is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 9338
Deze aanduiding is geldig sinds
Naar aanleiding van de bouw van een flatgebouw werd in de Appèlstraat te Ieper een proefputtenonderzoek uitgevoerd. Hierbij werden vier proefputten onderzocht. Er werden voornamelijk bakstenen structuren aangetroffen, alsook verschillende houten palen en een leeflaag. Het terrein werd bebouwd vanaf de 13de eeuw.
Na het proefputtenonderzoek volgde in 2020 een vlakdekkende opgraving. De bovenste puinpakketten die onder begeleiding van een archeoloog werden afgegraven waren te vermoedelijk te linken aan de opruimingsacties die binnen het plangebied plaatsgevonden hebben na de Eerste Wereldoorlog.
De oudste fase kon in de late 12de-vroege 13de eeuw gedateerd worden. Het plangebied lag toen nog buiten de omgrachtte bewoningskern van Ieper op de oostelijke oever van de Ieperleevallei. Toch leek er enige activiteit te hebben plaatsgevonden binnen het plangebied. Zo werden de terreinen wellicht als ontginningsgronden gebruikt. Wellicht werd zand of leem gewonnen voor de bouw van woningen binnen de prestedelijke nederzetting of om als ophogingsgrond te dienen. Enkele van deze kuilen werden na het graven als mestkuil hergebruikt. Naast kuilen werden ook enkele greppels herkend. Vermoedelijk dienden deze greppels als afwatering van de terreinen of werden deze greppels als de oudste percelering gegraven.
In de profielen was dit bouwrijp maken van de terreinen duidelijk op te merken als een eerste ophoging van het terrein. Doorheen het terrein liepen verschillende grachten. De dempingslagen van deze grachten leverden vaak zeer veel vondstmateriaal op dat in de 13de eeuw kon gedateerd worden.
Duidelijke sporen van houtbouw uit deze vroegste fase werden niet met zekerheid aangetroffen. Verschillende palen zijn bemonsterd voor dendrochronologie, maar kon van slechts één paal een datering verkregen worden. Verspreid over het terrein werden verschillende kuilen aangetroffen. Opvallend was dat één van beide kuilen gedempt was met zeer veel dierlijk botmateriaal. Verder werden ook verspreidde mestkuilen aangetroffen. Vermoedelijk lag het plangebied toen nog steeds op de achtererven van de panden die langsheen de omringde straten gelegen waren.
Vanaf de 14de eeuw werden de terreinen opnieuw opgehoogd. Leeflagen met verschillende haarden of haardlocaties werden tijdens de opgraving opgetekend. Twee van deze haarden werden aangelegd met hergebruikte slibversierde tegels, een derde bestond uit op de kant geplaatste daktegels. Naast verschillende houten structuren werden ook duidelijk een grote woning aangetroffen die als een breedhuis parallel aan de Appélstraat opgetrokken was. Het ging om een woning gefundeerd op houten palen met daarboven een bakstenen poer. In de 14de eeuw werden ook verschillende kuilen gegraven verspreid over de terreinen. Het ging hierbij zowel om gewone ontginningskuilen als mestkuilen. Opvallend was dat er bij veel kuilen ook veel dierlijk bot bewaard was, waarbij vaak veel hoornpitten of onderkaken aanwezig waren. Gezien de uniforme samenstelling van enkele ensembles (enkel runderonderkaken) kon vermoed worden dat dit botmateriaal gebruikt werd voor de productie van mergolie.
Dat er artisanale productie op de terreinen plaatsvond kon niet alleen aangetoond worden door de grote hoeveelheden dierlijk bot, maar ook door de aanwezigheid van enkele ovenstructuren.
Sporen uit de 15de eeuw waren eerder beperkt in aantal. Drie sporen die met zekerheid in deze eeuw konden gedateerd worden, waren een tonput, een kleine afvalkuil en een beschoeide mestkuil.
Sporen uit de 16de eeuw waren ook in beperkte mate aanwezig. In het zuiden werden enkele puinkuilen met aardewerk uit deze eeuw herkend. Jongere sporen (17de-19de eeuw) leken grotendeels afwezig. Dit was mogelijk te wijten aan de impact van de Eerste Wereldoorlog op het bodemarchief. Opvallend was wel dat er (fragmenten van) mortiergranaten uit de 17de of 18de eeuw aangetroffen werden bij de aanleg van de werkput. Vermoedelijk waren deze granaten afkomstig van een beschieting door de Franse troepen in het beleg van de stad in 1672, 1744 of 1794.
De jongste sporen waren in de 20ste eeuw te dateren. Het ging hierbij vooral om enkele recente verstoringen, wellicht te relateren aan de gebouwen die tot voor kort op de terreinen hebben gestaan en twee bakstenen structuren die zich ongeveer centraal in het onderzoeksgebied bevonden. Waarschijnlijk ging het hierbij om structuren die in de 19de eeuw opgetrokken waren en tijdens WO I vernield waren.
Auteurs: Van Remoorter, Olivier
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: BAAC Vlaanderen bvba; MONUMENT - VANDEKERCKHOVE
Beschrijving:
De beerput kan in de late 16de - vroege 17de eeuw gedateerd worden
Beschrijving:
Verspreid over het terrein werden verschillende houten palen aangetroffen waarvan de functie niet duidelijk was. In proefput 1 werden er twee aangetroffen, in werkput 2 en 4 ging het telkens om drie exemplaren.
De palen in werkput 2 lagen op een rechte lijn langs een kuil die gevuld was met bouwmateriaal, waaronder zich een bakstenen structuur bevond.
De palen in werkput 4 lagen ook op een rechte lijn en lijken een afscheiding te vormen tussen twee lagen, waarbij één van de lagen mogelijk als de aanleg van een gracht geïnterpreteerd kan worden.
Is deel van
Historische stadskern van Ieper
Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Appèlstraat [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/982475 (geraadpleegd op ).
Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed
Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.