waarneming

Legeweg

archeologisch element
ID
983706
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/983706

Beschrijving

De oudste sporen van menselijke aanwezigheid binnen het plangebied is te vinden in vuursteenfragmenten en kunnen gedateerd worden in het laatmesolithicum. Er lijkt in deze periode nog wel geen sprake te zijn van bewoning.

De oudste bewoningssporen uit het onderzoeksgebied kunnen gedateerd worden in de late ijzertijd. Het gaat hier voornamelijk over drie aangetroffen hoofdgebouwen met vierbeukig geschrankte plattegrond (structuren 5, 8 en 10). Behalve deze woonstalhuizen zijn er bijgebouwen, spiekers en waterputten aangetroffen. Er wordt vanuit gegaan dat deze verschillende structuren samen een erf vormden. Omdat er drie hoofdgebouwen zijn aangetroffen, zou dat dan betekenen dat er minstens drie erven in het onderzoeksgebied aanwezig waren. Per erf wordt ook een waterput verwacht. Er zijn in het onderzoeksgebied zeven waterputten gevonden, dus dat zou ook wijzen op een aanwezigheid van zeven erven. Twee waterputten kunnen wel een bewoningskern worden gerekend, voor de andere vijf is dat niet zeker. Mogelijk behoren deze tot een bewoningskern waarvan het hoofdgebouw niet meer gekend is. Een andere mogelijkheid is dat enkele waterputten gelegen waren buiten de erven. Aan de hand van vondst- en monsteronderzoeken is blijkt er sprake te zijn van een agrarische nederzetting, waarbij de bewoners leefden van landbouw en veeteelt.

Ook tijdens de Romeinse tijd werd het plangebied bewoond zonder dat er een strakke scheiding valt op te merken tussen de ijzertijdfase en de Romeinse fase van de nederzetting. Veranderingen in huistypen, gebruiksvoorwerpen en percelering verliepen geleidelijk aan. Er is sprake van vier bewoningskernen die overeenkomen met de vooraf vastgestelde vindplaatsen A tot en met D. Bij alle vier de bewoningsclusters is er sprake van één of meerdere huisplattegronden, bijgebouwen en in een aantal gevallen een waterput en een grafveld. De nederzetting uit de romeinse tijd kan in vier fasen opgedeeld worden, waarbij de eerste fasen in de vroeg-Romeinse tijd dateren en fase 3 en 4 in de midden-Romeinse tijd. In de verschillende fasen zijn verschillende erven aanwezig die bestaan uit een hoofdgebouw, spiekers en soms een waterput. Vanaf fase 2 wordt het onderzoek aan de hand van greppels in verschillende percelen verdeeld. Vanaf fase 3 gebeurt dit planmatig. Voor een deel zijn deze percelen gebruikt geweest als erf, de rest voor landbouw en om vee te laten grazen. In fase 3 wordt ook vindplaats A in gebruik genomen door een enclosure. In fase 4 wordt binnen deze vindplaats hier nog een hoofdgebouw met potstal opgetrokken. Brandrestgraven en een monumentale greppelstructuur zijn hier ook nog in de enclosure aanwezig.

De nederzetting wordt na fase 4 (midden-Romeinse tijd) verlaten. In het zuidelijke deel van het plangebied (vindplaats C) is wel een waterput uit de vroege middeleeuwen aangetroffen, verder zijn er geen andere sporen en/of vondsten uit deze periode aangetroffen. Ten zuidoosten van het plangebied is wel een nederzetting uit de vroege middeleeuwen bekend. Mogelijk is de waterput hiermee gelinkt.

In de volle middeleeuwen is het plangebied terug in gebruik genomen als agrarisch gebied. In het zuidoostelijk deel (vindplaats D) zijn verschillende perceelgreppels aanwezig en twee circulaire greppels en de restanten van twee schelven of mijten. Mogelijk is het gebied gebruikt en bewerkt geweest vanuit het Hof van Proven, dat mogelijk al dateert in de 9de eeuw. In de 13de eeuw verbouwden de Heren van Varsenare het hof tot een opperhof-neerhofsite. De aangetroffen agrarische sporen komen overeen met de fase dat de Heren van Varsenare het hof bewoonden en waarschijnlijk de omliggende landen gebruikten voor agrarische doeleinden.

In de late middeleeuwen – nieuwe tijd blijft het gebied agrarisch in gebruik, waarbij de verschillende percelen fysiek gescheiden zijn door perceelgreppels. De benaming Hof van Proven deed haar intrede omstreeks 1501 wanneer Jan van Gistel de bezitting door huwelijk in handen krijgt. Uit deze periode dateren ook de perceelgreppels fase 3 en de sporen die het zuidoostelijke deel van het plangebied zijn aangetroffen. Dat een groot deel van het plangebied in deze periode bestaat uit landbouwgrond en weiland laten ook de historische kaarten zien. Hierop is ook te zien dat er in het oostelijke deel van het van het onderzoeksgebied tuinen aanwezig zijn tegenover het Hof van Proven. Op deze locatie zijn veel sporen aangetroffen, waaronder een poel of vijver, goten en muurwerk. Deze sporen worden als restanten van de tuin geïnterpreteerd. Directe aanwijzingen voor bewoning binnen de grenzen van het plangebied zijn er daarentegen niet.

Tot aan de opgraving is het plangebied gebruikt geweest als agrarisch gebied, met akkers en weilanden. Alleen in de Eerste Wereldoorlog hebben er nog andere activiteiten plaatsgevonden. Het plangebied lag achter de linie en is gebruikt geweest voor opslag en transport voor munitie, goederen en manschappen dat via een smalspoor snel vervoerd konden worden. Bij de opgraving zijn de sporen van twee barakken/opslagplaatsen en een barak/betonnen schutting aangetroffen. Verder kon een deel van het traject van een smalspoorbaan worden herkend.


Auteurs: Mostert, Mirjam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Eerste Wereldoorlog

Datering: eerste helft 20ste eeuw
Typologie: gebouwen en structuren, infrastructuur voor spoorverkeer, paalkuilen
Materiaal: hout, metaal
Gebeurtenis:

Ijzertijd

Datering: late ijzertijd (westen)
Typologie: gebouwen en structuren, gebouwplattegronden, kuilen, nederzettingen, paalkuilen, spijkers, waterputten
Materiaal: aardewerk, hout, houtskool, natuursteen, vuursteen
Gebeurtenis:

Middeleeuwen - niewe tijd

Datering: middeleeuwen, nieuwe tijd
Typologie: circulaire nederzettingen, cultuurlagen, dierengraven, greppels, kuilen, muurresten, paalkuilen, paalsporen, perceelsgreppels, ploegsporen, spitsporen, waterputten
Materiaal: aardewerk, bot (dierlijk), glas, hout, leer, metaal, natuursteen
Gebeurtenis:

Romeinse tijd

Datering: Romeinse tijd
Typologie: brandrestengraven, gebouwen en structuren, gebouwplattegronden, greppels, kuilen, paalkuilen, potstallen, waterkuilen, waterputten, wegen
Materiaal: aardewerk, bot, houtskool, metaal, natuursteen
Gebeurtenis:

Vroegmiddeleeuwse waterput

Datering: vroege middeleeuwen
Typologie: waterputten
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Legeweg [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/983706 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.