waarneming

Over d'Aa

archeologisch element
ID
981033
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/981033

Beschrijving

Naar aanleiding van een geplande woonverkaveling werd binnen het projectgebied een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd bestaande uit een proefsleuvenonderzoek. In de zuidoosthoek van het terrein werd een erf aangetroffen uit de nieuwe tijd. De vindplaats omvat een kleine, ondiepe kelder, een perceelsgracht en enkele kuilen en paalkuilen. De opvulling van de kelder bestond voor een deel uit bouwpuin van een constructie in vakwerk die op deze plaats heeft gestaan. Dat het gaat om een gebouw in vakwerk is duidelijk op te maken uit de hoeveelheid leem in de bovenste opvullingslaag van de kelder. De ceramiek dateert de afbraak van het gebouw na het einde van de 17de eeuw. Dit sluit aan bij de weergave op de Ferrariskaart die geen enkel gebouw toont op het perceel in het laatste kwart van de 18de eeuw. Alle sporen die in de buurt werden aangetroffen behoren tot hetzelfde erf dat op basis van de vondsten vooral in de tweede helft van de 17de eeuw actief is geweest. Afgezien van het huis, waarvan het bestaan indirect
werd aangetoond, zijn er geen overdekte structuren aangetroffen. Een watervoerende gracht bakende het erf af aan de oostzijde. Vermoedelijk strekte het kleine erf zich niet uit buiten het onderzoeksgebied. Het ontbreken van middeleeuwse vondsten in de akkerlaag en het feit dat in de 18de eeuw een naburig perceel nog als heide werd gebruikt, doet vermoeden dat de kleinschalige boerderij in de eerste helft van de 17de eeuw gesticht werd om de heide te ontginnen. Uit de aangetroffen sporen en de evolutie van het akkerdek kan afgeleid worden dat de boer niet beschikte over een potstal. Alles wijst erop dat de geleidelijke verhoging van het akkerdek en het daarmee samenhangend gebruik van plaggenmest, een proces is dat pas na de afbraak van de boerderij aanving. Verder werden geen sporen of vondsten aangetroffen die ouder zijn dan de 17de-eeuwse boerderij. Mogelijk zijn er die nooit geweest, of werden zij vernield bij de ontginning van de heide, waarbij de oorspronkelijke podzolbodem vrijwel volledig werd weggegraven. 


Auteurs :  Fodio bvba
Datum  : 17-02-2021

Erf 17de eeuw

Datering: eerste helft 18de eeuw, tweede helft 17de eeuw, vierde kwart 16de eeuw
Typologie: indicaties voor vakwerkbouw, kelders, kuilen, paalkuilen, perceelsgreppels, vaatwerk
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk, pijpaarde
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Ondiepe kleine kelder (2,33 bij 2,21m) parallel met de straat. Vlakke bodem, 3 vullingslagen met onderaan een dump van baksteenbrokken. Zes vondsten nl. 3 baksteenfragmenten, een brok kalksteen, een ijzeren nagel en een scherf steengoed uit Westerwald (einde 17de of begin 18de eeuw). Gracht, mogelijk een perceelsgracht die het erf lijkt te omvatten (150 tot 180 cm breed en max. 54 cm diep met steile wand). De vondsten omvatten 8 scherven oxyderend gebakken aardewerk, een pijpensteeltje en 2 scherven majolica (einde 16de tot begin 18de E). Vier paalkuilen o.a. met baksteenfragment, scherven oxyderend gebakken aardewerk en een scherf steengoed uit Raeren of Aken. Twee kuilen o.a. met een fragment van een pijpaarden beeldje (2de helft 17de tot eerste helft 18de eeuw). Op de Ferrariskaart staat het boerenerf niet aangeduid dus moet het toen al afgebroken geweest zijn.

Nieuwste tijd

Typologie: paalkuilen, spitsporen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Meerdere spitsporen en verspitte zone in het westelijke en centrale deel van het onderzoeksgebied. In het oostelijke deel van het terrein werden 14 paalkuilen aangetroffen die van reentere oorsprong zijn. Geen vondsten. Tevens zijn talrijke recente verstoringen geregistreerd.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Over d'Aa [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/981033 (Geraadpleegd op 25-06-2021)