Bij rioleringswerken aan de noordzijde van de Vissersstraat, ter hoogte van huisnummer 66, werden archeologische sporen en vondsten aangetroffen en gemeld als toevalsvondst. Hierna werd de zuidzijde (de noordzijde was reeds door de werken vergraven) van de rijbaan van huisnummer 66 tot en met 74 opgegraven.
Over nagenoeg de volledige lengte van de opgraving werden lagen aangetroffen die werden geïnterpreteerd als geulvullingen. De depressie waarin deze zijn afgezet loopt op van het westen naar het oosten. In het westen hebben de opvullingspakketten een totale dikte van ca. 1,4 m, in het oosten nog maar 80 cm. De vullingen kunnen grofweg opgedeeld worden in een laag die is afgezet in de Romeinse periode en een laag die eerder middeleeuws dateert. Een strakke begrenzing tussen beide lagen is er niet, en materiaal uit de Romeinse tijd komt ook voor in de onderkant van de middeleeuwse afzettingen. Onder of in de lagen werden geen andere antropogene sporen aangetroffen.
De laag uit de Romeinse tijd bevatte bijzonder veel aardewerk en bouwpuin. Dit wijst er op dat de depressie tijdens de Romeinse tijd open lag en dat het terrein niet gebruikt werd voor bewoning maar eerder als dumpsite. Op historische kaarten is in deze omgeving een watervoerende geul vanuit de Rupel zichtbaar. Waarschijnlijk was deze al in één of andere vorm aanwezig in de Romeinse tijd en de middeleeuwen.
Er is een grote hoeveelheid aardewerk gevonden. Het aardewerkensemble laat een grote variëteit aan groepen en vormtypen zien. Er zijn scherven gevonden van tafelwaar, gebruiksaardewerk en containers. Voor alle aardewerkgroepen en -typen is vastgesteld dat het materiaal sterk verweerd en/of verbrand is. Globaal kan het aardewerk gedateerd worden in de tweede helft van de 2de eeuw tot en met de 3de eeuw, hoewel er ook enkele fragmenten zijn die mogelijk een wat vroegere datering hebben. Het is niet te zeggen of dit de weerslag is van één huishouden of dat het materiaal is dat gedurende langere tijd is gedumpt en dus meerdere huishoudens kan vertegenwoordigen.
De grote hoeveelheid bouwmateriaal bestaat vooral uit dakbedekkingsmateriaal (tegulae en imbrices), naast een klein aantal tegels. Er zijn alleen kleine fragmenten natuursteen aangetroffen. Het natuursteen kan functioneel ingedeeld worden in stenen die gebruikt zijn voor het bereiden van voedsel (tefriet) en stenen die wellicht gebruikt zijn in de bouw. Ten slotte is er nog een beperkt aantal fragmenten dierlijk bot gevonden. Hierin konden beenderen van rund, schaap en hert worden herkend, maar het aantal is te klein om er conclusies aan te verbinden.
Verder werd een grote hoeveelheid spijkers gevonden, die werden geïnterpreteerd als bouwpuin, namelijk als bijvoorbeeld deel dakdragende constructies. Verder zijn enkele stukken ijzeren tafelgerei gevonden. Er werden twee munten aangetroffen die waarschijnlijk uit de Romeinse tijd stammen, maar ze zijn te slecht bewaard voor determinatie. Er werden drie loden voorwerpen aangetroffen; twee zijn waarschijnlijk gewichtjes, het derde een opgerold plaatje dat waarschijnlijk als netverzwaring diende. Ten slotte werden verspreid ijzerslakken aangetroffen en één klein fragmentje gesmolten brons, die getuigen van artisanale activiteiten.
De laag uit de middeleeuwen/nieuwe tijd bevatte een veel lager aantal vondsten. Er werden slechts 22 fragmenten aardewerk ingezameld: enkele scherfjes van grijs aardewerk, roodbakkend aardewerk en geglazuurd aardewerk. De meeste kunnen in de (late) middeleeuwen gedateerd worden; drie scherven stammen uit de nieuwe/nieuwste tijd. Er werden ook enkele metaalvondsten aangetroffen: een ijzeren spijkers, een lakenloodje, een loden plaatje voor netverzwaring, enkele ongedetermineerde plaatjes in lood en koperlegering, een klein knoopje en een ondetermineerbare munt.
Auteurs: Van Gils, Marijn
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)