De oudste sporen die in deze vindplaats aangetroffen zijn, dateren in de Romeinse tijd en bestaan uit twee houtskoolmeilers. Een meiler is bemonsterd, een fragment houtskool is door middel van ¹4C-onderzoek tussen 55 en 215 na Chr. (vroege tot midden-Romeinse tijd) gedateerd.
Het grootste deel van de sporen in vindplaats 2 is in de volle middeleeuwen te dateren. Het gaat hierbij om enkele structuren van hoofd- en bijgebouwen, (water)kuilen, greppels en een waterput.
Vindplaats 2 is opgedeeld in een oostelijk (vindplaats 2a) en een westelijk deel (vindplaats 2b). In het oostelijke deel zijn vijf plattegronden aangetroffen waarvan er drie als hoofdgebouw zijn geïnterpreteerd. De hoofdgebouwen bestaan uit drieschepige plattegronden met een brede middenbeuk, geflankeerd door twee smallere zijbeuken. Deze plattegronden zijn kenmerkend voor plattegronden in de volle middeleeuwen in deze regio en worden drieschepige hallenhuizen genoemd. Behalve de plattegronden zijn er, voornamelijk rondom deze gebouwplattegronden, losse paalkuilen aanwezig die niet tot een structuur gerekend kunnen worden. Mogelijk zijn er meer gebouwen aanwezig geweest die slecht zijn geconserveerd zodat ze niet meer te herkennen zijn. Rond de drie hoofdgebouwen zijn erven gereconstrueerd. Buiten de erven zal het omliggende gebied waarschijnlijk in gebruik zijn geweest als tuinen, akker en weide voor vee. Ondanks dat dit agrarische landgebruik archeologisch minder goed vast te stellen is, kon wel vastgesteld worden dat ten westen van de bewoningskern een zone aanwezig is met een kleinere spoordichtheid. Hier is in de profielen een dikke akkerlaag aanwezig. Dit wijst erop dat deel van het onderzoeksgebied waarschijnlijk is gebruikt voor landbouwactiviteiten. Ook in het archeobotanische onderzoek zijn aanwijzingen voor landbouw en veeteelt aangetroffen. In deze zone zijn ook drie opslagstructuren aanwezig, twee vierpalige en een zespalige plattegrond. Deze structuren zijn waarschijnlijk gebruikt voor het opslag van gewassen. Een andere aanwijzingen voor het agrarisch gebruik van de zone is de aanwezigheid van twee grote poelen. Direct naast één van de poelen is een waterput aangetroffen waarvan de constructie uit een houten ton bestond. De datering van deze waterput is niet met zekerheid vast te stellen, maar dateert waarschijnlijk in de vroege middeleeuwen. Er zijn geen andere sporen uit deze periode bekend binnen de vindplaats, mogelijk behoort het spoor tot een vindplaats die zich buiten het plangebied bevindt.
Er zijn verschillende greppels en ploegsporen aangetroffen die dateren in de nieuwe tijd.
Van recentere datum zijn de in totaal negen granaatinslagen. Door granaatinslagen in de Eerste Wereldoorlog zijn deze 20 tot 56 cm diepe kuilen ontstaan waarin de gebrokte heterogene vulling granaatscherven aanwezig waren.