is deel van de aanduiding als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 12597
Deze aanduiding is geldig sinds
Tussen 28 februari en 22 april 2011 werd door aDeDe bvba een vlakdekkend archeologisch onderzoek uitgevoerd langs de Polenstraat in Sleidinge (deelgemeente van Evergem). Dit onderzoek kaderde in het plan voor de verkaveling van het gebied tot een sociale woonwijk.
Het eerdere proefsleuvenonderzoek bracht de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting aan het licht, waarna overgegaan werd tot een vlakdekkende opgraving.
Bij het onderzoek werd over een oppervlakte van 0,84 hectare de Romeinse nederzetting verder onderzocht. Het gaat om een landelijke nederzetting uit de 1ste tot de 3de eeuw na Chr., waarvan ten minste 11 structuren afgelijnd zijn en een aantal sporenclusters getuigen van drukke activiteiten op de nederzetting. De nederzetting was omgeven door een systeem van erfgreppels, waarbij de gebouwen in de hoeken van het enclos geclusterd zitten. De kern van de nederzetting bestaat uit een hoofdgebouw, dat in een tweede fase op dezelfde plaats herbouwd is. Dit hoofdgebouw was voorzien van een groot gebouw met een diepe potstal en een aantal bijgebouwen, waaronder drie vierkante spiekers. De nederzetting was voorzien van een waterput met een bewaarde constructie en ten minste twee waterkuilen.
Het aardewerk is voornamelijk handgevormd aardewerk, maar ook Noord‐Frans aardewerk, Low Lands Ware en terra sigillata maakten deel uit van het huishoudelijk vaatwerk. Verder werden enkele fragmenten van maalstenen en slecht bewaarde metalen voorwerpen aangetroffen.
Auteurs: De Smaele, Bart
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ADEDE bvba
Beschrijving:
3 perceelsgreppels en een kuil
Beschrijving:
enclos (greppelsysteem) waarbinnen een 11-tal structuren herkenbaar zijn
- In een eerste fase (eind 1ste eeuw-begin 2de eeuw) kunnen 4 structuren geplaatst worden, mogelijk van het type Alphen-Ekeren. Een waterkuil behoort ook tot deze fase.
- Fase 2 (2de helft 2de eeuw- begin 3de eeuw): 3 gebouwstructuren (1 hoofdgebouw en 2 bijgebouwen, waarvan 1 potstal) en een waterput (fragment van Drag. 45 geeft terminus post quem na 170 n.Chr.). Mogelijk was het greppelsysteem toen niet meer volledig in gebruik.
De nederzetting was hoogstwaarschijnlijk gericht op het bedrijven van landbouw, wat blijkt uit de vondsten van wetstenen en maalstenen. Er werd een kleine symbolische depositie van maalstenen aangetroffen. Ook de potstal wijst op veeteelt.
Verder (niet duidelijk uit rapport tot welke fase deze behoren): 2 spiekers of kleine vierkante gebouwen, een vierkante structuur met een paalkuil in het midden, een structuur met 3 rijen palen en waarbinnen een afgerond rechthoekige kuil te zien was. De interpretatie van deze laatste structuur blijft onduidelijk.
Naast de structuren waren ook nog enkele sporenclusters (een 4-tal) en een waterkuil merkbaar (ook niet duidelijk uit rapportage waar deze chronologisch juist moeten geplaatst worden).
De opvulling in de grachten kan gedateerd worden aan het eind van de 1ste en het begin van de 2de eeuw.