waarneming

Kerkhove Stuw werkput 1

archeologisch element
ID
979480
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/979480

Beschrijving

Opgraving naar aanleiding van de bouw van een nieuwe stuw te Kerkhove. Er werden bij de opgraving 2 werkputten aangelegd.

De opgravingen te Kerkhove ‘Stuw’ hebben twee belangrijke archeologische niveaus aan het licht gebracht. Inde  top van het veen bleken vooral Gallo-Romeinse relicten aanwezig terwijl de top van de dieperliggende oeverwal vooral prehistorische resten heeft opgeleverd. Beide niveaus genieten een uitzonderlijke ruimtelijke bewaring van de archeologische resten dankzij de latere afdekking met respectievelijk alluviale klei, en veen.

In werkput 1 zijn er aanwijzingen voor menselijke activiteiten vanaf het vroege-mesolithicum gevonden. Vanaf het laat-mesolithicum trad er een vernatting op van het gebied en de oeverwal. Desondanks bleven laatmesolithische bewoners zich op de oeverwal begeven, wellicht om er te jagen.

Er werden geen sporen gevonden die aan het neolithicum konden worden toegeschreven in werkput 1.

De sporen uit de Romeinse periode waren voornamelijk afkomstig van Gallo-Romeinse grachten die vermoedelijk dienden om het gebied te draineren in functie van de aanleg van akker- en/of weilanden, en restanten van een Romeins wegtracé. 


Auteurs :  Peleman, Bieke
Datum  : 13-08-2020

Laatmesolithische vondsten

Datering: laatmesolithicum
Context: alluviale vlakten, oeverwallen, veenafzettingen
Materiaal: lithisch materiaal
Thema: Sites en sitecomplexen uit het finaalpaleolithicum en mesolithicum
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Tegen het einde van het laat-mesolithicum moet de oeverwal van werkput 1 vrijwel volledig verandert zijn in een moerassige omgeving. De vondst van meerdere trapezia verspreid over deze werkput leert ons evenwel dat de laat-mesolithische bewoners zich ook in de moerassige delen van het landschap hebben begeven, wellicht om er te jagen. In deze context is het ook interessant om te vermelden dat er een M1 tand van een everzwijn/varken gevonden werd, dat gedateerd kan worden op 7250-7010 cal BP wat binnen de marges van de laatste fase van het laat-mesolithicum en het vroeg-neolithicum valt.

Romeinse grachten en wegtracé

Datering: Romeinse tijd
Typologie: grachten (infrastructuur), wegen
Context: alluviale vlakten, oeverwallen, veenafzettingen
Materiaal: aardewerk, lithisch materiaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In beide werkputten zijn verschillende grachten aangetroffen die op basis van enkele koolstofdateringen tot de periode van een nabijgelegen mansio toegeschreven kunnen worden. Een mansio, een grote baanpost, is een regionaal administratief en logistiek centrum dat meestal op de kruising van land- en waterwegen werd opgetrokken. De mansio in kwestie bevond zich op de droge oever van de Waarmaardse Kouter.
De grachten in beide werkputten werden vermoedelijk aangelegd om het veengebied te draineren in functie van de aanleg van akker- en/of weilanden en een weg.
Deze weg was opgebouwd uit twee parallelle ontwateringsgrachten met een tussenafstand van ca. 8,2 m. wat erop duidt dat het een hoofdweg betreft, mogelijk een onderdeel van de hoofdweg tussen Bavay en Aardenburg. Dankzij de goede bewaring van het wegtracé in WP1 is een verregaande reconstructie mogelijk. Een deel van de weg was onder ander opgebouwd met bouwmateriaal. Centraal in het wegtracé werd een kleine depressie aangetroffen waarin drie gerecupereerde balken en een plank in eikenhout waren aangebracht; het geheel bleek achteraf afgedekt met bussels takken en twijgen. Wellicht betreft het hier een herstelling van een deel van de weg. De vulling van de drainagegrachten langs de weg leverden naast ceramisch en lithisch materiaal ook plantaardige en dierlijke resten die bijkomende informatie over het gebruik van de weg kunnen bieden.

Vroegmesolithische occupatie

Datering: vroegmesolithicum
Context: alluviale vlakten, oeverwallen, veenafzettingen
Materiaal: lithisch materiaal
Thema: Sites en sitecomplexen uit het finaalpaleolithicum en mesolithicum
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Op basis van een reeks van 18 koolstofdateringen uitgevoerd vooral op verkoolde hazelnootschelpen en in mindere mate op onverbrand dierlijk bot, kan de vroegste bewoning op de oeverwal van Kerkhove gesitueerd worden aan het begin van het boreaal, meer bepaald vanaf 10.733-10.430 cal BP (95,4% probabiliteit). Het paleoecologisch onderzoek heeft aangetoond dat de oeverwal op dat moment begroeid was met een relatief dicht en droog bos met vooral den en hazelaar, aan weerzijden geflankeerd door moerassige oevers met veel varens (westelijke oever) en mattenbiezen (oostelijke oever). Het debiet van de Schelde was al behoorlijk afgenomen, waardoor het water slechts traag stroomde en organische resten zich op de bodem van de riviergeul begonnen te accumuleren. Het merendeel van de aangetroffen concentraties lithisch materiaal kan toegeschreven worden aan het vroegmesolithicum, op de site gedateerd tussen 10.733/10.430 cal BP en 9817/9377 cal BP. Deze concentraties komen in WP1 over de volledige oeverwal voor.

Middenmesolithische occupatie

Datering: middenmesolithicum
Context: alluviale vlakten, oeverwallen, veenafzettingen
Materiaal: lithisch materiaal
Thema: Sites en sitecomplexen uit het finaalpaleolithicum en mesolithicum
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Vergeleken met het vroeg-mesolithicum is het midden-mesolithicum minder goed vertegenwoordigd met slechts drie artefactenconcentraties. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat deze clusters aan de westelijke rand van WP1 gelegen zijn, en de kans dus heel reëel is dat de midden-mesolithische sector slechts gedeeltelijk is onderzocht en deels buiten de werkput valt. Topografisch lijken de middenmesolithische concentraties zich iets hoger te bevinden dan de meeste vroegmesolithische clusters, wat erop kan wijzen dat de vernatting van de oeverwal al van start was gegaan. Toch komen ook meer naar het noorden op de lagere delen van de oeverwal middenmesolithische vondsten voor, zij het onder de vorm van verspreide vondsten of kleine diffuse clusters van microlieten; deze laatste zijn misschien de schamele resten van kortstondige jachtactiviteiten (kill-butcher sites) of plaatsen waar binnengebrachte prooien een eerste bewerking ondergingen (villen, versnijden, …).


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Kerkhove Stuw werkput 1 [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/979480 (Geraadpleegd op 06-03-2021)