Op het terrein werd in 1972 onder leiding van A. Claassen archeologisch onderzoek uitgevoerd. De archeologische overblijfselen van dit klooster bevinden zich langs de Populierenlaan, nabij de oprit naar de brug over de Zuid-Willemsvaart. Op deze locatie is een klein parkje, gekend als “De Engelse Hof”, aangelegd.
Bij de opgraving werden ook de resten van de kerk aangesneden. De ringmuur van Maaskeien maakte deel uit van het oudste gedeelte van de kerk, namelijk een halfronde constructie met 1 meter tot 1,20 meter brede muren. Het kerkje zou een rechthoekige plattegrond gehad hebben die werd afgesloten door een rondboog. De buitendoormeter bedroeg ongeveer 6 meter op een lengte van 8,50 meter, afgesloten door een onderbroken muur aan de westzijde. Een deel van de keien vloer, later vervangen door een tegelvloer, was nog deels in situ bewaard. De wanden bleken bepleisterd te zijn. Binnen dit oost-west georiënteerde gebouw werden twee grafkelders aangetroffen. Omwille van de grotere funderingsdiepte aan de zuid- en oostkant werd er van uitgegaan dat het kerkje op een helling stond. Het is onduidelijk wanneer dit gebouw werd opgetrokken. De geschatte datering varieert van circa 800 tot 1000. Volgens oude bronnen zou in een steen boven de deur de inscriptie “989 EXSTRUCTIO PRIMA IN SACELLUM” vermeld geweest zijn. Na de oprichting werd het kerkgebouw verschillende malen gerenoveerd en herbouwd. De aangetroffen muurresten zijn vermoedelijk afkomstig van het kerkgebouw dat bij het in 1135 vermelde hospitaal, gebouwd in opdracht van Gilbert I van Bronkhorst die het in 1140 aan de norbertinessen schonk, hoorde.
Ten westen van het oudste kerkgedeelte werden de funderingsmuren van het kerkschip aangetroffen, met een lengte van 10,25 meter en een breedte van 8 meter. Deze funderingen werden later gedateerd dan de bouw van het koor en dateren vermoedelijk uit de 12de eeuw. In de volledige binnenruimte van het schip bevonden zich geordende begravingen, in de zuidoosthoek lag een grafkelder.
Ten oosten van het kerkgebouw werden muren in mergelmetselwerk en een kelder, bevloerd met op hun kant geplaatste bakstenen aangesneden. Funderingen in metselwerk van mergelblokken of baksteen lagen aan de westzijde van de kerk, evenwijdig aan deze aan de oostzijde. Deze funderingen maken deel uit van een groter gebouwencomplex. Een geordende begraafplaats bevond zich ten zuiden van de kerk. Alle skeletten, in meerdere lagen begraven, hadden een oost-west oriëntatie.
Auteurs: Lommelen, Lies; Vanderbeken, Tim
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)