Tijdens graafwerken voor de aanleg van nutsvoorzieningen in functie van een nieuw te realiseren natuureducatief centrum werd een gemetseld bakstenen funderingsmassief aangesneden, vermoedelijk behorend tot het voormalig Bastion VIII. De aannemer had het massief lokaal doorboord maar liet de overige structuren intact. Door aanhoudende regenval kon de sleuf niet open blijven liggen en werden de graafwerken voorlopig beëindigd. Het pad werd tijdelijk afgewerkt met een laag porfier. Aangezien de nieuwbouw in een andere zone van de site werd voorzien, had deze geen impact op de aangetroffen resten. Er werd afgesproken dat bij de herneming van de omgevingsaanleg na de bouw van het paviljoen (voorzien in het najaar van 2025) het massief opnieuw zal worden vrijgemaakt, met ruimte in de planning voor de nodige registraties en eventueel visualisatie aan het oppervlak. Rekening houdend met het vervuilde karakter van de bodem en de latere uitvoeringsfase, kon deze toevalsvondst in dit stadium worden afgesloten met de kwalificatie ‘vondst blijft in situ bewaard’.