waarneming

Kouterslag

archeologisch element
ID
988953
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/988953

Beschrijving

Tijdens de veldkartering werden 5 vondsten aangetroffen. Er is één vondst in ferrometalen en vier vondsten in non-ferrometalen. De vondsten zijn uitsluitend in het noorden van het onderzoeksgebied gevonden. Er zijn geen aanwijzingen dat er vondsten in verband met de Slag bij Melle uit 1745 binnen het onderzoeksgebied te verwachten zijn. Alle aangetroffen vondsten worden gedateerd in de 20ste of de 21ste eeuw.

Tijdens het landschappelijk booronderzoek werd binnen het onderzoeksgebied een beperkte variatie in de bodemopbouw vastgesteld. Er blijkt sprake van een goed bewaarde bodem binnen de verstoringsdiepte van de geplande werken. Ze vertoont een bodemopbouw met een ploeglaag, gevolgd door een E, een Bt en een Cg horizont. De goed bewaarde bodem betekent dat het bodemarchief binnen het onderzoeksgebied zowel potentieel op goed bewaarde steentijd artefactensites kent als potentieel op relevante archeologische sporen.

Tijdens het verkennend archeologisch booronderzoek zijn verschillende vuursteenfragmenten opgemerkt. Deze lijken in belangrijke mate natuurlijk. Echter, vier hiervan zijn weerhouden als potentieel antropogeen. In de vier gevallen gaat het om chips die elk afzonderlijk afkomstig zijn van een andere boorlocatie. De positieve boorlocaties lijken wel in zekere mate te clusteren. Drie van de vier positieve boorlocaties liggen namelijk naast elkaar, in het westen van het plangebied. Deze waarneming versterkt het gevoel dat we hier met een prehistorische vindplaats hebben te maken. Eén van de weerhouden chips uit dit ‘cluster’ is ook nog eens matig verbrand, wat op de aanwezigheid van een haardplaats zou kunnen wijzen.

Tijdens het waarderend archeologisch booronderzoek zijn verschillende vondstcategorieën aangetroffen: vuursteen, handgevormd aardewerk, gecalcineerd bot en verkoolde hazelnoot. Niet minder dan één op de drie bemonsterde boorlocaties heeft vondstmateriaal opgeleverd. Deze vondsten wijzen op een complexe bewoningsgeschiedenis. De klemtoon van het archeologisch booronderzoek lag op het opsporen en/of inzamelen van prehistorisch lithisch materiaal, maar daarnaast is ook heel wat handgevormd aardewerk aangetroffen. Indien de vondsten uit de verkennende fase worden meegenomen zijn in totaal veertien lithische artefacten opgeboord. Voornamelijk chips en afslag(fragment)en. Maar, ook een fragment van een geslepen bijlkling is onder de vondsten herkend. Aangezien minimaal twee vondsten in contact zijn gekomen met vuur kan de aanwezigheid van haardplaatsen niet worden uitgesloten. Potentieel bijkomend bewijs hiervoor wordt geleverd door een verbrand botfragment, evenals een verkoolde hazelnootdop, ook al kunnen deze vondsten niet rechtstreeks met de steentijdaanwezigheid in verband worden gebracht. Het handgevormd aardewerk wijst vermoedelijk op de aanwezigheid van één of meerdere sporenvindplaatsen in het plangebied. Hoewel de individuele scherven nauwelijks te dateren zijn is het vermoeden groot dat in het vondstenmateriaal verschillende occupatiefases vertegenwoordigd zijn.

Het proefsleuvenonderzoek heeft de informatie uit de reeds uitgevoerde stappen in het vooronderzoek kunnen aanvullen. Het is nu duidelijk dat in de te onderzoeken zone niet alleen sprake is van een waardevolle steentijd artefactensite, maar ook van relevante archeologische sporen. Momenteel interpreteren we de kuilen als vermoedelijke resten van begraving, die we voorlopig dateren in de metaaltijden tot de Romeinse tijd. Deze interpretatie is vooral gebaseerd op S1 dat tijdens het proefsleuvenonderzoek volledig onderzocht werd en dat onder meer verbrand bot en vondstmateriaal uit de 1ste eeuw of mogelijk het begin van de 2de eeuw na Chr. opleverde. Het paalspoor en de verstoringen dateren we in de nieuwe tot de nieuwste tijd, met vooral de nadruk op de nieuwste tijd.

We kunnen besluiten dat op het terrein sprake is van een waardevolle archeologische vindplaats van in totaal ca. 4178 m2. De initiatiefnemer heeft daarop de ontwerpplannen laten aanpassen zodat bodemingrepen nog slechts ca. 20 cm diep zullen reiken, waardoor het bodemarchief ter hoogte van de waardevolle archeologische vindplaats in situ bewaard kan blijven. Relevante archeologische resten kunnen voorkomen vanaf een diepte van ca. 40 cm.


Auteurs: Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: BAAC Vlaanderen bvba; All-Archeo bv

Losse vondsten

Datering: 20ste eeuw, 21ste eeuw
Materiaal: metaal
Gebeurtenis:

Overige sporen

Datering: nieuwe tijd, nieuwste tijd
Typologie: paalkuilen
Gebeurtenis:

Sporen van begraving

Datering: metaaltijden, Romeinse tijd
Typologie: brandrestengraven, kuilen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Vondsten archeologisch booronderzoek

Datering: steentijd
Typologie: vondstenconcentraties
Materiaal: aardewerk, bot, lithisch materiaal, plantaardig materiaal, vuursteen
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Kouterslag [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/988953 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.