waarneming

Krijgsbaan/R11 - Frans Beirenslaan

archeologisch element
ID
208886
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/208886

Juridische gevolgen

  • is deel van de aanduiding als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 14480
    Deze aanduiding is geldig sinds

  • is deel van de aanduiding als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 14929
    Deze aanduiding is geldig sinds

Beschrijving

Algemeen

Naar aanleiding van de ondertunneling van de R11 werd een archeologienota opgesteld. Na positieve resultaten mondde dit uit in een vlakdekkende opgraving.

Ijzertijd

Tijdens de oudste fase was er een erf aanwezig, bestaande uit twee hoofdgebouwen (mogelijk is 1 ervan een vroeg-Romeinse graansopslag), zeven vierpostenspiekers, vijf zespostenspiekers en een driepostspieker en afvalkuilen (met botmateriaal). Op basis van het vondstmateriaal en twee bijkomende 14C-dateringen werd een datering in de midden ijzertijd vooropgesteld (ca. 5de tot 4de eeuw v.C.). Een waterkuil en greppels, mogelijk restanten van een erfafbakening, werden aangetroffen. Ook werden verschillende kuilen geregistreerd die soms erg vondstrijk zijn.

Eén ervan is waterkuil S374. Omwille van de enorme hoeveelheid vondstmateriaal in deze context oordeelde het aangestelde studiebureau dat deze context niet binnen de voorwaarden en termijnen van het onderzoek kon worden uitgevoerd. Er ontstond een patstelling die enkele jaren duurde. Pas in 2019 kwam het dossier opnieuw in beweging. Uiteindelijk werd een strategie opgemaakt en werd overgegaan tot het eigenlijk onderzoek van deze waterkuil door een ander archeologisch bureau.

Aanvankelijk fungeerde deze context als een gewone waterkuil. Toen de kuil echter verzand raakte, besliste men om hem te dempen. Daarvoor gebruikte men niet gewoon grond, maar wel al hetgeen rondslingerde op het omliggende erf (of erven). Omdat de archeologen in 2019 de hele inhoud zorgvuldig uitzeefden, leverde dit een enorme hoeveelheid vondsten op. Op basis van deze vondsten, aangevuld met enkele 14C-analysen, werd de context in de 2e helft van de 2e eeuw en 1e helft van de 1e eeuw v.Chr. gedateerd.

De vondsten bestaan uit meer dan 47 000 objecten of fragmenten met een totaalgewicht van ruim 212 kg. Ongeveer de helft ervan bestaat uit aardewerk. Al het vaatwerk bleek gebruikt en was al gebroken toen het in de waterkuil terecht kwam. Botmateriaal vormde net geen kwart van het ensemble. Het dierlijk bot geeft blijk van een veestapel die bestond uit schaap/geit, rund, varken en paard. Op het erf liepen honden rond en in de omliggende natuur leefden onder meer edelhert, ree en vos. De materiële cultuur omvat voorts objecten uit natuursteen, metaal, glas en amber.

Andere vondstcategorieën bestaan uit een groot aantal ijzerslakken en vele scherven van zoutcontainers. Beide vertellen iets over de bewoners. Ze vormen een aanwijzing dat men hier ijzer produceerde en zout importeerde vanuit het kustgebied. Via het verhandelen van dit ijzer en het distribueren van zout in de regio verwierf men een surplus. Dit stelde de bewoners ongetwijfeld in staat goederen, zoals La Tène-armbanden, glazen en amberkralen en bronzen armbanden te verwerven. Bovendien suggereren de vondsten dat dit geen in zichzelf gekeerd erf was, maar dat de bewoners deel uitmaakten van een netwerk dat moeiteloos tot aan de Noordzee en tot ver in Noord-Europa reikte.

Auteurs: van der Velde, Henk; Cornelissen, Yasmine; Cousserier, Katrien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: VLAAMS ERFGOED CENTRUM bvba (VEC); Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Ijzertijdnederzetting

Datering: late ijzertijd (oosten), middenijzertijd
Typologie: afvalkuilen, gebouwplattegronden, kuilen, nederzettingen, paalkuilen, sieraden, spijkers (opslagplaatsen), vaatwerk, vierpostenspijkers, zespostenspijkers
Materiaal: aardewerk, bot (dierlijk), glas
Gebeurtenis:

Waterkuil S374

Datering: late ijzertijd (oosten), middenijzertijd
Typologie: armbanden, indicaties voor metaalbewerking, kralen, vaatwerk, waterkuilen
Materiaal: aardewerk, barnsteen, brons, glas, metaal, metaalslak, niet-verbrand bot (dierlijk)
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De metaalslakken zijn zonder twijfel afkomstig van ijzerproductie. Bij deze ijzerslakken kunnen we in eerste instantie een onderscheid maken tussen duidelijke smeedslakken, bestaande uit vrijwel volledige of gefragmenteerde smeedhaardbodems (128 fragmenten, ca. 18,5 kg), en onduidelijke of non-diagnostische fragmenten (151 fragmenten, ca. 6,8 kg). Met uitzondering van enkele twijfelgevallen lijken de ijzerslakken louter gelinkt te zijn aan smeedactiviteiten. De uiteenlopende omvang en vormen van de plano-convexe smeedhaardbodems wijzen er mogelijk op dat er geen absolute continuïteit of standaardisatie was in de activiteit. Soms werd een haard niet geleegd alvorens de smid aan een nieuwe raffinage of smeedopdracht begon, waardoor de ijzerslak zich ophoopte op de voorgaande.

In het ensemble zijn er ook een groot aantal fragmenten versinterde en verglaasde brandstofasse aangetroffen (ca. 157 fragmenten, ca. 2,7 kg). De brandstofassesintels zijn gewoonlijk onregelmatige brokjes met een eerder minimale graad van verglazing. De brandstofasseslakken zijn doorgaans heviger verglaasd en vertonen geregeld een platte of eventueel concaaf-convexe vorm met afgeronde onregelmatigheden.

Op basis van de hoeveelheid ijzerslakken (ca. 25,9 kg) kunnen we stellen dat zeker 2,6 kg ijzer vervaardigd werd (ratio slak-ijzer 10%). In het smeden is de verhouding tussen slak en ijzermetaal zelfs kleiner, waardoor we ervan uitgaan dat deze hoeveelheid slak overeenkomt met grotere hoeveelheden ijzermetaal dan de bovengenoemde 10%. We spreken hier dus niet van grootschalige metallurgische activiteiten.


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Krijgsbaan/R11 - Frans Beirenslaan [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/208886 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.