Een archeologische prospectie met ingreep in de bodem door middel van één proefput en boringen werd uitgevoerd als aanvulling op een voorafgaand geofysisch onderzoek dat heeft plaats gevonden op 11 maart 2013. Het onderzoek vindt plaats voorafgaand aan de realisatie van een Bed & Breakfast op deze locatie. Bij sonderingen werd op de locatie van de nieuwe kelder op een ondoordringbare laag gestoten. Vermoedelijk heeft men hier de Romeinse weg Bavai-Keulen geraakt waarvan verwacht wordt dat het tracé doorheen het plangebied loopt. Het is deze archeologisch relevante structuur die de rechtstreekse aanleiding vormt voor een archeologische toets van het terrein.
Bij de profielweerstandsmeting tijdens het geofysisch onderzoek werd een spoor van de Romeinse weg aangetroffen, waardoor de op te graven proefput bijgevolg op die locatie werd voorzien.
Onder de nagenoemde Middeleeuwse ‘zwarte laag’, op ongeveer 1,10 m beneden het maaiveld werd de verwachtte Romeinse weg aangesneden. Deze weg bestaat uit meerdere lagen en wordt geflankeerd door een gracht.
Het gaat om de weg Bavai-Keulen die ter hoogte van het plangebied noordoost-zuidwest georiënteerd is aangelegd. In totaal werden vier niveaus herkend in de stratigrafie. Het jongste pakket bestaat uit een donkerbruine laag met grote silexblokken over de volledige oppervlakte van de werkput. De gemiddelde dikte van deze laag bedraagt 60 cm. Daaronder komt een meer ingewikkelde stratigrafie aan het licht wanneer zowel een gracht als het weglichaam zich aftekenden in het profiel. Zowel in de gracht en haar vulling als in het weglichaam kan gelaagdheid opgetekend worden. Voor het weglichaam kunnen drie afzonderlijke niveaus onderscheiden worden. Onder het jongste donkerbruine niveau zit een bruinrode kiezellaag die rust op een grijsgele kiezellaag, die de gracht lijkt af te dekken. De grijsgele kiezellaag rust op haar beurt op een fundering van grote silexblokken. Onder de silexfundering zit een bruingele geroerde leemlaag waarna de bodem (onder het vlak, in de boring) overgaat in de natuurlijke C-horizont. Deze lagen worden geflankeerd door de afwateringsgracht of greppel.
In chronologische volgorde zijn bij het vooronderzoek volgende opeenvolgende fases aangetroffen: De oudste fase bestaat uit een aarden weg, eventueel geflankeerd door twee greppels (fase 1). Hierop werd een fundering aangebracht bestaande uit grote silexbrokken die een afwerking kreeg in de vorm van een grijsgele leem-kiezellaag (fase 2). In een volgende fase werd op deze kiezellaag een nieuwe kiezellaag aangebracht die een overwegend bruinrode kleur heeft. Tussen beide kiezellagen is geen nieuwesilexfundering gebruikt. (fase 3). De jongste fase overdekt de voorgaande fases en hun zuidelijke gracht (de andere is niet zichtbaar in de proefput). Of deze jongste fase ook geflankeerd wordt door grachten kan op basis van de resultaten van het vooronderzoek niet gesteld worden. De stenen fasen van de weg worden geplaatst in de Romeinse periode, maar er werden geen periode specifieke vondsten aangetroffen om een meer gedetailleerde datering van de verschillende fasen uit te werken. Uit vroegere aansnijdingen van de weg elders in de stad bleek dat deze rond het midden van de 1e-eeuw voor het eerst een stenen bekleding heeft gekregen bestaande uit een stevige fundering van naast elkaar gestapelde silexblokken met daarop een 30 cm dikke laag Maaslands grint. Deze aanpassing in het kader van belangrijke vernieuwingen onder keizer Claudius (41-54 v. Chr.) heeft zich vermoedelijk over het hele tracé voorgedaan. Dit komt overeen met voornoemde fase 3 aan de Koninksemsteenweg.
Enkele vondsten uit deze periode die gedaan werden, waren: bouwmateriaal (vnl. dakpannen); fragmenten/scherven aardewerk: geverfd (2e-3e eeuw), gladwandig-gesmookt (2e-3e eeuw), gladwandig, ruwwandig, amfoor, mortarium; dierlijk bot (slachtafval); bronzen naald met dun plaatje op einde en dun plaatje; natuursteen (uit onderzijde zwarte laag maar vermoedelijk uit kiezellaag Romeinse weg).
Onder de nagenoemde geroerde laag (nieuwste tijd) zit een donkerbruine laag van circa 60 cm dik die op verschillende plaatsen in Romeins Tongeren wordt teruggevonden als de "zwarte laag". Het is een middeleeuws egalisatiepakket dat de Romeinse resten afdekt en zo de omgeving weer bruikbaar maakt voor de volgende generaties. Zo is bijvoorbeeld op de Ferrariskaart zichtbaar dat het plangebied opnieuw open akkerland is geworden in de 18e-eeuw. In deze laag zijn verschillende aardewerkfragmenten aangetroffen die de interpretatie ervan ondersteunen. Dergelijke ‘zwarte lagen’ zijn geen geïsoleerd fenomeen, maar komen ook in andere steden voor, zoals bijvoorbeeld in Brussel en Antwerpen.
De volgende vondsten werden aangetroffen in de "zwarte laag": geglazuurd aardewerk (late ME-nieuwe tijd), steengoed (late ME-nieuwe tijd), dierlijk bot (slachtafval); gekleurd glas.
Meteen onder het maaiveld en onder de weggebroken betonplaat (onderzijde garage) zit een grijsgeel pakket geroerde grond voorzien van een grote hoeveelheid puin waaronder metaal, baksteen, tegels en dergelijke. Deze laag heeft een dikte van circa 50 cm en kan in verband gebracht worden met de bouw van de garage.
Auteurs: Carlier, Eleonore; Jansen, Isabelle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)