Tijdens het onderzoek werden 21 spoornummers uitgedeeld. De sporen kunnen onderverdeeld worden in (paal)kuilen, greppels, natuurlijke sporen en recente sporen. Er werden 9 sporen als natuurlijk gedefinieerd.
In 3 sporen werden vondsten aangetroffen. Alle vondsten zijn afkomstig uit sporen in sleuf 2. Er werden 3 aardewerkscherven aangetroffen: uit greppel S4, paalkuil S8 en kuil S9.
De wandscherven uit S8 en S9 bestaan uit een bleek baksel en zijn waarschijnlijk Maaslands aardewerk. In S8 werd bijkomend een ijzerzandsteen aangetroffen. Hoewel het een brokstukje kan zijn van een bouwsteen uit ijzerzandsteen is de ondiepe aanwezigheid van de formatie van Diest met ijzerzandsteenbanken ook een mogelijke bron, al dan niet op een natuurlijke manier. Uit de vulling van S9 werd ook metaalslak teruggevonden. De randscherf uit greppel S4 bestaat ook uit een bleek baksel maar heeft een grijsblauwe deklaag wat erop wijst dat dit mogelijk Elmpt aardewerk is.
Op basis van de aardewerkvondsten – Maaslands en Elmpt aardewerk – kunnen de sporen gesitueerd worden in de late middeleeuwen.
De grijzere sporen in sleuf 5 zijn mogelijk ouder. Héél voorzichtig (zonder vondstmateriaal of absolute dateringen) zouden ze in de ijzertijd kunnen gesitueerd worden, naar analogie met de situatie op het Charles Wellensplein.
Auteurs: De Raymaeker, Annelies; Yperman, Wouter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie