Bij de voorbereiding van een grondverbeteringszone voor de rioleringswerken werd met een metaaldetector nagegaan of er geen oude munitie aanwezig was. Hierbij werd een putdeksel van een ondergrondse structuur ontdekt.
Het betreft een ondergronds bouwwerk in baksteen met een koepelvorm. De top van de ingegraven koepel vertoont een centrale opening en acht dichtgemaakte openingen die cirkelvormig rond die centrale opening zijn geplaatst. Het bouwwerk vertoont eveneens een soort van gemetste gang.
Het betreft een septische put van het militaire kamp van Beverlo, gebouwd in 1913.
In 1850 tekende Luitenant-kolonel Armand Demanet het schema van het definitieve Kamp Van Beverlo. Tevens ontwierp hij alle bakstenen gebouwen die vanaf 1850 gradueel werden gebouwd. Voor de toiletten ontwierp hij de zogeheten “cirques attrayantes” ook wel “Chinese cirkussen” genaamd. Die zes toiletvoorzieningen stonden op één lijn van noord naar zuid. Ze vormden de oostgrens van het oude infanteriekamp. Ze werden in 1913 afgebroken tijdens de “Grote Bouwgolf” die een uitbreiding van het Kamp naar het oosten meebracht.
Op de plek van die “cirques attrayantes” werden dan in 1913 de ‘Grote Messes’ gebouwd. In 1913 vond de “Grote Bouwgolf” plaats die het Kamp van Beverlo qua aantal gebouwen meer dan verdubbelde. De zes secties werden naar acht secties opgeschaald en de nieuwe blokken werden ten oosten van de oude secties gebouwd. De zes ‘Grote Messes’ (B42 - C42 - D42 - E42 - F42 - G42) bevonden zich in het centrum tussen de blokken van het oude kamp en de nieuwe logementblokken. Voor de bouw van die zes ‘Grote Messes’ werden de oude toiletvoorzieningen (de “cirques attrayantes”) afgebroken en vervangen door nieuwe toiletten die nu overal verspreid in elke sectie tussen de logementblokken werden gebouwd. Na de “Grote Bouwgolf” kregen alle secties en respectievelijke bouwwerken in het Kamp van Beverlo een nieuwe nummering. Vanaf nu krijgen we de Secties A t.e.m. H in het vroegere Infanteriekamp.
De nieuwe toiletvoorzieningen waren nu in kleinere carrouselvorm, gemaakt uit houten of metalen schutplaten rond een gemetste “schouw”; eerder een afvoerpijp voor de geur. Deze carrousels stonden overal in de secties tussen de logementsblokken. De toiletcarrousels kregen het nummer van het belendende logementsblok, aangevuld met de suffix ‘L’ ( voor 'Latrines’).
De hier beschreven ondergrondse structuur is de septische put van de toiletcarrousel met het nummer G60L. Waarbij ‘G’ staat voor ‘Sectie G’, ‘60’ is het volgnummer van het belendende logementsblok en de suffix ‘L’ de aanduiding is voor ‘Latrines’.
De aal- of “beerputten” van deze carrousels bevonden zich als een gemetste kelder onder de grond en moesten wekelijks worden geleegd. Dit werd door de manschappen smalend de “corvée caca” genoemd.
De toiletcarrousels werden aan het einde van het Interbellum (dus voor de mobilisatie) allemaal afgebroken en door bakstenen toiletgebouwen vervangen.
Auteurs: Van Gils, Marijn; Bogaert, Martin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)