Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een woonverkaveling, werd binnen het projectgebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.
Het plangebied zelf bevindt zich tussen +19.1 en +20.2 m TAW volgens de gemeten maaiveldhoogtes en kent een helling van west naar oost (richting de dorpskern). Deze helling is ook zichtbaar in de hoogtes van het aangelegde vlak. In de hoger gelegen delen is de bodem ook wat droger.
De gemiddelde diepte van het aangelegde vlak bedraagt ca. 70 cm-mv.
In de geregistreerde profielen werd zowel in de zone gekarteerd als OB als Pcc(h) een gelijkaardige bodemopbouw aangetroffen bestaande uit een AC-profiel in nat zandleem met een dik plaggendek. Tevens was de bodem erg nat en stond het grondwater hoog.
Verspreid over het terrein werden verscheidene verstoringen aangetroffen, die op basis van afvalmateriaal als recent te beschouwen zijn. Andere sporen zijn als ploegsporen geïnterpreteerd. Vondsten zijn niet waargenomen.