Naar aanleiding van de aanleg van een ontsluitingsweg vond een landschappelijk booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek plaats.
Het onderzoek toonde aan dat de noordoostelijke helft van het projectgebied sterk verstoord is door de aanleg van een bolle akkergracht in de late middeleeuwen, waardoor daar geen archeologisch erfgoed meer verwacht wordt. In het zuidwestelijke deel bleef de natuurlijke bodemopbouw grotendeels intact, met een eenvoudig A-C profiel in dekzandfacies.
Binnen de proefsleuven werden drie sporen aangesneden: twee grachten en één depressie. De grachten konden niet concreet gedateerd worden en lijken vooral een agrarische perceelindeling te weerspiegelen, met beperkte archeologische waarde. De depressie leverde echter een groot aantal vondsten op, waaronder 199 fragmenten handgevormd aardewerk, fossiel bot, silex en maalsteenfragmenten. Deze vondsten wijzen op een opvulling tijdens de late ijzertijd en/of (vroeg-)Romeinse tijd en bevestigen de aanwezigheid van een nederzetting in de onmiddellijke omgeving, buiten het huidige projectgebied. Er werden geen aanwijzingen gevonden voor funeraire contexten of structuren binnen de onderzochte zone. De bewaringstoestand van de sporen was over het algemeen goed, ondanks afdekking door ploeglagen. Op basis van deze resultaten kan gesteld worden dat binnen het huidige projectgebied geen waardevol archeologisch erfgoed meer aanwezig is en dat bijkomend onderzoek niet nodig is. Wel blijft de archeologische verwachting voor de omliggende percelen zeer hoog, vooral in de zone tussen Spoorweglaan, Appelstraat en de spoorweg.