is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 6508
Deze aanduiding is geldig sinds
Naar aanleiding van een geplande woonverkaveling werd na een positief vooronderzoek, het projectgebied onderworpen aan een vlakdekkende opgraving. De oudste sporen betreffen ontginningsactiviteiten uit de late middeleeuwen. De aanwezige kuilen worden in verband gebracht met mogelijke zandleemwinning. Het paleo-ecologisch onderzoek uit een van deze kuilen toont aan dat de omgeving voornamelijk begroeid was met bomen, grassen en struikhei. Er lijken weinig antropogene indicatoren aanwezig. Uit dezelfde periode dateren enkele greppels en een aantal paalkuilen waaronder twee palenrijen. Er zijn echter geen structuren herkend. Vanaf de 15de/16de eeuw wijzen de sporen op de aanwezigheid van een woonerf zonder dat er gebouwstructuren herkend zijn. Greppels bakende mogelijk het erf af en op het erf is een 16de-eeuwse tonput vastgesteld. Het paleo-ecologisch onderzoek wijst op landbouwactiviteiten en de aanwezigheid van cultuurgewassen. Uit dezelfde periode dateren de begravingen van een hond, een kat en een rund. Een grote depressie is mogelijk als drenkpoel te interpreteren. Tussen de 16de en 18de eeuw verschijnen de eerste bakstenen structuren. Het hoevegebouw vertoont twee bouwfasen (zichtbaar op Ferrariskaart). Het centrale hoofdgebouw was ingedeeld in drie kleinere ruimten waarvan resten van twee vloeren zijn teruggevonden. In het noorden en zuidwesten waren twee aanbouwen aanwezig. Verder zijn nog een afvoergootje, een bezinkput, een grote rechthoekige bakstenen structuur, meerdere puinkuilen en muurresten ingetekend. In de 19de eeuw wordt een bijkomend hoevegebouw opgericht met een bijhorende waterput in baksteen (zichtbaar op Popp-kaart en atlas van de buurtwegen). Naast uitbraaksporen zijn nog een beerput met bepleisterde vloer, kelderruimtes en beerbakken aangetroffen. Beide boerderijen bleven in gebruik tot in de 20ste eeuw zoals aangetoond door de verbouwingen en de herbruikte beerputten en vier betonnen regenwaterputten.
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv
Beschrijving:
Binnen de opgravingszone werden geen gebouwstructuren vastgesteld, wel mogelijke afbakeningsgreppels, een tonput waarvan de eikenhouten duigen een dendro-datering leverden (gekapt eind 15de eeuw), dierlijke begravingen en een mogelijke drenkpoel. Het pollenmateriaal in de waterput wijst op landbouwactiviteiten (cultuurgewassen, open cultuurlandschap, mestschimmels). De vondsten uit deze fase omvatten grijs aardewerk, oxyderend gebakken aardewerk met loodglazuur, Langerwehe steengoed, majolica, een bronzen muntje en ijzeren nagels.
Beschrijving:
Muurresten van een centraal hoevegebouw met aanbouwen, vloeren, kelders en erfgerelateerde structuren. Het aardewerk omvat oxyderend gebakken aardewerk met loodglazuur, steengoed uit Westerwald, pijpaarde en bouwmateriaal
Beschrijving:
Verbouwingen aan de bestaande hoeve en bouw nieuwe hoeve. Herbruik van oudere beerputten en aanleg bakstenen en betonnen waterputten. De vondsten omvatten oxyderend gebakken aardewerk met loodglazuur, pijpaarde, bouwmateriaal en ijzerwerk (o.a. deurgrendel).
Beschrijving:
In de sporen werd voornamelijk grijs aardewerk aangetroffen. De vulling van de grootste kuil werd bemonsterd voor 14C-datering en paleo-ecologisch onderzoek. Enkel het palynologisch onderzoek leverde resultaat: antropologische indicatoren ontbreken nagenoeg, de omgeving was vooral begroeid met bomen, grassen en struikhei. Dit wijst erop dat het gebied mogelijk voor ontginning van zandleem bezocht werd.
Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2025: Bankstraat 88 [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/980838 (geraadpleegd op ).
Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed
Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.