Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 41 relevante archeologische sporen aangetroffen: greppels, grachten, kuilen, een paalkuil en mogelijke beschoeiing. Deze zijn vermoedelijk te linken met de omwalde site die hier tussen de 13e en 19e eeuw aanwezig was.
Auteurs: Lemay, Nancy
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Binnen de walgracht werden 30 kuilen aangetroffen met diverse afmetingen, vormen en vullingen. De vondsten dateren van de 15de tot de 18de eeuw. Mogelijks zijn enkele kuilen te linken met de recentere bebouwing.
Beschrijving:
Op basis van het proefsleuvenonderzoek vermoedt men dat de walgracht twee fasen kent. Er is een ZW-NO georiënteerde gracht met een breedte tussen de 4 en 11m die naar het Noorden toe afbuigt. De vulling bevat baksteenfragmenten en aardewerk dat dateert tussen de 13e en 18e eeuw. Deze gracht is niet waar te nemen op 18e of 19e eeuwse kaarten.
De tweede fase is een ZZO-NNW georiënteerde gracht met een breedte van ca 2m, die afbuigt naar het westen toe. De vulling bevat baksteenfragmenten en aardewerk dat dateert in de 19e eeuw. Bij projectie is deze gracht waar te nemen op 18e en 19e eeuwse kaarten. Mogelijk zijn het 2 opeenvolgende fases waarbij de walgracht lichtjes opgeschoven is naar het oosten toe. In een eerste fase lijkt het een brede walgracht met vermoedelijk een ronde of ovale vorm en beschoeiing. Vermoedelijk in de 18de eeuw wordt deze gedempt en smaller heraangelegd met een afgeronde rechthoekige vorm. Deze gracht wordt definitief gedempt in de tweede helft 19e eeuw.