Tijdens het vooronderzoek werden in de moederbodem verschillende laatmiddeleeuwse afvalkuilen aangetroffen op grote diepte. Het grijs- en roodbakkend aardewerk, steengoed en metaalslakken wijzen op huishoudelijke activiteiten en mogelijk afvalverwerking. Minstens een deel van de 29 geregistreerde sporen behoren tot deze periode en wijzen op intensief gebruik van het terrein.
Op een hoger niveau werden muurrestanten en vloerniveaus aangetroffen die verband houden met bebouwing langs de straatzijde vermoedelijk na de middeleeuwen. Deze structuren tonen aan dat het terrein in deze periode deel uitmaakte van een stedelijke bebouwingscontext. Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit rood geglazuurd aardewerk en wijst op een continu gebruik van het terrein als bewoningszone.
De nieuwste tijd wordt gekenmerkt door dikke ophogings- en vullingspakketten. In deze lagen werd industrieel wit aardewerk aangetroffen uit de 19de–20ste eeuw, wat wijst op herwerking, ophoging en nivellering van het terrein in recente tijden.
Auteurs: Demerre, Ine; Van Belle, Arnout
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)