waarneming

Prinsenhof Kuringen

archeologisch element
ID
981127
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/981127

Beschrijving

Het archeologisch onderzoek van het Prinsenhof in Kuringen vond plaats in het kader van een B.T.K.-project van de stad Hasselt tijdens de periode 16 juli tot 5 december 1986 en 1 april tot 30 september 1987 en stond onder de wetenschappelijke begeleiding van de Nationale Dienst voor Opgravingen. Dit onderzoek ging gepaard met een historisch onderzoek. De oudste bewoningsfase gaat terug tot de 13de eeuw wanneer een circulair aarden woonplatform werd opgeworpen op een laag hout, omgeven door een aarden ringwal. Het onderliggende steunbed van takken diende wellicht om de zeer drassige ondergrond enigszins te stabiliseren en strekte zich uit over een oppervlakte van 10m diameter (10 tot 20cm dik). 14C-datering op dit hout gaf een datering van 95% kans tussen 1154 en 1305. De zandlagen van het ophogingspakket bevatten (oudere) intrusieve scherven Maaslands wit aardewerk dat gedateerd moet worden tussen 1040 en 1140 zodat er reeds een oudere vorm van bewoning te veronderstellen is op de zandgronden aan de rand van de Demervallei waarvan het zandpakket afkomstig was.  De hoogte van het aarden plateau blijft onbekend evenals eventuele sporen van bebouwing. De aarden ringwal rond het motteplateau was minstens 2m hoog en 7,5m breed aan de basis en had een diameter van 25 tot 30m. De buitenvoet van de wal was onderstut door zware, aangepunte eikenhouten palen. Aan de westzijde hebben enkele palen mogelijk deel uitgemaakt van een toegangsbrug. Wellicht was het geheel omgeven door een gracht. Typologisch is deze motte te interpreteren als een 13de-eeuwse castrale motte, een vooral symbolische uiting van macht. De motte is wellicht opgeworpen door de graven van Loon. Rond het einde van de 13de eeuw (op basis van aardewerkvondsten) werd het woonplateau aanzienlijk uitgebreid en lijkt de aarden wal vervangen door een rechthoekige of vierkante muur uit onregelmatige blokken limoniet of moerasijzererts. De ruimte binnen deze muur werd met nieuwe zandpakketten opgevuld en geëgaliseerd zodat een dubbel zo grote woonruimte ontstond. Ongeveer tegelijkertijd (datering op basis van aardewerkvondsten) legde men in het westen, tegenover de kerk en op de rand van de gracht, een vierkante stenen structuur aan. De muren ervan waren in limonietblokken opgebouwd (1m dik) en tot 3 m diep gefundeerd. Dit stenen complex is te interpreteren als ingangsstructuur. Deze uitbreiding en verbouwingen staan ongetwijfeld in verband met de verhuis van de graven van Loon naar Kuringen na vernieling van hun burcht in Borgloon (te situeren voor 1232). In 1240 gaf Arnold van Loon het vrijheidscharter aan de inwoners van Kuringen. Tijdens de 14de eeuw (datering op basis van aardewerkvondsten) verbouwde men het complex tot een rechthoekige of stenen waterburcht (33 bij 35m) met een ronde of hoefijzervormige toren op elke hoek. De zware muren waren opgebouwd uit limonietblokken en waren tot 1,5m dik. De fundering ervan rustte op 4,20m diepte op houten paaltjes die in de moerassige bodem geheid waren. Vermoedelijk uit dezelfde periode dateert een rechthoekige vleugel binnen de westelijke kasteelmuur (21,7 bij 8,5m). Deze vleugel had een binnenindeling van 3 vertrekken van ongelijke grootte. De lange binnenmuur van deze vleugel vertoonde meerdere bouwwijzen, verschillende funderingsdiepten en verzakkingen, wellicht vanwege de onstabiele ondergrond van de eerdere ringwal. Herstellingen van de westelijke buitenmuur van het kasteel zijn uitgevoerd in zgn. Diestiaan zandsteen. Dit type van versterking verving de oudere castrale motten. Ook deze burcht is toe te schrijven aan de graven van Loon dit tot 1366 in Kuringen verbleven. Daarna kwam de burcht in handen van de prinsbisschoppen van Luik en verloor het haar strategisch belang. Het domein werd een buitengoed waar de prinsbisschoppen slechts zelden verbleven wat verwaarloozing in de hand werkte. Rond 1515 liet prinsbisschop Erard van der Marck grootschalige veranderingswerken uitvoeren zodat het buitengoed het aspect kreeg van een luxueus Renaissance-kasteel. Archeologisch onderscheidt deze fase zich in een aantal nieuwe funderingen, alle uitgevoerd in baksteen. Zo kreeg een deel van de ringmuur een parament van baksteen met speklagen in witte zandsteen, verving men de oude hoektorens door torens in baksteen en creëerde men een nieuwe ingangspartij met ophaalbrug in de zuidelijke muur. Tegenover deze monumentale structuur zijn nog 2 brugpijlers in de gracht vrijgelegd. In een van de zijmuren van deze ingangspartij bevond zich een latrine. Van de inwendige structuur van dit kasteel is buiten 2 kelders niets teruggevonden wat er op wijst dat het kasteel grondig vernield werd in de 18de en 19de eeuw. De aanzienlijke hoeveelheid postmiddeleeuws materiaal in de gracht- en keldervullingen toont aan dat het kasteel in de 17de en 18de eeuw toch nog bewoond was, wellicht door garnizoensoldaten vooraleer het vanaf 1741 als 'steengroeve' gebruikt werd om de banmolens en sluizen van Hasselt te herstellen. Na verkoop van het domein na de Franse Revolutie, kwam het in privé-bezit van o.a. de familie Bamps (tweede helft van de 19de eeuw) die bovenop de ruïnes een neo-renaissancekasteeltje bouwde met incorporatie van een van de vroegere torens. Tegenwoordig is het complex in het bezit van de Stad Hasselt.


Bron     : Annaert R. & Jacobs V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prinsenhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
Auteurs :  Annaert, Rica
Datum  : 05-03-2021

Volmiddeleeuwse bewoning

Datering: eerste helft 12de eeuw, tweede helft 11de eeuw
Typologie: ophogingslagen, vaatwerk
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk
Thema: Mottes
Gebeurtenis:
  • Opgravingen Prinsenhof Kuringen
    • Bron: ANNAERT R., JACOBS V. & VAN IMPE L. 1987: Historisch en archeologisch onderzoek van het Prinsenhof te Kuringen (gem. Hasselt), Archaeologia Belgica n.r. III, 247-250.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & JACOBS V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prin¬senhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
      Literatuur (1989)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1987: Het 'Prinsenhof' van Kuringen (Limb.), Archaeologia Mediaevalis, 10, 18-19.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1988: Het 'Prinsenhof' van Kuringen te Hasselt, Archaeologia Mediaevalis, 11, 34-36.
      Literatuur (1988)

Beschrijving:
Secundaire aanwezigheid van zgn. Andenne-ceramiek uit periode Ia in de ophogingspakketten van de latere motte getuigen van aanwezigheid van bewoning op de zandgronden aan de rand van de Demervallei vanwaar de zandpakketten afkomstig zijn.

13de-eeuwse motte

Datering: 13de eeuw, tweede helft 12de eeuw
Typologie: motteheuvels, muurresten, ophogingslagen, stabiliseringslagen, toegangsbruggen, vaatwerk, walgrachten
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Thema: Mottes
Gebeurtenis:
  • Opgravingen Prinsenhof Kuringen
    • Bron: ANNAERT R., JACOBS V. & VAN IMPE L. 1987: Historisch en archeologisch onderzoek van het Prinsenhof te Kuringen (gem. Hasselt), Archaeologia Belgica n.r. III, 247-250.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & JACOBS V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prin¬senhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
      Literatuur (1989)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1987: Het 'Prinsenhof' van Kuringen (Limb.), Archaeologia Mediaevalis, 10, 18-19.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1988: Het 'Prinsenhof' van Kuringen te Hasselt, Archaeologia Mediaevalis, 11, 34-36.
      Literatuur (1988)

Beschrijving:
Aarden motteheuvel op een funderingslaag van takken, omgeven door een ringwal die later vervangen werd door een vierkante of rechthoekige muur in blokken limoniet. Westelijke ingangsstructuur met aanwijzingen voor de aanwezigheid van een houten brug. De datering van de motte-aanleg is gebeurd op basis van een 14C-analyse op het takkenbed: tussen 1154 en 1305. Een scherf Maaslands wit aardewerk uit het laatste kwart van de 13de eeuw, aangetroffen in het metselwerk van de muur, dateert de bouw van de muur rond het einde van de 13de eeuw. De ingangsstructuur met houten brug is gedateerd op basis van de aanwezige scherven van voorraadpotten uit zgn. Elmpterwaar uit de tweede helft van de 13de eeuw.

14de-eeuwse waterburcht

Datering: 14de eeuw
Typologie: grachten (verdedigingselementen), muurresten, torens, vaatwerk, waterkastelen
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk
Thema: Mottes
Gebeurtenis:
  • Opgravingen Prinsenhof Kuringen
    • Bron: ANNAERT R., JACOBS V. & VAN IMPE L. 1987: Historisch en archeologisch onderzoek van het Prinsenhof te Kuringen (gem. Hasselt), Archaeologia Belgica n.r. III, 247-250.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & JACOBS V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prin¬senhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
      Literatuur (1989)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1987: Het 'Prinsenhof' van Kuringen (Limb.), Archaeologia Mediaevalis, 10, 18-19.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1988: Het 'Prinsenhof' van Kuringen te Hasselt, Archaeologia Mediaevalis, 11, 34-36.
      Literatuur (1988)

Beschrijving:
De graven van Loon bouwden de castrale motte om tot een waterburcht met vier torens op de hoeken. Binnen de muren is een residentieel gedeelte blootgelegd bestaande uit drie ongelijke vertrekken. De muren zijn gebouwd met limonietbrokken. De aardewerkvondsten die gepaard gaan met deze fase omvatten zgn. Elmpter waar, vroeg steengoed, steengoed met sinterengobe, hoogversierd aardewerk en klinkend hard gebakken aardewerk, ook wel Limburgs aardewerk genoemd.

16de- tot 17de-eeuwse Renaissance residentie

Datering: 16de eeuw, 17de eeuw
Typologie: kastelen (woningen), kelders, latrines, muurresten, toegangsbruggen, vaatwerk
Context: archeologische objecten, archeologische sporen en uitgravingen
Materiaal: aardewerk, glas, ijzerzandsteen, metaal, zandsteen
Thema: Mottes
Gebeurtenis:
  • Opgravingen Prinsenhof Kuringen
    • Bron: ANNAERT R., JACOBS V. & VAN IMPE L. 1987: Historisch en archeologisch onderzoek van het Prinsenhof te Kuringen (gem. Hasselt), Archaeologia Belgica n.r. III, 247-250.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & JACOBS V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prin¬senhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
      Literatuur (1989)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1987: Het 'Prinsenhof' van Kuringen (Limb.), Archaeologia Mediaevalis, 10, 18-19.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1988: Het 'Prinsenhof' van Kuringen te Hasselt, Archaeologia Mediaevalis, 11, 34-36.
      Literatuur (1988)

Beschrijving:
Prinsbisschop Erard van der Marck bouwde de waterburcht om tot een residentieel kasteel. De nieuwe funderingen bestonden alle uit baksteen en de buitenmuren van zowel torens als residentie hadden een parament met afwisselend baksteen en zandsteen. Een nieuwe ingangsstructuur met heroriëntering naar het zuiden en een brug met bakstenen pijlers gaven toegang tot het kasteel. In dit complex bevond zich een kleine latrine. Buiten een tweetal ingestorte kelders is nauwelijks iets bekend van de binnenstructuur van deze residentie. Het archeologisch materiaal uit deze fase omvat steengoed uit Sieburg, steengoed met zoutglazuur, grijs aardewerk, oxyderend gebakken rood aardewerk, zgn. Hafner waar, majolica, faience, pijpaarde en porselein maar ook glazen voorwerpen o.a. het maigelein-type, berkemeiers, Venetiaans glas en fragmenten van ruitvormige glas-in-lood-vensters; munten, tinnen lepels, een gotische koperen kandelaar, ijzeren gebruiksvoorwerpen, twee lederen schoenzolen en enkele haardstenen.

Periode van verval 18de eeuw

Datering: 18de eeuw
Typologie: grachten (verdedigingselementen), kelders, vaatwerk
Context: archeologische objecten
Materiaal: aardewerk, pijpaarde
Thema: Mottes
Gebeurtenis:
  • Opgravingen Prinsenhof Kuringen
    • Bron: ANNAERT R., JACOBS V. & VAN IMPE L. 1987: Historisch en archeologisch onderzoek van het Prinsenhof te Kuringen (gem. Hasselt), Archaeologia Belgica n.r. III, 247-250.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & JACOBS V. 1989: Graven naar graven. Het 'Prin¬senhof' te Kuringen, residentie van Loonse graven en Luikse prinsbisschoppen. Geschiedenis en archeologie, De Vrienden van het Stadsmuseum v.z.w. 11, Hasselt.
      Literatuur (1989)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1987: Het 'Prinsenhof' van Kuringen (Limb.), Archaeologia Mediaevalis, 10, 18-19.
      Literatuur (1987)
    • Bron: ANNAERT R. & VAN IMPE L. 1988: Het 'Prinsenhof' van Kuringen te Hasselt, Archaeologia Mediaevalis, 11, 34-36.
      Literatuur (1988)

Beschrijving:
Nadat het kasteel dienst deed als verblijfplaats voor garnizoensoldaten vanaf het einde van de 17de eeuw raakte het in verval. Vanaf 1741 werd het kasteel als steengroeve gebruikt en bleef het in ruïneuze toestand achter. Uit deze periode dateert voornamelijk postmiddeleeuws aardewerk zoals oxyderend gebakken aardewerk met loodglazuur, recent steengoed uit Westerwald en Keulen, pijpaarde, ...


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Prinsenhof Kuringen [online] https://id.erfgoed.net/waarnemingen/981127 (Geraadpleegd op 15-06-2021)