waarneming

Maastrichterstraat 47-51

archeologisch element
ID
990977
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/990977

Beschrijving

Algemeen

De initiatiefnemer plande op een ca. 579 m2 groot gebied langs de Maastrichterstraat in Tongeren de sloop van de bestaande bebouwing en een nieuwbouw met één winkelruimte en tien appartementen.

Romeinse periode

In werkput 1 werd een restant van het zuidelijke baanvak van de Decumanus maximus aangesneden. Deze straat werd later sterk vergraven door veel recentere sporen. Het is dan ook erg moeilijk om op basis van de kleine oppervlakte die nog in situ bewaard bleef, een betrouwbaar beeld te geven van de opbouw van de straat op deze locatie.

In de oudste fase was er enkel sprake van karrensporen De weg is op dat moment dus nog onverhard geweest. Traditioneel wordt aangenomen dat de eerste verharde straten in Tongeren pas ten tijde van de regeerperiode van Claudius werd aangelegd, rond het midden van de 1ste eeuw n. Chr. De karrensporen zouden dus ouder moeten zijn. Ze bevatten hier slechts één fragment aardewerk, een fragment van een bodem in Italische terra sigillata, dat vóór 25 n. Chr. te dateren is.

Bovenop deze laag werd de eerste verharde straat aangelegd. Deze bestond uit een fundering van grote silexblokken (S47- fig. 19), met een wegdek bestaande uit grovere kiezel waarop een eerste loopniveau waar te nemen was. Noch de fundering noch het wegdek bevatten dateerbare vondsten. In het noordwesten van de werkput was de straat sterk verstoord door een jongere greppel en postmiddeleeuwse sporen. In het noordoosten van werkput 1 werd een rij paalkuiltjes aangetroffen die vermoedelijk de grens van de eerste verharde straat markeren.

Op het eerste wegdek werd een ophogingspakket aangebracht, dat op basis van de vondsten in deze laag nog uit de pré-Flavische periode dateert. De verharde straat werd daarna nog verschillende keren opgehoogd met lagen grind, al dan niet met een nieuwe silexfundering. En konden minstens vijf verschillende loopvlakken worden herkend. In totaal was het geheel aan lagenpakket waaruit de Romeinse straat was opgebouwd ca. 1 m dik.

In de gracht die zich tussen de twee baanvakken van de decumanus bevond, werd een schedel van een volwassen persoon aangetroffen, met enkele halswervels, een sleutelbeen, schouderbladen en twee opperarmbeenderen. De rest van het skelet was vergraven door een recentere kuil en dus niet meer aanwezig. Een tand werd opgestuurd naar het KIK voor datering. Daaruit bleek dat dit individu in het tweede helft van de 3de eeuw of in de 4de eeuw is overleden.

In werkput 1 waren enkel in het zuidprofiel nog enkele restanten te zien van de bewoning die zich vlak langs de Romeinse straat bevond. Bovenaan in het profiel bevonden zich restanten van een brandlaag, met daaronder lemen vloertjes, met daaronder weer een brandlaag. Vermoedelijk gaat het op basis van de stratigrafie om de brandlagen van de 3de eeuw en die van midden 2de eeuw, al valt voor de onderste brandlaag op basis van de vondsten niet uit te sluiten dat het om de brand van 69/70 zou gaan.

De Romeinse sporen die in het vlak in werkput 2 werden aangetroffen, bestonden hoofdzakelijk uit kuilen en enkele mogelijke paalkuilen. Daarnaast was er ook uitbraakspoor van een steenbouw aanwezig dat over de volledige lengte van de werkput te zien was.

Daar waar de kuilen goed konden gedateerd worden (op basis van de aanwezige vondsten) waren die vroeg-Romeins (vóór 70). In het vlak waren enkele oversnijdingen tussen kuilen te herkennen, waardoor zeker sprake is van twee fases. De oudste kuilen werden doorsneden door enkele kuilen met een donkergroengrijze vulling met opvallend veel grind.. In één van deze kuilen werd een scherf terra sigillata aangetroffen die tussen 40 en 80 n. Chr. te dateren is. Gezien de grote hoeveelheid grind in de vulling kunnen de kuilen waarschijnlijk gelinkt worden met de aanleg van de verharde straat rond het midden van de 1ste eeuw n. Chr. In één van de kuilen werden 16 halve onderkaken en 11 schouderbladen van runderen aangetroffen, naast andere delen van rund. Bij de onderkaken valt op dat sommigen afgezaagd zijn.

Middeleeuwen

In werkput 1 kon enkel een donkerbruine laag op basis van de vondsten zeker aan de late middeleeuwen worden toegewezen.

Nieuwe tijd

Uit de postmiddeleeuwse periode waren er in vlakken 1 en 2 enkele restanten van bakstenen funderingen bewaard, die deze laag doorsneden. In het noorden van deze werkput waren ook reeds de opvullingslagen van een waterput te zien. De gebouwen op nrs. 47, 49 en 51 waren onderkelderd aan de straatzijde.

Auteurs: Cornelissen, Yasmine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Bewoning (Romeins)

Datering: Romeinse tijd
Typologie: brandlagen, indicaties voor steenbouw, kuilen, paalkuilen, vloeren
Materiaal: aardewerk, bot (dierlijk), leem, slak, terra sigillata
Gebeurtenis:

Decumanus Maximus (Romeins)

Datering: Romeinse tijd
Typologie: karrensporen, ophogingslagen, paalkuilen, verharde wegen
Materiaal: grind, steen
Thema: Romeinse wegen
Gebeurtenis:

Inhumatie (Romeins)

Datering: Laat-Romeinse tijd
Typologie: inhumatiegraven
Materiaal: bot (menselijk)
Gebeurtenis:

Sporen middeleeuwen

Datering: middeleeuwen
Typologie: cultuurlagen
Gebeurtenis:

Sporen nieuwe -nieuwste tijd

Datering: nieuwe tijd, nieuwste tijd
Typologie: fundering, kelders, waterputten
Materiaal: keramisch bouwmateriaal
Gebeurtenis:

Relaties

  • Is deel van
    Historische stadskern van Tongeren


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Maastrichterstraat 47-51 [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/990977 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.