Tijdens het vooronderzoek met ingreep in de bodem in de vorm van een proefputtenonderzoek zijn verschillende archeologisch relevante sporen aangetroffen. Zo werden er in totaal 20 spoornummers uitgedeeld. Het betreft in de meeste gevallen kuilen, waaronder ook een krengengraf. Verder werden er enkele paalkuilen en een waterput aangesneden. De sporen die vondstmateriaal opleverden zijn overwegend te dateren in de late middeleeuwen – nieuwe tijd. De aangetroffen aardewerkbaksels betreffen hoofdzakelijk grijsbakkend aardewerk, roodbakkend aardewerk en steengoed. In het beperkte aantal paalkuilen is op dit moment geen structuur te herkennen. De kuilen wijzen hoogstwaarschijnlijk op afvaldepositie, hoewel ook ontginningen van het terrein niet uitgesloten kunnen worden. Er zijn heden geen sluitende argumenten om de functie van de kuilen te duiden. De waterput doorsnijdt de oudere sporen en is daarmee jonger. Deze staat allicht in verband met de historische bebouwing en situeert zich eerder vanaf de 18de eeuw of later. Op basis van het proefputtenonderzoek kan gesteld worden dat er minstens een site uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd aanwezig is.
Auteurs: Pepermans, Jeska
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Indar