waarneming

Vlasstraat

archeologisch element
ID
980622
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/980622

Beschrijving

Tijdens het onderzoek aan de Vlasstraat in Lommel zijn 2068 lithische artefacten ingezameld. Deze zijn in grote mate afkomstig van een klein vondstcluster (ca. 10-19 m²) met een min of meer centraal gelegen oppervlaktehaard. Het aantal artefacten dat buiten het cluster is aangetroffen is beperkt en vermoedelijk behoren deze tot dezelfde occupatie. Bijkomende vondstclusters zijn niet aanwezig. De site is aangetroffen in de top van een lage dekzandrug waarin zich een podzolbodem heeft ontwikkeld. Deze dekzandrug is vermoedelijk op het eind van het Laat-glaciaal of het begin van het Holoceen gevormd op Vroeg-Pleistocene, grindrijke, fluviatiele Zanden van Lommel. De eeuwen en millennia na de occupatie is de zandrug nog verschillende malen gereactiveerd (vermoedelijk o.i.v. ontbossing) tot de site uiteindelijk bedolven is geraakt onder een meters dik (ca. 2,5-3,5 m -mv) zandpakket. Door de afdekking is de site zeer goed bewaard. De verticale vondstspreiding is beperkt en vertoont een unimodaal patroon, wat kenmerkend is voor gaaf bewaarde vindplaatsen in een podzolbodem. De horizontale vondstspreiding is eveneens beperkt en wordt niet verstoord door recente ingrepen of natuurlijke fenomenen zoals boomvallen. Het vondstmateriaal zelf maakt een ‘verse’ indruk. De aanwezigheid van glans en/of patina is vastgesteld, maar de ribben en boorden van de artefacten zijn nog zeer scherp. Iets meer dan een kwart van de vondsten (ca. 27 %) is verbrand. Deze verbrande artefacten clusteren sterk en vormen naar alle waarschijnlijkheid de neerslag van een min of meer centraal gelegen haard. In deze haard is ook een beperkte hoeveelheid bot en hazelnootdoppen aangetroffen. Vooral het vroeg-mesolithicum is goed vertegenwoordigd in het vondstmateriaal. Tientallen microliet(fragment)en evenals hun productie-afval, zijn ingezameld. Op basis van dit microlietspectrum behoort de site tot de zgn. Groep van Verrebroek. Een assemblage-type dat in de tweede helft van het Preboreaal wordt gedateerd. Deze datering wordt in Lommel bevestigd door vier radiokoolstofdateringen aan verkoolde hazelnootdoppen uit de oppervlaktehaard. Deze dateringen liggen alle binnen enkele tientallen jaren van elkaar en plaatsen het cluster tussen ca. 8230 en 7840 voor Christus. Hiermee levert het onderzoek aan de Vlasstraat meteen ook een belangrijke bijdrage aan de typochronologie van het mesolithicum in de Kempen. Het aantal radiometrisch gedateerde vindplaatsen voor de regio en de Kempen in het algemeen is namelijk nog zeer beperkt. De aanwezigheid van twee smalle microklingen met afgestompte boord duidt op enige activiteit (jacht?) in het midden-mesolithicum. Recentere vondsten zijn niet gedaan. Het ingezamelde werktuigspectrum is beperkt (n=53). Naast de reeds vermelde microliet(fragment)en (n=40) gaat het om een handvol niet nader determineerbare werktuigfragmenten, twee schrabbers en enkele gebruikte en/of geretoucheerde afslagen. Kleine vondstclusters die gedomineerd worden door microlieten worden vaak als jachtkampen geïnterpreteerd. Echter, bij doorgedreven microslijtageonderzoek blijkt regelmatig dat ook ruwe, niet-geretoucheerde afhakingen, net als de werktuigen sensu stricto, voor allerlei activiteiten worden ingezet. Een dergelijk ‘breed’ spectrum wijst dan weer eerder in de richting van een basiskamp. De absolute dominantie van de pijlbewapening/jacht kan dus maar schijn zijn. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van de site blijft met andere woorden geboden. Hetzelfde geldt ook voor het seizoen van occupatie. De aanwezigheid van verkoolde hazelnootdoppen kan een aanwijzing vormen voor een occupatie aan het eind van de zomer wanneer de hazelnoten rijp zijn. Echter, geroosterde hazelnoten kunnen onder de juiste omstandigheden verschillende maanden tot een half jaar worden bewaard. Het kan dus net zo goed gaan om een winterkamp.
Wel is duidelijk dat in Lommel zowel microklingen als microlieten zijn geproduceerd. Alle stadia van de chaîne opératoire zijn aanwezig: startend bij de ruwe vormgeving van de knollen, de kernvoorbereiding, microklingproductie, kernverfrissing tot en met de selectie van dragers en de productie van microlieten. Ook de geretoucheerde afslagen en/of schrabbers zijn vermoedelijk ter plekke vervaardigd, daarop wijst de vondst van minimaal één retouche-afslag.
Of de vindplaats zich beperkt tot één geïsoleerd gelegen vondstcluster is niet helemaal duidelijk. Het kan namelijk niet helemaal worden uitgesloten dat zich in de onmiddellijke nabijheid nog meer clusters bevinden. Het onderzoek heeft zich vooral gericht op de locatie van de ingreep. Net ten noorden van de bouwput, in de bufferzone bevinden zich in elk geval twee positieve boorlocaties. Ook verder zuidwaarts waar geen bijkomende boringen zijn geplaatst kunnen clusters zijn gemist. Zo is het vondstcluster aangetroffen in een zone die tijdens de verkennende archeologische boringen geen vondsten heeft opgeleverd. Het onderzoek aan de Vlasstraat te Lommel heeft een mooie momentopname uit de middensteentijd opgeleverd en aangetoond dat ook kleinschalig steentijdonderzoek tot een grote kenniswinst kan leiden.


Auteurs :  BAAC bvba Vlaanderen
Datum  : 06-11-2020

Lithische vondstenconcentratie

Datering: middenmesolithicum, vroegmesolithicum
Typologie: haardplaatsen, kampplaatsen, werktuigen
Context: dekzandruggen, podzols
Soort: Corylus
Materiaal: biologisch materiaal, lithisch materiaal, vuursteen
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Vlasstraat [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/980622 (Geraadpleegd op 03-03-2021)