waarneming

Burgemeester Maenhautstraat

archeologisch element
ID
984163
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/984163

Beschrijving

De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen plande op de kop van een zandleemrug in de Scheldevallei een woonverkaveling. In het voorjaar van 2016 voerde Ruben Willlaert bvba in samenwerking met Gate bvba een archeologische opgraving uit. Zelfs al waren de resultaten van het proefsleuvenonderzoek door De Logi & Hoorne in 2014 veelbelovend, de diversiteit aan archeologische occupaties die ontdekt werd tijdens de opgraving overtrof alle verwachtingen.

Vanaf het finaalneolithicum werd de locatie verschillende keren ingericht als begraafplaats. De funeraire structuren bestaan uit vijf grafcirkels (waarvan twee dubbele) uit het finaalneolithicum tot de middenbronstijd, negen urnengraven uit de late bronstijd en minstens 29 Romeinse brandrestengraven.

De onderzoekers troffen er ook bewoningssporen aan die dateren uit de vroege ijzertijd en de Merovingische periode. Uit de vroege ijzertijd zijn een vijftal houtbouwplattegronden en enkele afvalkuilen herkend. Een van de plattegronden is mogelijkerwijs een hoofdgebouw.

De Merovingische bewoningssporen omvatten één hoofdgebouw, een viertal bijgebouwen, een poel en enkele kuilen met het afval van metaalbewerking. Zowel in de Merovingische als in de ijzertijd-bewoningssporen zijn bovendien de organische resten aangetroffen van verbrande voedselvoorraden.

Ten slotte zijn er een laatmiddeleeuwse waterkuil en resten van laat- en postmiddeleeuws landgebruik en landinrichting aangetroffen, waaronder greppels, resten van twee wegels (paden), ontginningskuilen en een dierbegraving.


Auteurs: Van den Dorpel, Carla; Galle, Marit; Beke, Floris
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Colluvium

Typologie: colluviale processen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In het noorden van het plangebied is een colluviumpakket van ongeveer 64 bij 28 meter blootgelegd. De graven van het Romeinse grafveld zijn in en door dit colluviumpakket gegraven. Bij het couperen van de brandrestengraven troffen de onderzoekers op verschillende plaatsen handgevormde scherven aan die niets te maken hebben met de Romeinse periode. Dit bleek aardewerk te zijn dat zich in het colluvium bevond en dus van een hoger gelegen deel in de nabije omgeving naar beneden geërodeerd is. Ook herkenden ze in de zeefstalen van de brandrestengraven verschillende vuurstenen chips en een fragment van een gepolijste silexbijl. Helaas blijkt het eerdergenoemde handgevormde aardewerk erg verweerd te zijn. Daardoor konden typerende kenmerken voor de prehistorie niet aangetoond worden. Het vondstmateriaal in het colluviumpakket kan derhalve mogelijk ook nog uit de metaaltijden afkomstig zijn.

Finaalneolithische en bronstijd grafheuvels

Datering: bronstijd, finaalneolithicum
Typologie: grafheuvels
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In het onderzoeksgebied vond men in totaal de resten van vijf grafcirkels, waarvan er drie vrijwel volledig onderzocht konden worden. De grafcirkels geven inzicht over hoe ze waren opgericht en hoe ze over een tijdspanne van 2000 jaar evolueerden. De oudste aangetroffen grafheuvel is ongeveer 4800 jaar oud. Een iets kleinere heeft een omvang van 31 m en heeft een vrijwel identiek model. Opmerkelijk is dat deze kleinere grafheuvel ongeveer 1000 jaar jonger is.
Er werd weinig vondstmateriaal aangetroffen.

Ijzertijd bewoning

Datering: ijzertijd, vroege ijzertijd
Typologie: afvalkuilen, bijgebouwen, gebouwplattegronden, kuilen, spijkers, vaatwerk
Materiaal: aardewerk, bot, natuursteen, plantaardig materiaal, vuursteen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De ruimte tussen vervallen grafheuvels wordt in de vroege ijzertijd ingericht als woonzone. De funeraire connotatie als gevolg van de nog aanwezige grafheuvelrestanten heeft de mensen uit de ijzertijd niet weerhouden om hier hun boerderij op te richten. De herkende bewoningssporen bestaan uit een groter bijgebouw en een potentieel hoofdgebouw, drie vierpostenspiekers, en drie (afval)kuilen.

De afvalkuilen bevatten nederzettingsafval en situeren zich rond het potentiële hoofdgebouw. Ook in de greppelvulling van een van de grafcirkels is er nederzettingsafval aangetroffen. In totaal zijn er 265 scherven keramisch vaatwerk aangetroffen. Die werden aangetroffen in de opvulling van de sporen uit de vroege ijzertijd. Het betreft voornamelijk kookpotten, mogelijks een voorraadpot, en enkele open schalen. Verder vonden ze er nog steen, verbande huttenleem, verbrand bot, vuursteen en verkoolde macroresten. Fragmenten van natuursteen bevatten sporen van verbranding en zijn vermoedelijk afkomstig van eenzelfde wrijf of maalsteen.

Binnen het onderzoeksgebied zijn er verder nog vier houtbouwplattegronden geïnterpreteerd als bijgebouwen. Alhoewel hier nauwelijks dateerbaar aardewerk is aangetroffen, doet de uniforme oriëntatie en hun relatie tot andere structuren een algemene datering in de ijzertijd vermoeden.

Laatmiddeleeuws en postmiddeleeuws landgebruik

Datering: late middeleeuwen, nieuwe tijd, nieuwste tijd
Typologie: dierengraven, extractiekuilen, greppels, paden, perceelsgreppels
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Verspreid binnen het projectgebied zijn ook resten van recentere landinrichting en landgebruik aangetroffen. Relevante sporen zijn enkele greppels, resten van twee wegels, ontginningskuilen en (een recente) dierbegraving.
In de noordelijke helft van het plangebied zijn een aantal greppelsystemen waargenomen die te koppelen zijn aan laat- en/of postmiddeleeuwse landinrichting. De greppels komen overeen met de tegenwoordige perceelindeling.
Op het hoogste deel van het projectgebied zijn een aantal grote onregelmatige kuilen aangetroffen. Vermoedelijk werden deze kuilen gegraven met het oog op zand te winnen. De kuilen dateren ten vroegste in de late ijzertijd. De spoorvulling en een sporadisch gevonden middeleeuwse scherf doen echter een postmiddeleeuwse datering vermoeden.
Het plangebied word doorsneden door de nog altijd gebruikte Sint-Aldegondiswegel. Daar vonden ze drie 19de-eeuws Belgische 2 centimes muntstukken (waarvan een uit 1863), een Frans 10 centimes stuk uit 1857 met de beeltenis van Napoleon III, en een Belgische 5 frank uit 1986.

Laatmiddeleeuwse waterkuil

Datering: 13de eeuw
Typologie: waterkuilen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In de uiterst noordelijke hoek van het onderzoeksgebied vond men een kuil, die op basis van de opvulling en de dimensies als waterkuil is geïnterpreteerd. Er zijn verder geen bewoningssporen aangetroffen. Gezien de locatie aan de rand van het onderzoeksgebied is het aannemelijk dat de laatmiddeleeuwse bewoning zich buiten de opgravingszone bevindt.

Late bronstijd urnengrafveld

Datering: late bronstijd
Typologie: funeraire, rituele en religieuze objecten, kleding en -accessoires, urnengraven, urnenvelden, vaatwerk
Materiaal: aardewerk, bot (menselijk), brons, houtskool
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Op negen locaties zijn de resten van urnengraven aangetroffen. Opvallend is dat de middenbronstijd grafheuvel als oriëntatiepunt lijkt te zijn gebruikt voor de oprichting van dit urnengrafveld. Door de begrenzing van het projectgebied is het niet duidelijk of het urnengrafveld zich verder in noordoostelijke richting uitstrekt. De graven bestaan steeds uit een keramische pot, gecremeerde menselijke resten en al dan niet enkele bijgaven. In zeven graven werd samen met de urne een pakket houtskool begraven. In zes graven werd naast de urne een tweede keramische pot als grafgift mee begraven. In twee urnen zijn de resten van bronzen voorwerpen aangetroffen. Beide stukken vertonen sporen van secundaire verbranding en zijn in slechte staat. Een daarvan is mogelijk een armband, het andere fragment is van een bronzen naald van het type ‘Kolbenkopfnadel’. Groene verkleuringen op het botmateriaal indiceren elders opnieuw bronzen grafgiften. Verder zijn er nog aanwijzingen van sleedoornpitten. In zeven graven werd samen met de urnen en de gecremeerde botresten een kleine hoeveelheid houtskool begraven. Dit zowel in als rond de urnen. De gecremeerde individuen waren voornamelijk kinderen.

Merovingische bewoning

Datering: Merovingische periode
Typologie: afvalkuilen, bijgebouwen, bouwmaterialen, erven, gebouwplattegronden, greppels, haardkuilen, hoeven, kuilen, poelen, spijkers
Materiaal: aardewerk, plantaardig materiaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Deze sporen zijn te classificeren als bewoningssporen, in de vorm van één hoofdgebouw, een drietal bijgebouwen, een poel en enkele kuilen. Een deel van het erf bevind zich buiten het onderzoeksgebied. Het zou gaan om een eenfasig erf, met datering in de 5de tot 6de eeuw. Deze eenfasigheid kan echter in vraag gesteld worden door het feit dat de oriëntatie van het hoofdgebouw afwijkt ten opzichte van de drie identiek georiënteerde bijgebouwen.
Het erf bestaat uit een centraal geplaatst hoofdgebouw met rondom de bijgebouwen, (afval)kuilen en een poel zich situeren. Erfafbakende greppels zijn afwezig.

Één van de bijgebouwen lijkt qua palenzetting op een graanschuur. Het zou echter ook kunnen gaan om een dubbelstal, of dubbele tienpostige spieker. Naast de mogelijke graanschuur is ook het hoofdgebouw gelinkt aan graan. In twee van de paalkuilen zijn er een enorme hoeveelheid verkoolde organische resten gevonden.

Het aangetroffen aardewerk is typerend voor de Merovingische tijd (onder andere biconische knikwandpotten en tonvormige potten), met als nieuw aspect dat enkele daarvan in sterk organisch verschraald, handgevormd baksel zijn. Er is ook een component keramisch bouwmateriaal gevonden, zoals tegulae, imbrex en fragmenten van een mogelijke bakplaat.

Rondom de vroegmiddeleeuwse plattegronden zijn een 12-tal kuilen aangetroffen. Slechts twee kuilen zijn er indicaties voor de functie (waaronder een haardafvalkuil). De kuilen bevatten onder andere het afval van metaalbewerking.

Middenneolithische circulaire greppels

Datering: middenneolithicum
Typologie: kringgreppels
Materiaal: houtskool, plantaardig materiaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Onderzoek leverde twee naast elkaar gelegen kleine middenneolithische circulaire greppels op, van ongeveer 8 meter. In de greppelvulling vonden ze lichte houtskool bijmenging. Ook werden er hazelnootfragmenten aangetroffen. De twee greppels lijken geïsoleerd voor te komen. Hun functie is alsnog onduidelijk.

Ongedateerde kuilen

Typologie: kuilen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De meeste gevonden kuilen in het gebied zijn niet dateerbaar. Een tiental zijn echter kuilen die, alleszins in tweede instantie, gebruikt zijn om nederzettingsafval in te dumpen.

Romeinse begraving

Datering: Romeinse tijd
Typologie: brandrestengraven, crematiegraven, funeraire, rituele en religieuze objecten, kleding en -accessoires, kuilen, vaatwerk
Materiaal: aardewerk, bot (menselijk), brons, houtskool
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In de meest noordelijke zone van het plangebied is een cluster van 29 Romeinse brandrestengraven opgegraven. De noordelijke begrenzing is onzeker gezien de aanwezigheid van een postmiddeleeuwse greppel. Ten zuidwesten van het grafveld zijn nog twee bijkomende brandrestengraven aangetroffen. Een van de graven buiten de cluster wijkt gezien haar circulaire vorm sterk af van de overwegend rechthoekige graven binnen de cluster. Dit gecombineerd met de afwezigheid van vondstenmateriaal maakt dat deze niet met zekerheid als Romeins kan worden gedateerd.

Onder de grafgiften lijkt aardewerk het belangrijkst. In elk graf is er aardewerk teruggevonden, het betreft steeds om 1 a 2 recipiënten. Daarbij gaven ze de voorkeur aan eenvoudige kookpotten. Met uitzondering van vijf geïmporteerde recipiënten (een beker, twee potten terra nigra en twee bekers in Arraswaar), bestaat het gevonden aardewerk uitsluitend uit lokaal en regionaal geproduceerde potten. Er zijn geen resten van verkoold voedsel herkend in of nabij de kookpotten.

Naast het aardewerk zijn er weinig andere grafgiften aangetroffen. In één brandrestengraf was een keramisch spinschijfje aanwezig. In vier graven zijn de gecorrodeerde resten van bronzen voorwerpen te herkennen. In vijf graven zijn ijzeren schoennagels aanwezig, wat duidt op het cremeren van de dode in klederdracht. Verder is er nog houtskool aangetroffen.

Er is slechts een heel geringe hoeveelheid van gecremeerd botmateriaal aanwezig, bijgevolg is informatie over de overledenen, moeilijk af te leiden. Het impliceert dat de menselijke resten na de verbranding zijn uitgeselecteerd en niet samen met de brandstapel zijn begraven. Bijgevolg zou de term ‘brandstapeldepositie’ meer passen dan de term ‘brandrestengraf’.


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Burgemeester Maenhautstraat [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/984163 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.