waarneming

Godshuishammeke

archeologisch element
ID
979706
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/979706

Beschrijving

Opgraving naar aanleiding van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor een gepland nieuwbouwproject.

Bij de opgraving aan het Godshuishammeke werden verschillende archeologische sporen aangetroffen. De aangetroffen sporen bestaan uit grondsporen, ophogingslagen, muurwerk, vloeren, en kalkputten en waren algemeen beschouwd vrij goed bewaard gebleven.

Vermoedelijk werd in de nabije omgeving van het plangebied zowel aan leerlooierij als aan leerverwerking gedaan, gezien de aanwezigheid van twee kalkputten in het zuiden van het derde vlak, en de leerfragmenten die in de laatmiddeleeuwse kuil werden aangetroffen. Verder werden enkel aanwijzingen voor bewoning geregistreerd.


Auteurs :  BAAC bvba Vlaanderen, Peleman, Bieke
Datum  : 26-08-2020

13de - 14de eeuwse grondsporen

Datering: 13de eeuw, 14de eeuw
Typologie: afvalkuilen, kuilen, paalkuilen
Materiaal: aardewerk, dierlijk bot, leer, metaal

Beschrijving:
Enkele kuilen en afvalkuilen met een opvallend humeuze vulling.
Deze sporen horen tot het sporenbeeld dat typisch met de inrichting van achtererven bij (sub-)urbane bebouwing in middeleeuwse steden in Vlaanderen geassocieerd wordt.

De afvalkuilen bleken zeer vondstrijk te zijn. Zo werd in de vulling niet alleen aardewerk maar ook leer, metaal en botmateriaal aangetroffen. Het aardewerk kan in de tweede helft van de 14de eeuw gedateerd worden. Het botmateriaal bestaat uit slachtafval, voornamelijk van grote zoogdieren zoals rund en paard. De metalen voorwerpen bestaan uit enkele nagels en kopspeldjes, en een riemtong in messing. Het leer dat overvloedig aanwezig was in de vulling van deze kuil omvat zowel losse delen van schoenen als een volledige kinderschoen, naast enkele fragmenten van de riem die vermoedelijk bij de riemtong horen.

Er zijn ook tekenen van kleine, ondiep bewaarde paalkuilen. Verder ook enkele onregelmatige verkleuringen in het vlak waarin sporen van 'trampling' herkend werden.

15de - 17de eeuwse grondsporen

Datering: 15de eeuw, 16de eeuw, 17de eeuw
Typologie: grachten (infrastructuur), greppels
Materiaal: aardewerk, dierlijk bot, hoorn

Beschrijving:
Sporen van structurele ophoging en herinrichting van het onderzoeksterrein.
De ophoging van het terrein kaderde meer dan waarschijnlijk binnen de strijd tegen de erg natte en drassige toestand van het terrein voor en tijdens de eerste occupatiefase. Gedurende de hele tweede occupatiefase bleef men zoeken naar manieren om het terrein droog te krijgen: na een verdere ophoging van het terrein werden in het zuidelijke deel van het terrein twee brede drainagegrachten aangelegd. Deze kaderden mogelijk binnen een complex netwerk van lokale drainagegrachten en –greppels in de onmiddellijke omgeving van de toenmalige Leieoevers.

Eén van deze afzettingen bevatte aardewerk dat in de 17e eeuw gedateerd kan worden. De overige vulling van het spoor bestond uit enkele omvangrijke, vaak vrij puinrijke dempingspakketten. In deze dempingspakketten werd niet alleen aardewerk aangetroffen, maar ook puinbrokken en veel botmateriaal. Het botmateriaal omvat niet enkel hoornpitten van rund maar ook een kleine hoeveelheid slachtafval afkomstig van andere diersoorten (paard, varken, schaap/geit). Gezien de aard en de samenstelling van deze dempingspakketten toont aan dat de volledige greppel acuut gedempt werd. Behalve de onderste humeuze afzettingen bevatte de vulling van het spoor geen aanwijzingen voor gebruiksfasen uit een periode dat de gracht watervoerend was.

2de helft 17de - 18de eeuwse grondsporen

Datering: 18de eeuw, tweede helft 17de eeuw
Typologie: grachten (infrastructuur), kalkputten
Materiaal: aardewerk, steengoed

Beschrijving:
De tweede helft van de 17e eeuw bleek een erg dynamische periode: niet alleen onderging het grachtensysteem op het onderzoeksterrein een definitieve herinrichting, ook werd het onderzoeksterrein voor het eerst structureel bebouwd. Daarnaast werd centraal op het onderzoeksterrein een artisanale installatie opgericht.

In de twee parallelle grachten in het zuiden van het plangebied werd aardewerk gevonden dat gedateerd wordt in de tweede helft van de 17de en de eerste helft van de 18de eeuw. Het gaat vooral om kookgerei, maar ook andere vormen zoals een olielamp of zalfpot. Binnen het gebruiksaardewerk werden ook meer versierde exemplaren opgetekend, zoals majolica borden (zowel monochroom als polychroom beschilderd) en kannen in Raeren steengoed met appliquées en stempeling op hals en schouder, en een Fürstenkrug in Westerwald steengoed.

De bakstenen kalkputten leverden slechts een beperkte hoeveelheid aardewerk op. Dit materiaal kan gedateerd worden in het midden en de tweede helft van de 17de eeuw, en bestond uit rood en Iberisch aardewerk, en steengoed (waaronder een halsfragment van een baardmankruik).


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Godshuishammeke [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/979706 (Geraadpleegd op 14-06-2021)