De straatnaam ’t Plein is afgeleid van een pleintje dat zich tot in de 18de eeuw ter hoogte van het huidige onderzoeksgebied bevond. Een document van 11 januari 1322 spreekt al over het ‘erve dat de Diependale heit’ en dat gelegen was langs het straatje naar de Dijle in de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Later zou deze benaming gebruikt worden om te verwijzen naar het ganse huizenblok ter hoogte van het Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis, zoals blijkt uit een akte uit 1662. De uitgevoerde opgraving hier toonde de aanwezigheid van een waardevolle archeologische vindplaats aan en liet toe de gebruiksevolutie van het terrein te reconstrueren vanaf de 13de-14de eeuw.
De oudste relevante archeologische resten op het terrein dateren uit de 13de tot 14de eeuw en houden verband met een kil - een inham van de Dijle - die in het noorden van het terrein aangetroffen is. Vermoedelijk werd hier onder meer constructiehout aangevoerd. Mogelijk werd de rest van het terrein in die tijd gebruikt voor de opslag van handelsgoederen. Onderzoek naar diatomeeën geeft aan dat de kil vochtig tot droogvallend was, waaruit we afleiden dat de kil afgesloten kon worden van de Dijle.
In de 15de eeuw werd een waterkeermuur langs de Dijle aangelegd en raakte de kil buiten gebruik. De gebruikte natuursteen in de keer- of kaaimuur werd gedetermineerd als Brusseliaanse steen, ontgonnen op de heuvelruggen ten oosten van de Zenne. Mogelijk wordt een groot deel van het terrein in deze periode nog steeds gebruikt voor de opslag van handelsgoederen. In het uiterste zuidoosten en zuidwesten van het terrein zien we vanaf dan ook bebouwing verschijnen die gerelateerd is aan het Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis. De vroegste fase van het klooster zou te dateren zijn omstreeks het midden van de 15de eeuw. De muren en gebouwen die behoren tot deze fase zijn te zien op een plattegrond van het gasthuis uit 1784. Het gaat om een grondkeermuur/tuinmuur en de buitenmuur van het “wasch-huys”. De muur van het “Wasch-huys” bevond zich boven een aanvoerkanaal voor water. Dit kanaal stond niet op plannen. Het diende wellicht om de nabijgelegen bleekweide te bevloeien.
Bij een uitbreiding van het gasthuis tussen 1785 en 1820 neemt de bebouwing op het terrein toe. Er werd een bouwfase van het gasthuis vastgesteld die tussen circa 1784 en 1800 is gerealiseerd. Bij het bekijken van de geraadpleegde kaarten blijken de begrenzingen ervan overeen te komen met stippellijnen op de plattegrond uit 1784 en ook op een stadsplattegrond van omstreeks 1800 lijken deze gebouwen weergegeven.
Het is echter pas in de periode na 1820 dat het volledige terrein bebouwd raakt. In deze periode worden in het noorden van het terrein diepe kelders aangelegd. Het oude gasthuiscomplex werd omstreeks 1860 afgebroken, maar de omstreeks 1820 opgerichte vleugels van Diependael bleven behouden. Diependael kwam iets later in het bezit van brouwerij De Plein. Vanaf 1868 wordt het terrein gebruikt voor de inrichting van deze brouwerij. We zien dan ook infrastructuur verschijnen die specifiek gerelateerd is aan de functie van de brouwerij, zoals een waterput en cisternes. Nog later wordt er een balletschool ingericht en zijn er verbouwingen.
Auteurs: Bruggeman, Jordi
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv