Archeoloog J. De Meulemeester ging er van uit dat het Gravenkasteel van Rupelmonde teruggaat op een castrale motte. Het belangrijkste argument om deze hypothese tot op vandaag te onderschrijven is de opmerkelijke 8-vorm van het burchteiland, zoals die nog heel duidelijk is waar te nemen op het primitief kadasterplan van Rupelmonde (1830-1833). Deze vorm doet een oorspronkelijke opper- en neerhofstructuur vermoeden, die dan wellicht bijkomend met een gracht van elkaar gescheiden waren. Ook op oudere kaarten uit 1734 (J. Van Velden) en uit 1804 (Du Caju) lijkt het burchteiland nog een 8-vorm te vertonen. Indien de burchtsite teruggaat op een middeleeuwse motte dan bevindt de huidige Graventoren zich op het neerhof van een in oorsprong castrale motte.
In het midden van de 13de eeuw werd de burcht versterkt door Margaretha II van Vlaanderen (1202-1280). Mogelijk werd toen de motte van stenen muren voorzien en uitgebouwd tot een waterbucht. De prent in Flandria Illustrata (1641) geeft nog een idee van de indrukwekkende allure van deze stenen versterking. Men gaat er van uit dat de onderste geleding van de Graventoren, integraal opgebouwd uit Doornikse kalksteen, uit deze bouwcampagne dateert en behoorde tot de ringmuur van de burcht. De hogere geledingen van de toren zijn 19de-eeuws.
Auteurs: Van den Hove, Peter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Toren uit baksteen opgetrokken op de resten van de burcht.
Gebouwd in 1817.