waarneming

Lanaken Veldwezelt Strodorp 25

archeologisch element
ID
208453
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/208453

Grondsporen

Datering: 19de eeuw
Typologie: waterputten
Materiaal: aardewerk, natuursteen, plantaardig materiaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De cirkelvormige waterput bevindt zich op 69,69 TAW en is opgebouwd met blokken Maastrichtersteen. De waterput meet aan de buitenzijde 170 cm en aan de
binnenzijde 130 cm. De gebruikte blokken Maastrichtersteen meten ca. 40 x 20 cm. De dikte is niet bepaald. Aan oostzijde was een deel van de beschoeiing vernield door de graafmachine. De grijsbruine lemige opvullingslaag van de schacht bevatte naast enkele baksteen-, dakpan- en mortelfragmenten ook enkele aardewerkscherven. De bovenste 10 cm van de waterput werd omgewoeld om toch enkele te kunnen recupereren. De aanlegkuil was duidelijk te herkennen en was opgevuld met een bijna zuivere leem.

Vier steengoedfragmenten werden gevonden. Ze omvatten twee bodemfragmenten van een zogenaamde Humpe, een cilindervormige drinkbeker, in grijs steengoed te dateren tussen 1600 en 1750, één wandfragment van een pot met bruine engobe in steengoed (waarschijnlijk Raeren) te dateren tussen 1500 en 1700 en een randfragment van een voorraadpot in steengoed met donkerbruine engobe te dateren tussen 1700 en 1900. Zes scherven industrieel wit aardewerk bestaan uit vier onversierde fragmenten
van twee borden, een oortje van een tas of een kannetje en een onbepaald bodemfragment met een stempel van Maastricht met het gebruikelijke leeuwtje en de tekst Société Céramique Maestricht, Made in Holland, te dateren tussen 1900 en 1957.

Er werd één grondmonster ingezameld. Dit grondmonster uit de bovenste vulling (10 cm) van de waterput is gecontroleerd op de aanwezigheid van zaden en vruchten. Er zijn relatief weinig botanische resten aangetroffen. De conditie van zaden is slecht tot matig en ze zijn niet verkoold.
Er zijn voornamelijk resten van onkruiden gevonden. De meeste, zoals melganzenvoet (Chenopodium album), stippelganzenvoet (Chenopodium ficifolium), kroontjeskruid (Euphorbia helioscopa) en tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus) hebben een voorkeur voor vochtige tot natte, voedselrijke recent omgewerkte grond en worden in archeologische context vaak gerelateerd aan het voorkomen van voedselrijke akkers en tuinen.
Zaden van grote brandnetel (Urtica dioica) wordt ook aangetroffen. Grote brandnetel heeft een voorkeur voor ruderale, door mens en dier verstoorde en door organisch materiaal aangerijkte plaatsen, zoals afval-, mest- en puinhopen maar kan ook in verwilderde tuinen massaal tevoorschijn komen. Ze komen ook vaak voor langs gebouwen en bij opslagplaatsen, waar ze vaak samen met vlier (Sambucus nigra), waarvan ook veel zaden zijn gevonden, voorkomen.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Lanaken Veldwezelt Strodorp 25 [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/208453 (Geraadpleegd op 01-03-2021)