Het bodemarchief omvatte één archeologisch relevant niveau, onmiddellijk onder de bouwvoor en verstoringen. Dit niveau bevond zich tussen + 16,98 m TAW en + 17,61 m TAW (ca 60 – 90 m –mv). In de noordelijke helft van het plangebied zijn drie afgetopte inslagkraters uit WO I en één vermoedelijk recente (afval?)kuil aangesneden. Verder bestond het sporenbestand uit 19de-eeuwse perceelgreppels. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden geen vondsten ingezameld.
Auteurs: Desmet, Charlotte; Note, Kirsten; Depaepe, Ine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
In de noordelijke helft van het plangebied werden drie inslagkraters geregistreerd. Het werd hierbij duidelijk dat nog slechts de onderkanten bewaard waren. De kenmerkende ijzerbrokken van de explosieven ontbraken immers. Hierdoor kon de aftopping en ophoging van het terrein verder worden aangetoond, en dit in een tijdskader na de Eerste Wereldoorlog. Vermoedelijk kan de verstoring gerelateerd worden aan de bouw van de infrastructuur.