waarneming

Gistelse Steenweg 560

archeologisch element
ID
984087
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/984087

Juridische gevolgen

  • is deel van de aanduiding als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 8867
    Deze aanduiding is geldig sinds

Beschrijving

Het hier gebrachte overzicht van de onderzoeksresultaten is voorlopig. De verwerking van het materiaal en de gegevens, was nog niet ten einde toen het rapport verscheen. 

Bij het oudere onderzoek op de aanpalende percelen, werden vooral de resten van een kleine landelijke nederzetting uit de vroege middeleeuwen in kaart gebracht. De Romeinse sporen beperkten zich hoofdzakelijk tot de resten van een kleine necropool uit het Hoge Keizerrijk. Uit de metaaltijden dateerden een aantal verspreide structuren. De resultaten van deze campagne sluiten hier mooi bij aan.

Het oudste spoor, een gracht met twee loodrechte vertakkingen, is terug te brengen tot de Romeinse periode.

De meeste sporen zijn in verband te brengen met vroegmiddeleeuwse bewoning en meer bepaald met een Merovingische bewoningskern (6de-7de eeuw). Er werden bij de opgravingen ten minste een viertal huisplattegronden onderscheiden. Het precieze aantal teruggevonden plattegronden en hun onderlinge verband zal uit de verdere studie van de gegevens moeten blijken. Naast resten van de funderingen van gebouwen komen sporen voor van structuren die oorspronkelijk als kuilen, grachten of greppels fungeerden. De opslagplaats waarvan funderingsresten werden teruggevonden is met zekerheid in de Karolingische periode te plaatsen. Een onverwachte vondst in de voorlaatste sleuf was een houten waterput. Uiteindelijk bevatte de waterput weinig vondstenmateriaal. Bijzonder was de vondst in de waterput van een pijlpunt uit silex, die vanaf het neolithicum kan gedateerd worden. De eerste vondsten die in de vulling van de put aan het licht kwamen waren scherven Romeins aardewerk. In de waterput zelf werden verder echter vooral potscherven uit de vroege middeleeuwen gevonden. Dit betekent dat de waterput niet van de Romeinse tijd, maar uit de daarop volgende periode dateert. Het hout was in bijzonder goede staat en werd volledig gerecupereerd om later een eventuele reconstructie mogelijk te maken. In tegenstelling tot de rijk gevulde laatmiddeleeuwse waterputten, bevatten de vroegere exemplaren over het algemeen weinig vondsten. Het belang van een put uit de vroege middeleeuwen ligt evenwel in de mogelijkheid tot het aantreffen van plantaardig en eventueel ook dierlijk materiaal. Voorlopig zijn nog geen resultaten van dit wetenschappelijk onderzoek bekend.

In de onmiddellijke omgeving van de waterput is een (afval)kuil aangesneden met daarin een aantal bijzondere vondsten. De kuil bevatte een aantal sterk gecorrodeerde voorwerpen. Enkele bijzondere vondsten zijn een volledige gordelgarnituur en de restanten van een zwaard uit de vroege middeleeuwen. Het feit dat zwaard en gordelgarnituur samen zijn aangetroffen, klopt met het gekende ritueel waarbij het zwaard nog gekoppeld aan de gordel naast het lichaam van de overleden eigenaar wordt bijgezet. Een mannengordel bestaat meestal uit een gesp, een contraplaat en één decoratief element. Een vrouwengordel was met meerdere decoratieve elementen versierd en wordt op het lichaam teruggevonden. Voorlopig lijkt het erop dat het hier niet om een graf gaat maar dat de gordelgarnituur en zwaard op een bepaald moment in een kuil gedumpt zijn. De verschillende onderdelen kregen een conserverende behandeling. Hierbij is vastgesteld dat er nog weefselresten aan de gordelgarnituur vasthingen. Het bewaarde weefsel is sterk gemineraliseerd en heeft als grondstof zelf geen betekenis meer. Het zal door de restaurator voldoende gedocumenteerd worden in functie van de weeftechniek. Indien echter bijzondere weefsels of lederresten aangetroffen worden, blijven die hoe dan ook behouden. Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen.

De verwerking van de resultaten was nog volop bezig bij de publicatie van het rapport, maar in elk geval wijst de site op de enorme rijkdom van het bodemarchief op de zandrug tussen Oudenburg en het Brugse. Bij de keuze van de vestigingsplaats zal de ligging langs de Zandstraat van groot belang geweest zijn. De huidige Zandstraat bevindt zich op het tracé van een veel oudere weg, die hier vanaf de Romeinse tijd, en misschien ook al vroeger, liep.


Auteurs: Hillewaert, Bieke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Romeinse gracht

Datering: Romeinse tijd
Typologie: grachten (infrastructuur)
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Het oudste spoor, een gracht met twee loodrechte vertakkingen, is terug te brengen tot de Romeinse periode. De gracht loopt van het noordoosten naar het zuidwesten waar hij mooi aansluit op de sporen teruggevonden op de aanpalende percelen.

Silex pijlpunt

Datering: neolithicum
Typologie: jachtobjecten, losse vondsten
Materiaal: vuursteen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Bijzonder was de vondst in de aanlegkuil van de waterput van een pijlpunt uit silex, die vanaf het neolithicum kan gedateerd worden.

Vroegmiddeleeuwse bewoning (6de eeuw-Karolingisch)

Datering: Karolingische periode, Merovingische periode
Typologie: afvalkuilen, gebouwplattegronden, grachten (infrastructuur), greppels, indicaties voor houtbouw, kleding en -accessoires, kuilen, paalsporen, spijkers, standgreppels, vaatwerk, wapens en munitie, waterputten
Materiaal: aardewerk, hout, metaal, textiel
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De meeste sporen zijn in verband te brengen met vroegmiddeleeuwse bewoning en meer bepaald met een Merovingische bewoningskern (6de – 7de eeuw). Bij de opgravingen werden uitsluitend restanten van houtbouw aangetroffen. Meestal is er sprake van een standgreppel - een lineair spoor dat de plaats van de wand aangeeft - vaak in combinatie met losse paalsporen. Het is in veel gevallen moeilijk uit te maken hoe de wandconstructie is opgebouwd, en vooral hoe dit bovengronds te vertalen is. Het valt niet te betwijfelen dat de grootste plattegronden in verband kunnen gebracht worden met woonhuizen. Er werden bij de recente opgravingen ten minste een viertal huisplattegronden met verschillende oriëntatie onderscheiden. Het precieze aantal teruggevonden plattegronden en hun onderlinge verband zal uit de verdere studie van de gegevens moeten blijken.
Naast resten van de funderingen van gebouwen komen sporen voor van structuren die oorspronkelijk als kuilen, grachten of greppels fungeerden.
Een configuratie van vier paalgaten is met zekerheid in de Karolingische periode te plaatsen. Het betreft hier de funderingsresten van een spijker, een gebouwtje met verhoogd vloerniveau dat diende voor de opslag van gewassen.
Een onverwachte vondst in de voorlaatste sleuf was een houten waterput. Met behulp van grondwaterverlaging kon de put volledig onderzocht worden. Uiteindelijk bevatte de waterput weinig vondstenmateriaal. De noordelijke en oostelijke zijde van de put bestonden uit horizontaal op elkaar geplaatste planken. De zuidelijke en westelijke zijde daarentegen werden gevormd door verticaal ingeheide planken. Het merendeel van de planken was secundair gebruikt. In één geval heeft men een groot gat in een horizontale plank afgeschermd door er aan de buitenzijde een verticale plank achter te kloppen.


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Gistelse Steenweg 560 [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/984087 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.