waarneming

Molenstraat Laarweg

archeologisch element
ID
980998
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/980998

Beschrijving

Er werd een aanzienlijke hoeveelheid sporen en structuren opgeleverd, daterend uit de late ijzertijd, volle en late middeleeuwen. De sporen zijn aangetroffen in een matig natte zandleembodem. Algemeen voorkomend was een bodemopbouw bestaande uit één tot drie verploegde A-horizonten
direct boven een C-horizont. Het sporenvlak helt licht af richting het zuidwesten, met TAW waardes van 25,3 m +TAW in het noordoosten tot 24,9 m +TAW in het zuidwesten.

De opgraving heeft vier huisplattegronden uit de late ijzertijd opgeleverd. De huisplattegronden zijn drie- tot vierbeukig, en behoren vermoedelijk tot het geschrankt drie- tot vierbeukig type. Dit type komt veel voor in de regio en is op diverse sites in de omgeving aangetroffen. De plattegronden van de huidige opgraving behoren tot de lange variant. Het is niet duidelijk in hoeverre de bewoning op de huidige site plaatsvast was. Er zijn nauwelijks indicaties voor herstellingen of verbouwingen. Vermoedelijk werden de boerderijen steeds op korte afstand van de vorige opgericht.
Ter hoogte van deze huisplattegronden konden vier erven worden gereconstrueerd. Qua opbouw passen deze goed binnen de gekende gegevens van het Maas-Demer-Scheldegebied. Bij de huidige opgraving zijn op elk erf enkele spiekers aanwezig, bij één plattegrond aangevuld met een kuil. Waterputten uit deze periode zijn niet aangetroffen. Mogelijk zijn deze op enige afstand aangelegd, in een lager gelegen deel van het landschap.
De meeste spiekers liggen op 20 tot 30 m van de huisplattegrond, richting het zuidoosten. Dat zijn de iets hoger gelegen delen waar zich vermoedelijk de akkers bevonden. Ook het aardewerk past binnen de grotere aardewerktradities van de MDS-regio. Verder is er nauwelijks vondstmateriaal uit deze periode aangetroffen. Ook waren er geen voor analyse geschikte stalen aanwezig, zodat er geen zicht is op de voedseleconomie en landschappelijke ontwikkeling.

De aangetroffen sporen en structuren laten zien dat het terrein in de volle middeleeuwen intensief bewoond en gebruikt is geweest. De opgraving heeft een grote variatie aan gebouwtypen opgeleverd. Door de dateringen en oversnijdingen is het duidelijk dat er minstens drie fasen van bewoning aanwezig zijn. Ook de middeleeuwse bewoning past aanvankelijk goed in het gekende beeld van het nederzettingspatroon. De bootvormige huisplattegrond uit de eerste fase (12de eeuw) past goed binnen de typologie en de erfopbouw, met een haaks geplaatst bijgebouw, enkele spiekers en grote schuur is typisch voor de Volle Middeleeuwen. Enkel de waterputten liggen vaak op grotere afstand en niet dicht bij de huizen.

Dit verandert in de tweede fase (eerste helft 13de eeuw). De twee aangetroffen tweebeukige huisplattegronden passen niet binnen de gekende typologie en zijn nauwelijks gekend in Vlaanderen en Zuid-Nederland. Het is niet duidelijk waar deze bouwtraditie vandaan komt. Ook de erfindeling verandert, met wellicht schuren op grotere afstand van de boerderij. Omdat de erven niet volledig zijn opgegraven is er te weinig zicht op de exacte indeling maar ze zijn moeilijk vergelijkbaar met sites in de regio.

Op de derde fase (tweede helft 13de eeuw) is eveneens weinig zicht. Duidelijk is wel dat er een omgreppeld erf aanwezig. Verder zijn er van deze fase te weinig gegevens voorhanden om ze goed te kunnen kaderen in de regionale onderzoeksgeschiedenis.

Het aardewerkensemble bestaat voornamelijk uit lokale of regionale waar, wat overeenkomt met volmiddeleeuwse sites in de omgeving. Bij het natuursteen zijn fragmenten en afgeronde brokken van roterende maalstenen van vesiculaire lava aangetroffen, die mogelijk tot een loper en ligger van dezelfde handmolen hebben behoord. Deze steensoort werd nog veelvuldig gebruikt in de volle middeleeuwen.

Binnen de nederzetting werden de graansoorten rogge, gerst en emmer- of spelttarwe werden gegeten. Deze graansoorten werden lokaal op akkers verbouwd. De omgeving van de nederzetting had een open karakter, met op enige afstand de verbouw van graan op akkers, grasland waar mogelijk vee op werd geweid en heidevelden. Op enige afstand van de nederzetting was kwamen verschillende bomen en struiken voor, mogelijk in open bossen of struikgewas, terwijl op het nederzettingsterrein zelf vermoedelijk enkele losstaande bomen aanwezig waren, zoals eik en hazelaar. 

Uit de nieuwe tijd zijn hoofdzakelijk perceelsgreppels en karrensporen binnen het wegtracé van de Leerlooiersweg aangetroffen, alsook een tweetal kleinere en ondiepe waterputten die zich opmerkelijk onder het tracé van de Leerlooiersweg bevonden. 


Auteurs :  VLAAMS ERFGOED CENTRUM bvba (VEC)
Datum  :

Late ijzertijd

Datering: late ijzertijd (oosten)
Typologie: gebouwplattegronden, paalsporen, spijkers, vaatwerk, vierpostenspijkers, zespostenspijkers
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Vier erven met telkens 1 huisplattegrond van het wellicht geschrankt drie- tot vierbeukige type. Op elk erf waren verder nog enkele 4- tot 6-postenspiekers aanwezig. De weinige aardewerkvondsten waren sterk gefragmenteerd en horen tot de MDS-traditie.

Middeleeuwen

Datering: 12de eeuw, 13de eeuw, late middeleeuwen, volle middeleeuwen
Typologie: gebouwplattegronden, greppels, kuilen, paalsporen, schuren, spijkers, vaatwerk, woonstalhuizen (archeologisch erfgoed)
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk, natuursteen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Meerdere erven met huisplattegronden waarin 3 fasen kunnen herkend worden. Uit de 1ste fase (12de eeuw) stamt een bootvormig gebouw met haaks erop staand bijgebouw, enkele spiekers en een schuur. Uit de 2de fase (eerste helft 13de eeuw) stammen 2 erven met telkens een tweebeukig gebouw waarvan het grondplan minder bekend is in de regio. Aan een gebouw sluit om een omgreppeld (weide) areaal aan, het andere erf lijkt deels omgreppeld. In de 3de fase (tweede helft 13de eeuw) zijn tenminste 3 omgreppelde erven bekend met binnen een ervan een onvolledige plattegrond, een waterput en een aantal spiekers. Verder zijn meerder kuilen, greppels en waterputten (5) aanwezig. In geen van de waterputten is de houten bekisting bewaard. Het aardewerk is lokaal tot regionaal vervaardigd en de brokken maalsteen in lava verwijzen naar het gebruik van handmolens.

Nieuwe tijd

Datering: nieuwe tijd
Typologie: karrensporen, perceelsgreppels, waterputten, wegen
Context: archeologische sporen en uitgravingen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Voornamelijk perceelsgreppels, karrensporen op het tracé van de Leerlooiersweg maar ook twee waterputten, eerder kleine en ondiepe structuren waarvan er twee onder de Leerlooiersweg gelegen zijn.


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Molenstraat Laarweg [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/980998 (Geraadpleegd op )