de voormalige Minderbroederskerk werd toegevoegd. Gebouwd tussen 1603 en 1610.