waarneming

De Meire

archeologisch element
ID
982123
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/982123

Beschrijving

In een eerste fase werd een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd, dat aantoonde dat er binnen de onderzochte zones geen goed bewaarde bodemsequenties of afgedekte loopvlakken aanwezig zijn, en er op basis van dit landschappelijk bodemonderzoek slechts geringe kans was op het aantreffen van in situ bewaarde artefactenvindplaatsen.

Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden op het noordelijk gedeelte sporen aangetroffen lopende van de metaaltijd tot de Romeinse periode, alsook enkele sporen uit WOI, het interbellum of WOII.

In het noordelijke gedeelte van het projectgebied werden paalsporen en een mogelijke kuil of paalspoor aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de metaaltijden tot Romeinse periode. Bij de sporen uit de metaaltijden konden 6 tot 7 paalsporen geobserveerd worden die deel kunnen uitmaken van een 6- tot 9-palige spieker. De overige paalsporen konden niet onmiddellijk in verband gebracht worden met een structuur.

Verder kwamen paalsporen aan het licht die deel lijken uit te maken van de lange zijde van een Romeins potstalgebouw. Het vondstmateriaal dat uit het potstalgedeelte kwam, kon gedateerd worden in de 2de helft van de 2de eeuw en misschien 3de eeuw. Ook een aantal andere sporen, grachten,  kon op basis van vondstmateriaal gedateerd worden in de Romeinse periode.

Daartussen werden enkele sporen die deel uitmaken van minstens 2 loopgraven aangesneden. Ze zouden kunnen dateren van het eindoffensief in 1918, of aangelegd zijn tijdens WOI (als oefenloopgraven), het interbellum of WOII. 

In het zuidelijk gedeelte was het aantal sporen in lagere densiteit aanwezig. Hierbij bleven enkele sporen ongedateerd, maar bestonden de meeste sporen uit grachten en greppels uit de nieuwe tot nieuwste tijd. Deze zijn tevens ook terug te vinden als perceelsgrenzen op historische
kaarten. In vier sporen kwam handgevormd aardewerk voor, maar op basis van de vulling wordt vermoed dat het gaat om natuurlijke sporen.

In de zuidelijke zone werden ook 2 steentijdartefacten als vondst in de moederbodem aangetroffen, een afslag met retouches en sporen van gebruik en een kling met gebruiksretouches en een afslag. Deze artefacten hebben een vermoedelijke datering uit het neolithicum.

Tijdens het waarderend booronderzoek werden echter geen verdere artefacten aangetroffen. De boringen leveren dus geen extra informatie op voor oudere bewoningsfasen of menselijke aanwezigheid in de omgeving van de locaties waar de silexvondsten werden gedaan. 


Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: De Logi & Hoorne bvba

Metaaltijden/Romeins

Datering: metaaltijden, Romeinse tijd
Typologie: paalsporen
Gebeurtenis:

Nieuwe/nieuwste tijd

Datering: nieuwe tijd, nieuwste tijd
Typologie: grachten (infrastructuur), perceelsgreppels
Gebeurtenis:

Ongedateerde sporen

Typologie: paalsporen
Gebeurtenis:

Romeinse periode

Datering: Romeinse tijd
Typologie: grachten (infrastructuur), paalsporen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Sporen WO

Datering: interbellum, WO I, WO II
Typologie: loopgraven
Gebeurtenis:

Steentijdartefacten

Datering: neolithicum
Materiaal: vuursteen
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: De Meire [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/982123 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.