Tijdens het onderzoek werd de kunstmatige ophoging van de tuin aangesneden. Deze was opgevuld met puin van de bouwwerf van het Nieuwerck.
Alle stortlagen met vondstenmateriaal bevonden zich in secundaire context. We onderscheiden drie lagen in de opbouw van de werkput: een laag tuingrond aan de bovenste 30 cm vanaf het maaiveld, gevolgd door een ca. 1,5m – 1,8 m dik pakket puinrijk zand vol baksteen- en mortelresten, tenslotte gevolgd door een laag kerkhofgrond vol menselijke beenderresten die zich niet meer in anatomisch verband bevinden. Aan de hand van aardewerkscherven worden deze stortlagen gedateerd tussen de 16e – en 17e eeuw. Een kleine component ouder materiaal uit de 14e eeuw was ook in deze matrix aanwezig, al is een palimpsest van verschillende perioden in een afvalcontext niet ongewoon. Het fragmentaire karakter van de bouwelementen en het aardewerk ligt geheel in de lijn van de verwachtingen wanneer men met een dergelijke afvalcontext te maken heeft.
Er werd ook gemetselde goot en een vergaarbekken uit baksteen in situ aangetroffen (19e eeuw).
Auteurs: Lommelen, Lies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
verschillende ophogingslagen met aardewerk
materiaal daterende uit de 14de - 18de eeuw