is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 1410
Deze aanduiding is geldig sinds
Naar aanleiding van de geplande bouw van een ondergrondse parking werd een prospectie met ingreep in de bodem uitgevoerd. Dit proefputtenonderzoek (3) en boringen leverde onder meer sporen op van een 2de-3de-eeuwse stadswoning en 1ste-eeuwse greppels en kuilen.
In alle proefputten werd de bovenste 60 à 70 cm van het profiel ingenomen door de koffer van de huidige parking rustend op geotextiel. Hieronder bevond zich een pakket zwarte grond die naar onderen toe donkergrijs kleurde. Dit grondpakket, dat Middeleeuws tot Post-Middeleeuws van datering is, was in proefput 1, 150-160 cm en in proefputten 2 en 3 had het pakket een dikte tussen de 50-60 cm. Het pakket dekte in proefput 1 en 3, de 4de-eeuwse donker roodbruine laag en in proefput 2, de 2de en 3de-eeuwse sporen af.
Bij de aanleg van de derde proefput werd eveneens een fragment van een weliswaar sterk gepatineerde, grote (>7,5 cm), geretoucheerde kling aangetroffen.
In proefput 1 kwamen onder deze 4de-eeuwse laag een 1ste-eeuwse greppel, ONO‐WZW georiënteerd en minstens tot driemaal toe heraangelegd, en enkele kuilen aan het licht in de moederbodem, afgedekt door een dun lagenpakket en in sommige gevallen erin nagezakt. Dat de oudste fase van de greppel enige tijd opengelegen heeft, blijkt uit de aanwezigheid van meerdere inspoellaagjes. Mogelijk betreft het de noordelijke afwateringsgreppel van de ONO‐WZW georiënteerde kiezel die ter hoogte van de zuidelijke rand van het onderzoeksgebied gelegen zou zijn. Ten noorden van de greppel bevond zich een (paal)kuil met een wandfragment in sterk glanzende Terra Nigra, wat een pre-Flavische datering van het spoor aannemelijk maakt. Ook een zandlaag, nagezakt in een kuil, leverde verschillende fragmenten pre-Flavische Terra Nigra en Terra Rubra op. Eenzelfde datering geldt voor het aardewerk ingezameld bij de aanleg van het vlak. 2de-en 3de-eeuwse sporen lijken in deze proefput te ontbreken: mogelijk zijn deze afgegraven bij de bouw van de 4de-eeuwse muur.
In proefput 2 bevond zich onder het middeleeuwse lagenpakket een donkerbruine laag met afbraakpuin. Deze laag die op een diepte van ca. 1,50 m onder het maaiveld werd aangesneden en een aardewerkfragment uit de tweede helft 2de-eeuw - begin 3de-eeuw opleverde, dekte resten van een steenbouw af. In de noordoostelijke hoek van de proefput werd deze laag doorsneden/afgedekt door twee lagen (3de eeuw zie vondstmateriaal bij aanleg vlak). In de aangetroffen steenbouw, een stadswoning uit de 2de-3de eeuw, konden twee bouwfazen onderscheiden worden en de afbraak ervan dat blijkt uit een laag afbraakpuin die de steenbouw afdekte. De oudste fase bestond uit een L‐vormige muursokkel van ca. 32 cm breed met een kern uit steenfragmenten gevat in kalkmortel en twee paramenten uit min of meer regelmatig gekapte natuurstenen. Ten westen van deze muursokkel bevonden zich de resten van de (omgevallen) lemen wand met fragmenten pleisterwerk erin. Sommige fragmenten van dit pleisterwerk, dat zich in een zeer slechte toestand bevond, vertoonden fragmenten van beschildering. Deze muursokkel en omgevallen leemwand lijken in een latere fase te zijn afgedekt met een laagje zand en een mortelvloer. Tevens werd ten zuiden van de muur een nieuwe ruimte met een absidiale (?) wand gebouwd. Terwijl de binnenkant van de wand voorzien was van een regelmatig parament plaatselijk afgedekt met roze kalkmortel, was de buitenwand onafgewerkt en vermoedelijk niet zichtbaar. Mogelijk betreft het hier dan ook de aanzet van een verdiept vertrek (kelder, hypocaustum, badgebouw, ...). Ten oosten van deze gebouwresten bevond zich een donker bruingrijze laag met spikkels en fragmenten terra cotta, houtskool en pleisterwerk. De voormelde donker bruingrijze laag en lemen wand kunnen op basis van gerecupereerd vondstmateriaal in de 2de eeuw gedateerd worden.
In proefput 3, onder de 4de-eeuwse laag kwam een ca. 60 cm dik grijsbruin pakket aan het licht met een bijmenging bestaande uit spikkels houtskool, kalkmortel en terracotta‐fragmenten. Dit pakket, dat mogelijk als een egalisatielaag geïnterpreteerd kan worden, dekte in de zuidelijke zone van de proefput een vrij zuiver leempakket af. In de noordelijke zone dekte het grondpakket af dat qua kleur en samenstelling er niet veel van afweek. Doorheen het leempakket was een rechthoekige kalkkuil uitgegraven. Zowel het grijsbruin als het zuiver leempakket leverde aardewerk op dat in de Vroeg- en Midden-Romeinse periode gedateerd kan worden.
De 4de-eeuwse donkerbruine laag werd in proefput 3 op een diepte van 1,20 cm onder het maaiveld aangetroffen. Deze laag, die ca. 60 à 80 cm dik was, leverde tal van metalen vondsten op. Naast een fragment van een scharnierfibula, gordelbeslag, een hangertje en enkele nagels betreft het hoofdzakelijk laat‐Romeinse munten waarvan enkelen in een zeer goede staat.
Algemeen: een pakket zwarte grond naar onderen toe donkergrijs dat de oudere lagen afdekt.
Auteurs: Carlier, Eleonore; Cousserier, Katrien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
| Aantal | 1 st |