Bij de aanleg van een sleuf voor nutsleidingen (ca. 40cm breed) werd botmateriaal gevonden, waarop de werken lokaal gestaakt werden.
Uit de terreinevaluatie bleek dat het zowel om menselijk als om dierlijk bot ging. Het is een erg vreemde context waarvoor er niet meteen een heldere verklaring is. De politie werd betrokken bij de evaluatie.
Het botmateriaal bevond zich op een diepte van ongeveer één meter onder het maaiveld. De bovenliggende teelaarde was sterk humeus en gehomogeniseerd, maar vertoonde geen sporen van een insteek. Een deel van de botten bleek zich bovenop een vloertje of verharding te bevinden, opgebouwd uit ruwe bakstenen.
Het menselijk botmateriaal leek opvallend gesorteerd: er waren enkel grote botten, kleiner botmateriaal (zoals hand- en voetbeentjes, ribben, wervels knieschuiven, ...) was volledig afwezig. De lange botten hadden bovendien alle dezelfde oriëntatie (parallel met de weg); er lag geen enkel bot in anatomisch verband. Er werd slechts één klein schedelfragment aangetroffen, maar dat kan ook te maken hebben met de breedte van de sleuf. Het gaat niet om de begraving van een individu (daarvoor ontbreken anatomische verbanden), maar ook niet om verplaatste kerkhofgrond.
Direct ten noorden van het menselijk botmateriaal lagen dierenkrengen begraven (wel in anatomisch verband). Er kon minstens één hondenskelet herkend worden, op dezelfde diepte als en direct palend aan de menselijke botten. Het verband tussen beide is onduidelijk.
Tussen het botmateriaal werd wat aardewerk aangetroffen dat algemeen in de 16e/17e eeuw gedateerd kan worden. Het is onduidelijk of dit wat zegt over de datering van het botmateriaal.
Ondanks de moeilijke interpretatie zijn er geen aanwijzingen dat die in de richting wijzen van een recent en/of verdacht overlijden. In overleg met de politie werd het menselijk botmateriaal in het depot van het agentschap Onroerend Erfgoed in Vilvoorde gedeponeerd.
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)