is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 6255
Deze aanduiding is geldig sinds
De opgraving langs de Ploegstraat leverde sporen uit verschillende fasen van de metaaltijden op. De oudste sporen omvatten een reeks ontginningskuilen (zware zandleem) die op basis van een 14C-analyse tijdens de eindfase van de midden- en het begin van de late bronstijd zijn gedateerd. In de vulling werd slechts een kleine hoeveelheid, meestal sterk gefragmenteerd aardewerk ingezameld (57 scherven). In één ontginningskuil werden enkele versierde scherven verzameld.
De opgraving leverde verschillende bewoningssporen op. De oudste ervan dateren waarschijnlijk uit de late bronstijd (spieker en afvalkuil). Deze zijn respectievelijk op basis van een 14C-analyse (1020BC - 890BC) en via de typologie van het aardewerk gedateerd (kom of tas met oortje).
Een derde fase wordt vertegenwoordigd door een waterput. Het aardewerk suggereert een datering in de late bronstijd-vroege ijzertijd (een 14C-analyse gaf een afwijkend resultaat). Tot deze aardewerkkenmerken hoort onder meer een wandscherf met een uitgeknepen stafband waarop
vingertopindrukken zijn aangebracht.
Een vierpostenspieker dateert volgens een 14C-analyse uit de vroege ijzertijd (780BC (95.4%) 530BC). Ten slotte werd ook nog een waterkuil geregistreerd waarin twee geknikte potten met hoge rand werden gevonden. Typologisch werd de link gelegd met de midden-ijzertijd. De 14C-analyse suggereert een late bronstijddatering. Een vierpostenspieker werd via een 14C-analyse in de midden-ijzertijd geplaatst.
Auteurs: van der Velde, Henk
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ADC ArcheoProjecten
| Aantal | 1 st |
Beschrijving:
mogelijk werd brandrestengraf aangetroffen
Beschrijving:
greppels