waarneming

Peerderbaan

archeologisch element
ID
221361
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/221361

Beschrijving

De oppervlakte van de opgraving bedraagt 1.580 m². Binnen de grenzen van de opgraving is een deel van een erf uit de periode van late bronstijd tot de vroege ijzertijd onderzocht. Gezien er weinig geweten is over de bewoning in deze periode in deze regio is de kenniswinst die gehaald kan worden dit onderzoek van groot belang. In het zuidwesten van de onderzochte werkput werd een hoofdgebouw geregistreerd. Dit hoofdgebouw had een rechthoekige omtrek en is westnoordwest-oostzuidoost georiënteerd. De oostelijke zijde slecht bewaard. De volledige lengte van het gebouw wordt geschat op 12,4 m. De breedte bedraagt 6 m. De structuur kan waarschijnlijk gezien worden als een plattegrond van het type Oss-Ussen 2. Er konden nog drie bijgebouwen en een mogelijke deel van een erfbegrenzing opgegraven worden. De bijgebouwen bestaan uit een vierpalige structuur (2,3 m bij 2,4 m), een vierpalige spieker met diep ingezette palen (1,8 m bij 1,8 m) en een tweeschepig gebouw van 6 m bij 3 m. De spreiding van de sporen wijst er op dat de grenzen van de site buiten het projectgebied gelegen zijn en dat de site doorloopt naar het noorden en het oosten. Binnen de contouren van structuur 1 en structuur 4 werden respectievelijk 1 en 2 haardkuilen geregistreerd. Op basis van het natuurwetenschappelijk onderzoek op de stalen van deze haardkuilen kan gezegd worden dat haardkuil S1012 in structuur 1 voornamelijk met berk werd gestookt. Dit hout brandt snel maar heeft wel een hoge brandwaarde. Samen met de vele kookstenen kan verondersteld worden dat hier gekookt werd. Deze haardkuil kon via 14C-datering in de vroege ijzertijd gedateerd worden. Haardkuil S1100 in structuur 4 bleek uitsluitend met eik gestookt te zijn. Deze houtsoort heeft een zeer hoge brandwaarde en brandt traag, eigenschappen die eerder geschikt zijn voor de verwarming van de ruimte. Haardkuil S1104 , ook gelegen in structuur 4, werd aan de hand van het aardewerk en een 14C-datering gedateerd aan het begin van de vroege ijzertijd.

Op de site werden enkele opmerkelijke aardewerkvondsten aangetroffen. Een eerste heeft is van het vormtype Henkeltasse waarbij een groot bandoor met een breedte van 2,5 cm en een dikte van 1,5 cm de rand met het breedste punt van de buikknik verbindt. Dergelijke vormen worden over het algemeen in de late bronstijd gedateerd, maar komen ook nog in de vroege ijzertijd voor, veelal in onversierde vorm. Het feit dat het oor zijn aanzet kent aan de rand zou wijzen op een latere datering, zoals ook vastgesteld te Lanaken Europark15, waar meerdere soortgelijke exemplaren zijn aangetroffen. Een tweede opmerkelijke vorm is de bodem uit spoor 10418. Deze is in situ aangetroffen en getuigt van een aanzienlijke voorraadpot die vermoedelijk door post-depositionele processen zoals ploegen is afgetopt. De bodem meet 25,7 cm in diameter en de buik, die een scherpe overgang vertoont naar de vlakke bodem, gaat wijd naar boven, waardoor een grote inhoud van de originele pot wordt vermoed. De buik is besmeten en het potgruis is nadrukkelijk en grof aanwezig in de kleimatrix. Besmijting komt op vanaf de 9e eeuw v. Chr. waardoor een datering vanaf deze periode voor deze pot gebruikt kan worden. Echter, wanneer de twee randfragmenten uit de context tot dezelfde pot behoren, kan een datering in de vroege ijzertijd gegeven worden. Het gaat namelijk om een ronde lip op een uitstaande korte hals (ongeveer 2 cm). Deze uitstaande rand/hals gaat vrij scherp over naar de schouder. Mogelijk hoort de pot tot het type 43 of 55b volgens Van den Broeke.

In het oosten van het projectgebied werden sporen geregistreerd die geïnterpreteerd werden als verdedigingsstructuren uit WO II. In september 1944 vond de slag om Hechtel plaats. Het zou gaan om de eerste georganiseerde Duitse tegenstand na de doorbraak van de geallieerde in Normandië. Tijdens deze gevechten, die een week duurden, werd het centrum van Hechtel bijna volledig vernield. Hechtel was in de dagen ervoor een doorgangspunt van Duitse troepen die zich richting Nederland of Duitsland verplaatsten. Vanaf 5 september had de staf van het Fallschirmjägerregiment 20 (FJR 20, Major Grassmel) zich in de woning van dokter Vrancken, langs de Peerderbaan geïnstalleerd. Dit huis is gesitueerd net tegenover het projectgebied. Op 7 september 1944 bereiken de Engelse troepen Hechtel waarbij het in de dagen erop tot zware gevechten kwam in en rond Hechtel.

Op basis van de oriëntatie van de sporen kunnen ze waarschijnlijk gelinkt worden aan de gebeurtenissen van 10 september 1944. Op deze dag installeerde Hauptmann Müller zijn bevelspost in een gat gelegen achter in de tuin van café Buitenlust, ter hoogte van het projectgebied. Van hieruit konden de Duitsers iets van terrein winnen richting het westen tot net voorbij de Lommelsebaan waar ze zich terug ingroeven. De slag om Hechtel begon op 6 september 1944 en eindigde in het voordeel van de geallieerden op 12 september 1944.


Auteurs :  BAAC bvba Vlaanderen
Datum  :

Vroege IJzertijd erf

Datering: late bronstijd, vroege ijzertijd
Typologie: bijgebouwen, gebouwplattegronden, haardkuilen, paalsporen, vaatwerk
Context: erven
Materiaal: aardewerk, houtskool
Gebeurtenis:

Beschrijving:
bijgebouw 1: tweeschepige constructie met haardkuil in oostelijke helft
bijgebouw 2: vierpalig gebouw met vierkant grondplan
bijgebouw 3: spieker
hoofdgebouw: rechthoekig type Oss Ussen 2 met 2 haardkuilen in westelijke helft
verschillende palenclusters
2 kuilen
aan de hand van het aardewerk

WOII

Datering: WO II
Typologie: bouwmaterialen, loopgraven
Materiaal: aardewerk, glas, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
2 loopgraven en een schuttersputje


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Peerderbaan [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/221361 (Geraadpleegd op )