Archeologisch onderzoek in grote en kleine zaal en moestuin. Het betreft funderingsonderzoek van de grote en kleine zaal, i.e. Sint-Annazaal en woning nr. 27 en de bijhorende moestuin. Tijdens de 2de helft van de 16de eeuw werd het terrein waarop de woning nr. 27 was gebouwd, opgehoogd met slijk uit de Nedervijver. Een tweede ophoping vond plaats in 1855. De achterliggende moestuin was oorspronkelijk een deel van de Nedervijver en van ca. 1580-1622 tot 1900 deed het dienst als centraal stort.
In 1998 werd er onderzoek gedaan naar zeven huizen: nummers 17-23.
In 1999 ging men verder met de opgravingen naar aanleiding van de restauratie van het Begijnhof in Kortrijk. De belangrijkste vondst was een muntschat. De opgravingen van het Begijnhof in Kortrijk hadden als belangrijkste vondst een muntschat die in relatie gebracht kon worden met een brandlaag van 1382. Dit jaartal valt samen met een Bretoense inval.
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Verschatse, G. 2000: Gouden muntschat in de Groeningeabdij, Leiegouw 42.1, 98-99. Literatuur ()
C.K.:Verschats:2000aa
Beschrijving: Resten van woning 27 en de Sint-Annazaal: de woning nr. 27 en de Sint-Annazaal behoren tot dezelfde bouwfase en zijn verbonden door een rondbogige afgedekte doorgang. De Sint-Annazaal of de "Grote Zaal" werd o.a. gebruikt als lijnwaadhandel, soldatenhospitaal, stromagazijn en meisjesschool. - Groothuis: 1560
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: De Gryse J., Boncquet T. 2016: Archeologisch onderzoek Begijnhof 31 (Kortrijk), Ruben Willaert Rapport 95, Sijsele. Literatuur ()
Beschrijving: Dit bevatte onder andere: Twee oudere haardfazen Een opgehoogde vloer Muurwerk (iets dieper gelegen) dan de andere funderingen en met andere oriëntatie. Deze vondsten gaven informatie over de bouwevolutie en -wijze van het huis.
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Verschatse, G. 2000: Gouden muntschat in de Groeningeabdij, Leiegouw 42.1, 98-99. Literatuur ()
C.K.:Verschats:2000aa
Beschrijving: onderzoek van de bodem van huis nr.35: laat-13de eeuws gebouw van baksteen is aan het eind van de 14de eeuw afgebrand muntschat net onder de brandlaag met 12 Engelse gouden munten, geslagen in Londen en Calais tussen 1351-1361 en 1370-1377 voor Edward II van Engeland (vermoedelijk ingegraven na de Franse overwinning van West-Rozebeke in 1382) - Groothuis: 1560
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Vandekerchove, V. (ed.) 1996: De archeologische afdeling van het Stedelijk Museum [Vander Kelen-Mertens]. Van bodemarchief tot museumcollectie, 134 Literatuur ()
Beschrijving: Huizen 17-20 Deze huizen dateerden uit de 17de eeuw meer specifiek 1622: De aangetroffen fundering bestond uit: -waterafstotende steen ( vanwege de destijds nabij gelegen gracht ) -etensresten/ organisch materiaal ( dierlijk bot, vruchtpitten, mosselschelpen, ...) -scherven glas en aardewerk: Majolica, faience, steengoed, grijs en rood aardewerk, tegels, bouwmateriaal. Naast de funderingslaag werden er ook een reeks overblijfselen van constructies aangetroffen, te dateren tussen de 14de en 19de eeuw.: -laatmiddeleeuwse vestingtoren (2de helft 14de eeuw) met aansluitende stadsmuur. -nabijgelegen bouwresten (15de-16de eeuw) bestaande ceramische vondsten ( vloer- en wandtegels uit de 17de eeuw ). -Ze hadden allen een schouw/haard, beerput en waterput ( mogelijks gemeenschappelijk ). -Nummer zeventien had ook resten van een bakstenen riolering en een rijke verzameling aardewerk uit de 16de tot 19de eeuw. -Nummer achttien kende een ruime verzameling wand en vloer tegels van het einde van de 16de tot de 18de eeuw . -Ter hoogte van woonhuis nummer 18-19 was er 1.92 meter dik metselwerk dat aan de buitenzijde versterkt was met Doornikse kalksteen. -Een boogvormig segment van een vestingstoren ( woonhuis nummer 18).
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Vandekerchove, V. (ed.) 1996: De archeologische afdeling van het Stedelijk Museum [Vander Kelen-Mertens]. Van bodemarchief tot museumcollectie, 134 Literatuur ()
Beschrijving: Deze huizen dateerden uit de 17de eeuw meer specifiek 1622. De materiele uitbouw is vergelijkbaar met Huizen nrs 17 tot 20. Een andere parallel is dat er ter hoogte van de huizen 17-23 resten waren van de elders besproken een laatmiddeleeuwse vestingtoren (2de helft 14de eeuw) met aansluitende stadsmuur. De huizen kenden ook allemaal beerputten, waterputten, haarden en ceramiek, vloer- en wandtegels (17de eeuw).
Nr 23 had bijkomend een tegelvloer en een bakstenen kelder met glazen en aarden vaatwerk. Nr 22 kende een rijke verzameling van aardewerk waaronder: steengoed, majolica, faience, porselein,... alsook glas vondsten ( potflessen en loodglas) Ter hoogte van huisnummers 21-22-23 werden resten van een Laat-middeleeuwse bakstenen fundering gevonden alsook steengoed uit Langerwehe en Siegburg te dateren tussen de 14de en 16de eeuw.
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Verschatse, G. 2000: Gouden muntschat in de Groeningeabdij, Leiegouw 42.1, 98-99. Literatuur ()
C.K.:Verschats:2000aa
Beschrijving: Resten van de woningen 26 en 30: woning 30 en 26 vormden samen één groot complex, met hogere westzijde en lagere oostbouw, gescheiden door windgevel en monumentalen schouw. Dit "groothuis" bestond reeds in 1560. De in 1649 gedateerde tuinmuurtjes en -poortjes werden tegen oudere woningen aangebouwd. Er werden ook resten gevonden van de gracht van het begijnhof: ten oosten van het complex en ook deels door de moestuin.
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Beschrijving: Vondsten zonder een specifiek gekende vindplaats: 13de eeuw-17de eeuw Ceramische vondsten: - Twee grijze, reducerend gebakken randscherven van kookpotten 1200-1250 - Ardennewaar - kogelpotten - grijs en radgestempeld aardewerk - hoogversierde kruiken - zandsteengoed - majolica - lokaal aardewerk - spinschijfje van steengoed - veel oude vloer- en wandtegels - onder de huidige bestrating: zware bakstenen fundamenten; puin- en brandlagen
Munten :13de eeuw-19de eeuw - Dubbele tournois van Filips IV de Schone (1285 tot 1314) - koperen duit, geslagen door de provincie Overijsel van de Republiek der zevenprovincies, 1629 - koperen penning van de stad Neurenberg (vermoedelijk een speelpenning) - Karel IX (Frankrijk, 1560-1574), Douzain van 1574 - Albrecht en Isabella (1598-1621), dubbele denarius, Zuidelijke Nederlanden, 1610 - Willem I, 1 cent van 1822 of 1823, Koninklijk der Nederlanden
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Beschrijving: Moestuin: In de moestuin: Ceramische vondsten:
- 62164 scherven aardewerk, waaronder o.a. steengoed uit Schinveld-Raeren - spinschijfje - Steengoed: tussen 14de en 17de eeuw - bruinrode hoekpan - majolica - Oliefles uit Raeren - grijs reducerend gebakken aardewerk - slib- en krastechniek - bruinrood - Steengoed (Langerwehe) Centrale moestuin: - Terrein werd aanhoudend als stort gebruikt:. Het uitzeven leverde 62164 scherven van niet verder bepaald vaatwerk en bouwceramiek. - Scherven Romeins aardewerk. Het gaat om verplaatst materiaal dat op deze plaats terecht kwam door het aanvoeren van aarde. Het gaat om enkele scherven, o.a. terra sigillata uit de 4de eeuw, ook handgevormd aardewerk - terra sigillata - zachtgebakken aardewerk - handgevormde potten - grijs gebakken reducerend gebakken aardewerk waaronder randscherven van kookpotten - Rood vaatwerk waaronder: oxyderend gebakken vaatwerk, oxyderend gebakken slibversierd vaatwerk, oxyderend gebakken slib- en krastechniek - bruin-rood vaatwerk waaronder: loodgeglazuurd, borden uit Enkhuizen, loodgeglazuurde en slibversierde haardschermen, aardewerk met mangaanoxydeglazuur - witbakkend aardewerk - Steengoed (Langerwehe, Siegburg, Keulen, Frechen, Raeren, Westerwald, Bouffioulx, Châtelet) - Hoogversierd: Nederrijn en Sars-les-Poteries - Majolica - Faïence - Porselein - Pijpfragmenten
Monetaire vondsten: - 800-tal munten - 16 munten (16de-19de eeuw) werden gevonden aan de oppervlakte van de centrale groententuin van het begijnhof - dubbele Tournois van de Franse koning Filips IV de Schone 1285 tot 1314
Structuren: Een gracht ontdekt tijdens de aanleg van een ondergrondse citerne in de moestuin, tot op 9,37m afstand van de oostelijke gevel van woning nr. 27 en de grote zaal.
Bouwafval/steenvondsten: Centrale moestuin: - Aardewerk: bruinrode, baksteen, daktegels, vloertegels, gebakken schouwelementen, Romeinse dakpanfragmenten, - Mortelresten - Brabantse steen - Balegemse steen - Doornikse kalksteen - Ijzerzandsteen - Grés uit Béthune - Witte, krijthoudende kalksteen uit Pas-de-Calais - Basèclessteen - Grijsgroene en purperen leien uit Fumay en Chimay
Glas vondsten Centrale moestuin: Het terrein werd aanhoudend als stort gebruikt en kende 3235 fragmenten van glazen vaatwerk, Waldglas, kristal- en loodglas
Beschrijving: Sint-Mattheuskapel: achter het metselwerk van de huidige kapel gaat een ouder gebouw terug: een éénbeukige gotische kapel (oost-west gericht) met oostelijk driezijdig koor en westelijke gevel met hoofdingang
Er zijn verschillende ex-voto’s gevonden ( 1350 ) grafsteen van Magriete vanden Berghe (1527) ruitvormige zerk van Elisabeth Cavsse (1705) lakenlood uit Leiden16de eeuw-18de eeuw
Bron: DESPRIET Ph., 2006, Begijnhof: de grote en kleine zaal; Begijnhof: het onderzoek van de moestuin voltooid; Begijnhof: ceramisch vondstenmateriaal, in: Zuid-Westvlaamse opgravingen 2005, nr. 62, 5-9. Literatuur ()
Bron: DESPRIET, Ph. 1978, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1976, in: De Leiegouw, jg. XX, afl. 1, p. 99-116. Literatuur ()
Bron: Mertens, J. 1973: De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk , Archeologie 1973.1, 51-52. Literatuur ()
C.K.:Mertens:1973ad
Bron: DESPRIET Ph., 1974, Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1973, in: De Leiegouw, jg. 16, afl. 3-4, p. 327-338. Literatuur ()
Bron: DESPRIET PH. 1972: Het oudheidkundig bodemonderzoek in het arrondissement Kortrijk in 1971, in De Leiegouw, jg. XIV, afl. 1, p. 59-62. Literatuur ()
Beschrijving: De vondsten algemeen in de tuin: - 2 koperen oorden (17de eeuw) gevonden in de tuin van het Begijnhof. - Steengoed: tussen 14de en 17de eeuw - Munten: 2de helft 16de eeuw - 19de eeuw - Muntschat 1382: Deze bestaat uit twaalf gouden munten meer bepaald Engelse nobels van koning Edward III. Negen van deze munten zijn geslagen in London en drie in Calais. De munten zaten in een steengoedkruikje van het Langerwehe type.
Bron: Despriet, P. 1973: Het Kortrijkse begijnhof uit volks- en oudheidkundig oogpunt, De Leiegouw XV.1-2, 85-95. Literatuur ()
C.K.:Despriet:1973ad
Beschrijving: stadsversterkingen: voor en rond het begijnhof: drie torens van de stadsversterkingen: de Canesietoren, de Artillerietoren en de toren achter Sint-Maartens. Er waren ook resten van een stadsmuur met daarrond een wal, die de uiterste grens voor de expansie van het begijnhof.