In het plangebied werd prehistorische aanwezigheid van de mens worden vastgesteld aan de hand van enkele opgespitte vuursteenfragmenten in de middeleeuwse sporen.
Er werd een deel van een volmiddeleeuws erf opgegraven. Het erf bestond uit een hoofdgebouw (slechts deels aangesneden), enkele kuilen waarvan de functie niet gekend is en een waterput die diende voor de watervoorziening. Aan de oostelijke zijde van het erf situeerden zich een tweetal grachten die vermoedelijk de afbakening van het erf uitmaken. In het zuiden waren nog twee kleinere greppeltjes aanwezig die mogelijk als interne opdeling geïnterpreteerd kunnen worden. De nederzetting breidt zich nog verder uit westelijk en mogelijk ook noordelijk voorbij het plangebied. Waarschijnlijk betreft het een geïsoleerde boerderij of zogenaamde ontginningshoeve. Op basis van vondstmateriaal en natuurwetenschappelijk onderzoek kan de boerderij in de volle middeleeuwen worden gedateerd, tussen het midden van de 11e eeuw en het midden van de 12e eeuw n.Chr. De vondst van deze boerderij sluit goed aan bij de talrijke verspreide en geïsoleerde boerderijen uit deze periode en toont duidelijk aan dat het landschap ten zuidoosten van Brugge sterk werd ontgonnen. Deze ontginning hangt ongetwijfeld samen met de sterke ontwikkeling van Brugge als stad aan het begin van de 12e eeuw.
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)