De archeologische resten uit het koetshuis bij kasteel ten Bosch dateren uit de Nieuwe Tijd. Het kasteel ten Bosch wordt voor het eerst vermeld in 1375. Het oudste deel van het koetshuis in de huidige vorm dateert uit het begin van de 18de eeuw.
De oudste resten bevinden zich vermoedelijk in het oostelijke deel van de ‘laagbouw’. Daar werden 2 haardfasen vastgesteld en enkele keldermuren. De oudste haard is afgeboord met zwarte haardsteentjes op hun zij (14x6,5x3) waarrond rode tegels werden aangelegd. Een tweede haard is deels hierover gelegen en is halfcirkelvormig afgeboord met bakstenen (18,5x8x5) waarbinnen tegels als haardvloer zijn gelegd. Verder toont een afvoergoot aan dat er later aanpassingen zijn doorgevoerd in deze ruimte. Uit de archeologische gegevens kan uitgemaakt worden dat deze ruimte wellicht werd verkleind bij de bouw van de westelijk aanpalende laagbouw.
Het westelijk aanpalende deel van de ‘laagbouw’ omvat eveneens bakstenen resten. Deze fase zou dateren uit het midden van de 18de eeuw. Er zijn zeker 4 kelders vast te stellen. Palend aan de zuidmuur werd eveneens een traptrede vastgesteld. Het is echter niet steeds duidelijk welke ruimtes met zekerheid als kelder gebruikt waren gezien slechts tot op verstoringsdiepte werd aangelegd. Baksteenformaten verschillen en tonen mogelijk verschillende fasen of aanpassingen aan. (22 x 10,5 x 5 cm en 17,5 x 8 x 5,5 cm en 18 x 9 x 5 cm)
Een bakstenen citerne is ingebouwd in de noordwestelijke gevel en toegankelijk van buitenaf, maar ook binnen in het gebouw is een kleine, halfcirkelvormige toegang tot de citerne aanwezig.
Enkele kleinere elementen tonen vermoedelijke aanpassingen of kleine verbouwingen aan, zoals de aanzet van een gewelf in een dwarsmuur die mogelijk op een later ingebrachte beerput kan wijzen.
Eén van de kelders werd later volgestort waarna een bakstenen vloer (18,5 x 9 x ... cm) werd aangelegd.
In het meest oostelijke deel van het koetshuis zijn geen relevante resten op het afgegraven niveau aangetroffen. De 6 opgemeten restanten vormen de basissen van pijlers of paaltjes. Centraal in elke bakstenen basis was een opening bewaard waarrond cement was gestort. Uit de bouwhistorische nota blijkt dat dit deel van het koetshuis dateert uit de laat 18de eeuw.
Deze resten wijzen op een gemengd gebruik van het volume dat als koetshuis wordt benoemd. De archeologische gegevens bevestigen het gebruik als woonhuis (cf. de haarden), stallingen en koetshuis.
Auteurs: Zeebroek, Inge
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)