waarneming

Motte van de Bergenmeersen

archeologisch element
ID
31439
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/31439

Beschrijving

In het kader van de ontwikkeling van de Bergenmeersen tot een overstromingsgebied werd op dit perceel een archeologisch vooronderzoek (2009) en een opgraving (2012) uitgevoerd.

Historische bronnen suggereerden op dit perceel de aanwezigheid van een middeleeuwse motte. Dit werd in eerste instantie bevestigd door geofysische prospectie en booronderzoek (Bogemans et al. 2009), waarbij een grote circulaire gracht werd aangetroffen. Bij de opgraving in 2012 werd de zone van de mottegracht volledig afgegraven tot het archeologisch relevante niveau, en werden verschillende transecten van de mottegracht verder opgegraven (Meylemans et al. in voorbereiding).

De cirkelvormige structuur bleek een ongeveer 12 m brede en ongeveer 2 m diepe gracht te zijn, die  een cirkelvormig ‘eiland’ met een diameter van ongeveer 40 m omringt. Helaas bleek dat de centrale ophoging van dat eiland grotendeels afgegraven was, waardoor geen structuren van het vroegere bouwwerk bewaard bleven. Enkele natuurstenen blokken en baksteenfragmenten die werden gestort aan de binnenkant van de gracht herinnerden aan de aanwezigheid van stenen constructies. Het andere afval in de gracht, in de eerste plaats het aardewerk, laat toe om de site te situeren in de dertiende-veertiende eeuw. Het aardewerkspectrum wordt grotendeels gedomineerd door grijs aardewerk, met een groot aandeel van teilvormen, naast enkele kannen/ kruiken, kogelpotten, kommen, voorraadpotten, en enkele andere vormen.

Deze laatmiddeleeuwse structuur vormt samen met de locatie van de vroegere kerk van Wichelen (op het huidige kerkhof, net buiten de Bergenmeersen), ongetwijfeld één van de kernelementen van het middeleeuwse Wichelen. De oprichting van dat soort kasteelsites (circulaire structuren met een diameter van ongeveer 40 m) is typerend voor de dertiende en veertiende eeuw.

In het oosten van de mottegracht werd een brugconstructie aangetroffen, bestaande uit bakstenen peilers en houten balken. De eikenhouten balken konden door te weinig jaarringen niet dendrochronologisch gedateerd worden, maar het gebruikte baksteenformaat, het aardewerk en enkele faïence tegels uit de vulling van de gracht suggereren een datering van deze brug in de 18e- begin 19e eeuw.

Het pollenonderzoek van de opvulling van de gracht (post-middeleeuwen) wijst op een zeer open landschap. De grote hoeveelheden grassen doen vermoeden dat een deel van dat open land als weiland gebruikt werd, maar er kwam zeker ook akkerland voor met voedselgewassen (vooral Cerealia (graan), waaronder Secale cereale (rogge), maar ook Fagopyrum (boekweit)), en vezelgewassen zoals Cannabis (hennep) en Linum usitatissimum (vlas). Deze bewerkte gronden moeten waarschijnlijk gesitueerd worden aan de buitenkant van de cirkelvormige gracht, maar toch in de directe omgeving. De vele verschillende ‘onkruiden’ die typisch zijn voor verstoorde grond, hebben mogelijk (deels) hun oorsprong op het verhoogde deel in de binnencirkel van de gracht.

Bij het zaden- en vruchtenonderzoek van de grachtvulling bleken onder andere enkele verkoolde resten van granen aanwezig, vooral van rogge, een gewas dat op de nabijgelegen, hogere en drogere zandgronden kan zijn geteeld. De onverkoolde resten van gebruiksplanten zijn voor het merendeel gevonden in de inspoelingafzettingen vanaf de binnenkant van de gracht waar residentieel afval werd gedumpt. Hier konden enkele indicaties voor een zekere welstand gedetecteerd worden onder de vorm van enkele fruitsoorten die in de middeleeuwen als luxefruit werden aanzien, met name mispel en perzik. Een hoog aantal stengel- en kapselfragmenten van vlas doet vermoeden dat in de postmiddeleeuwse periode vlas in de gracht werd geroot.

De studie van het dierlijk botmateriaal toont vooral een overzicht van rund, varken en in mindere mate schaap/geit. Een klein aantal botfragmenten is afkomstig van jachtwild (haas), paard, en tenslotte een schedelfragment van een fret.

Bij het laagsgewijs afgraven van het restant van de ophoging van de motte kwamen onder deze ophoging nog twee parallelle greppeltjes aan het licht, die aan de hand van enkele scherven kunnen gedateerd worden in de volle middeleeuwen.

Buiten de perimeter van de gracht werden verschillende andere sporen aangetroffen, afvalkuilen,  bedekte bodemhorizonten en puinpaketten, met aardewerk daterend uit diverse periodes. Enkele fragmenten handgevormd aardewerk wijzen mogelijk op aanwezigheid in de metaaltijden of Romeinse periode, maar de meer diagnostische fragmenten zijn echter te situeren in de vroege middeleeuwen. Enkele fragmenten Badorf aardewerk met radstempelversiering dateren uit de Karolingische periode. Drie fragmenten Mayen aardewerk dateren uit de vroege of volle middeleeuwen. Het meeste aardewerk in deze structuren dateert echter eveneens uit de 13e en 14e eeuw, en biedt een gelijkaardig spectrum als het aardewerk afkomstig uit de mottegracht (Meylemans et al. in voorbereiding).

Verspreid over het opgravingsterrein werden 18 lithische artefacten aangetroffen. Ondanks de afwezigheid van diagnostische stukken is er een opvallend grote variabiliteit onder de vondsten. Niet alleen op vlak van de geproduceerde dragers (afslagen/microklingen), maar ook met betrekking tot de gebruikte methode en techniek, en de gebruikte vuursteenvarianten. Het lijkt er dan ook sterk op dat verschillende bewoningsfasen in het materiaal vertegenwoordigd zijn, gaande van paleolithicum tot en met neolithicum/bronstijd (Meylemans et al. in voorbereiding; Perdaen et al. 2013).

Een grote dwarscoupe op het terrein biedt een inzicht in de geomorfologische opbouw van de ondergrond in het gebied. Opvallend is daarbij de aanwezigheid van ondiepe geulstructuren met een zandige vulling. Dit is wellicht afkomstig van een vlechtend riviersysteem van kleine geultjes.

  • BOGEMANS F., MEYLEMANS E., JACOPS J., PERDAEN Y., STORME A. & VERDURMEN I., 2009: Paleolandschappelijk, archeologische en cultuurhistorisch onderzoek in het kader van het geactualiseerde Sigmaplan. Sigmacluster Kalkense Meersen, zone Bergenmeersen en Paardeweide, intern rapport VIOE, Brussel.
  • MEYLEMANS E., PERDAEN Y., VANHOLME N., COOREMANS B., DEFORCE K., DE GROOTE K., ERVYNCK A., HANECA K., LENTACKER A., STORME A., VERDURMEN I. in voorbereiding: Archeologische opgraving van een meerperiodensite in de 'Bergenmeersen' het kader van het 'Sigmaplan' (gem. Wichelen, prov. Oost-Vlaanderen), rapporten agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
  • PERDAEN Y., MEYLEMANS E., VANHOLME N. 2013: Preventief onderzoek in het kader van het Sigmaplan te Wichelen-Bergenmeersen (Oost-Vlaanderen, B), Notae Praehistoricae 33, 75-89.

Auteurs :  Meylemans, Erwin
Datum  : 2020

Laatmiddeleeuwse motte

Datering: late middeleeuwen, middeleeuwen
Typologie: motteheuvels, mottekastelen
Materiaal: aardewerk
Thema: Mottes
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Circulaire grachtstructuur van het 'opperhof', die een 'eiland' omsluit van ca. 40m diameter. De ophoging van de motte was grotendeels verdwenen. Het aardewerk in de vulling van de gracht dateert de bewoning bij deze structuur in de 13e-14e eeuw. De aanwezigheid van deze motte werd al vermoed aan de hand van historisch onderzoek, onder andere door het toponiem 'Motte' op deze plaats.

Karolingisch aardewerk

Datering: Karolingische periode, vroege middeleeuwen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Twee scherven Badorf aardewerk, o.a. de rand van een kogelpot. Enkele scherven Mayen aardewerk horen mogelijk eveneens thuis in de vroege middeleeuwen.

Lithische artefacten

Datering: steentijd
Materiaal: lithisch materiaal
Gebeurtenis:
Aantal 18 st

Beschrijving:
18 artefacten, gespreid over het terrein aangetroffen.

Laatmiddeleeuwse sporen

Datering: late middeleeuwen
Typologie: archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Afgedekte bodemhorizonten, kuilen en afvalpaketten buiten de circulaire gracht van de motte. Het aanwezige aardewerk duidt voornamelijk op een datering in de 13e- 14e eeuw.

Volmiddeleeuwse greppels

Datering: volle middeleeuwen
Typologie: archeologische sporen en uitgravingen, greppels
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Twee parallelle greppels onder de ophoging van de motte. Enkele fragmenten grijs aardewerk wijzen op een datering in de volle middeleeuwen.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Motte van de Bergenmeersen [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/31439 (Geraadpleegd op 20-06-2021)