waarneming

Vesalius

archeologisch element
ID
219831
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/219831

Beschrijving

In kader van de bouw van een leefcomplex met ondergrondse parkeergarage werd een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Een archeologische prospectie door middel van proefputten werd eerst uitgevoerd. De aangetroffen sporen dateerden vanaf de middeleeuwen. Een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving bleek noodzakelijk om de archeologische sporen en structuren binnen het plangebied te registreren en te documenteren. Het plangebied, met een totale oppervlakte van ca. 6500m², werd bijna integraal aan een archeologisch onderzoek onderworpen. Het gebied werd in twee fases opgegraven. 11 werkputten werden aangelegd.

Tijdens het veldwerk werden sporen en structuren aangetroffen die in een periode vanaf de 12de eeuw tot en met heden kunnen worden gedateerd. Deze sporen zijn voornamelijk bewoningssporen, maar ook sporen en structuren gelinkt aan ambachtelijke activiteiten. De sporen werden telkens gekoppeld aan een fase. Er zijn vier fases. De vroegste ontwikkeling van het terrein vatte aan in de 12de-13de eeuw (FASE A). In totaal werden tijdens het onderzoek 81 sporen aangetroffen die te dateren zijn in FASE A. Het merendeel van deze sporen bestond uit kuilen. Enkele kuilen konden in verband gebracht worden met de extractie van grondstoffen. Paalkuilen en (perceel)greppels kwamen ook voor. Een groot spoor kon geïnterpreteerd worden als een poel. Ophooglagen werden ook aangetroffen. De aangetroffen sporen wezen op activiteiten die zich aan de rand van de stad afspelen, zoals de extractie van bouwmaterialen en het storten van stadsafval. De tweede fase viel samen met de belangrijkste bloeiperiode van de stad gedurende de 14de en 15de eeuw (FASE B). Vanaf FASE B kan er een enorme toename in het aantal sporen waargenomen worden, totaal van 452 sporen. Ook in FASE B werden kuilen en ophooglagen in de meerderheid. Er werden paalkuilen en zelfs enkel muren met bijhorende insteek en enkele uitbraaksporen aangetroffen. Ook konden nog enkele perceelsgreppels worden herkent, die wijzen op bewoningsactiviteit. De pottenbakkersoven die werd gedocumenteerd dateert in de late 14de tot vroege 15de eeuw en geeft duidelijk aan dat er tijdens FASE B naast bewoning ook artisanale productie plaatsvond binnen het plangebied. Tijdens de opgraving werden er verspreid binnen het plangebied verschillende krengbegravingen teruggevonden waarvan een aantal te dateren vielen in FASE B. Skeletten van runderen werden teruggevonden. Vanaf de 16de eeuw tot heden behoort tot FASE C. FASE C kan verder opgesplitst worden in een postmiddeleeuwse periode FASE C1 16de-18de eeuw en een (sub)recente periode FASE C2 19de-20ste eeuw. Er is in FASE C1, door de crisis die er heerste in de stad, dus in eerste instantie weinig verandering te merken ten opzichte van
FASE B. Wat wel veranderde is dat vanaf 16de-17de eeuw steeds meer huizen en structuren in baksteen werden opgetrokken. Voor FASE C1 konden er op het sporenplan in totaal 393 sporen worden herkend op de twee aangelegde vlakken. Er waren twee ovens gevonden die behoren tot FASE C1.  (Bak)stenen structuren, zoals muren, vloeren, beerbakken, waterkelders en waterputten en (afval)kuilen werden ook teruggevonden. Paalkuilen en greppels werden nog amper aangetroffen in deze fase. Vanaf de 19de eeuw en de (sub)recente periode bloeide Leuven weer en namen de bouwactiviteit terug toe (FASE C2). FASE C2 omvatte in totaal 611 sporen. Muurwerk, vloeren en insteken kwamen het meeste voor. Kuilen en puinkuilen waren minder aanwezig. Waterputten/-kelders en afvalcontexten kwamen ook voor.

De verschillende percelen op het onderzoeksterrein worden in het rapport ook bouwhistorisch besproken. 

Met behulp van een metaaldetector werden de vlakken op metaalvondsten gescreend.

De vondsten bestaan uit aardewerk en steengoed, bouwkeramiek, metalen en glazen voorwerpen en dierlijke botten.

Vervolgens zijn enkele natuurwetenschappelijke onderzoeken zoals C14-datering, pollenonderzoek, macrobotanisch onderzoek en archeomagnetisch onderzoek uitgevoerd.


Auteurs: Demeulenaere, Eline
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: BAAC Vlaanderen bvba

FASE A 12de-13de eeuw

Datering: 12de eeuw, 13de eeuw
Typologie: extractiekuilen, greppels, kuilen, paalkuilen, poelen
Materiaal: aardewerk, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De vroegste ontwikkeling van het terrein vatte aan in de 12de-13de eeuw (FASE A). In totaal werden tijdens het onderzoek 81 sporen aangetroffen die te dateren zijn in FASE A. Het merendeel van deze sporen bestond uit kuilen. Enkele kuilen konden in verband gebracht worden met de extractie van grondstoffen. Paalkuilen en (perceel)greppels kwamen ook voor. Een groot spoor kon geïnterpreteerd worden als een poel. Ophooglagen werden ook aangetroffen.

FASE B 14de-15de eeuw

Datering: 14de eeuw, 15de eeuw
Typologie: greppels, kuilen, muurresten, ovens, paalkuilen
Materiaal: aardewerk, bot, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De tweede fase viel samen met de belangrijkste bloeiperiode van de stad gedurende de 14de en 15de eeuw (FASE B). Vanaf FASE B kan er een enorme toename in het aantal sporen waargenomen worden, totaal van 452 sporen. Ook in FASE B werden kuilen en ophooglagen in de meerderheid. Er werden paalkuilen en zelfs enkel muren met bijhorende insteek en enkele uitbraaksporen aangetroffen. Ook konden nog enkele perceelsgreppels worden herkent, die wijzen op bewoningsactiviteit. De pottenbakkersoven die werd gedocumenteerd dateert in de late 14de tot vroege 15de eeuw. Skeletten van runderen werden teruggevonden.

FASE C1 16de-18de eeuw

Datering: nieuwe tijd
Typologie: kuilen, muurresten, ovens
Materiaal: aardewerk, bot, glas, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Voor FASE C1 konden er op het sporenplan in totaal 393 sporen worden herkend op de twee aangelegde vlakken. Er waren twee ovens gevonden die behoren tot FASE C1.  (Bak)stenen structuren, zoals muren, vloeren, beerbakken, waterkelders en waterputten en (afval)kuilen werden ook teruggevonden.

FASE C2 19de-20ste

Datering: 19de eeuw, 20ste eeuw
Typologie: afvalkuilen, kuilen, muurresten, waterputten
Materiaal: aardewerk, glas, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Muurwerk, vloeren en insteken kwamen het meeste voor. Kuilen en puinkuilen waren minder aanwezig. Waterputten/-kelders en afvalcontexten kwamen ook voor.

Grondsporen

Datering: 16de eeuw
Typologie: gebouwplattegronden
Gebeurtenis:

Beschrijving:
de zone langs de Tiensestraat werd opgehoogd om bebouwing toe te laten.
De originele bodem is nog goed bewaard.
De vondsten bestaan voornamelijk uit muurfragmenten van bijgebouwen en enkele keldertjes op de achtereven van huizen

Grondsporen

Datering: late middeleeuwen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
omdat de originele bodem bedekt werd met post-middeleeuwse ophogingslagen is de zone naast de Tiensestraat (bekend in de 13de eeuw als Hollestraat) heel interessant voor verder onderzoek.


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Vesalius [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/219831 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.