De oudste sporen werden aangetroffen in het westen van het terrein, aan de zijde van de Fraikinstraat. Hier werden resten van bebouwing gevonden die in de 14de of het begin van de 15de eeuw te dateren zijn.
In de 15de tot 16de eeuw wordt centraal op het terrein een raamveld ingericht. Dit werd gebruikt om laken op te rekken. Mogelijk verschijnt vanaf dan ook bebouwing langs de Burchtstraat en de Begijnenstraat, maar duidelijke gebouwplattegronden zijn hier niet aangetroffen. Wel troffen we in
het noorden van het terrein ploegsporen aan, die er op lijken te wijzen dat het noorden van het terrein in deze periode gebruikt werd als akkerland.
In de 17de eeuw worden in het noordoosten van het terrein begijnenhuisjes opgericht. Ze maken deel uit van het begijnhof dat grotendeels ten oosten van het onderzoeksgebied gesitueerd was. Ook in de 17de eeuw verschijnen centraal op het terrein grote vijvers, die we interpreteren als visvijvers voor het houden van vis. Mogelijk is er een verband tussen de visvijvers en de begijnen.
In de 19de eeuw ondergaat het terrein opnieuw veranderingen. In het westen wordt een leerlooierij ingericht. In het noorden van het terrein, aan de zijde van de Burchtstraat, verschijnt een oost-west georiënteerd gebouw en ten zuiden daarvan wordt aan de oostelijke zijde van het terrein een gracht aangelegd die in verbinding stond met de Maesloop.
Vanaf 1904 zien we geleidelijk aan meer en meer bebouwing verschijnen op het terrein die in verband stond met de inrichting van een school op het terrein. De oprichting en sloop van structuren voor het gebruik als school in de 20ste eeuw, had ook een negatieve impact op het oudere bodemarchief. Hierdoor zijn verschillende verstoringen ontstaan.
Auteurs: Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv
Beschrijving:
Tijdens de opgraving werden verschillende fragmenten leer en textiel aangetroffen. Het merendeel van deze fragmenten is afkomstig uit de 19de
-eeuwse beerputten die op het noordelijk deel van de site aangetroffen werd. Het gaat voornamelijk om fragmenten van schoenen en enkele kledingfragmenten. Onder het dierlijk bot is specifiek ook de vondst van hoornpitten te vermelden.
Beschrijving:
In het metaal vinden we voornamelijk resten van bouwmaterialen, maar we vermelden ook de vondst van een schop en een kanonskogel in S505 laag cc, die in de nieuwe tijd te dateren zijn.
Tijdens het veldwerk werden enkele vondsten aangetroffen die in aanmerking komen voor conservatie. In waterput S469 werd onderaan een metalen voorwerp gevonden. Dit voorwerp werd ter plekke geïnterpreteerd als een koeienbel.
Tot slot werden in de demping van visvijver S557 een houten teil of wastobbe en twee volledige potten in rood aardewerk aangetroffen.