Het proefsleuvenonderzoek toont aan dat het projectgebied een meervoudig en gelaagd bodemarchief bevat, met minstens drie duidelijk herkenbare gebruiksfasen (IJzertijd, Romeinse periode, WO I), die direct aansluiten bij de resultaten van Beigemveld fase 1.
Het uiterst noordelijke deel van het terrein is door erosie archeologisch weinig waardevol; het centrale en zuidelijke deel bezit daarentegen een zeer hoog kenniswinstpotentieel. De geplande bodemingrepen zullen de aanwezige resten onvermijdelijk verstoren, waardoor behoud in situ niet haalbaar is.
Op basis hiervan wordt terecht een vlakdekkende opgraving geadviseerd voor quasi het volledige projectgebied, met uitzondering van het sterk geërodeerde noordelijke deel.
Auteurs: De Raymaeker, Annelies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie
Beschrijving:
De paalkuilen komen geclusterd voor, maar gebouwplattegronden konden niet worden gereconstrueerd op basis van de huidige dataset. Kuilen vertonen een sterke variatie in vulling; een onderscheid tussen vondstrijke en schijnbaar steriele kuilen wordt gemaakt, waarbij ervaring uit fase 1 leert dat ook deze laatste vaak antropogeen zijn.
Het aardewerk is overwegend handgevormd en sterk gefragmenteerd, met datering op basis van baksel en verschraling in de IJzertijd. Deze sporen worden geïnterpreteerd als behorend tot een nederzettingsfase, waarvan de grenzen nog niet bereikt lijken.
Beschrijving:
De brandrestengraven zijn relatief goed bewaard, hoewel deels opgenomen in de ploeglaag. Ze werden niet gecoupeerd tijdens het proefsleuvenonderzoek en afgedekt in functie van een vervolgopgraving. Het aangetroffen Romeins aardewerk (gladwandig) is schaars en sterk gefragmenteerd, waardoor de datering voorlopig ruim blijft.
De gracht S24 (NW–ZO georiënteerd) en depressie S90 wijzen op bijhorende infrastructuur, mogelijk gerelateerd aan een ruimer Romeins gebruikslandschap dat reeds in fase 1 werd vastgesteld (graf en waterput).
Beschrijving:
Langs de zuidelijke grens werden één of meerdere loopgraven aangetroffen die naadloos aansluiten op de loopgraafsystemen uit fase 1. Ook elders in het terrein werden sporen met vergelijkbare morfologie herkend, al is niet voor alle contexten absolute zekerheid over de datering mogelijk.
Vondstmateriaal omvat o.a. kogelhulzen en fragmenten lood, wat de militaire interpretatie ondersteunt.