Bij restauratiewerken in het Grootseminarie in Brugge werden in twee kamers die palen aan de kleine pandgang oude vloeren aangetroffen onder de bestaande vloer, opgebouwd in rode en zwarte tegeltjes van 12 op 12cm. De twee vloeren hebben elk een verschillend legverband. Vermoedelijk zijn dit de originele 17de-eeuwse vloeren, die stammen uit de abdijfase - deze vleugel was in gebruik als novicariaat en als infirmerie. Er was nergens een aansluiting met een muur bewaard, door vergravingen in de 20ste eeuw.
In de westelijke kamer was de keramieken vloer relatief gaaf bewaard, en vertoond hij een ruitvormig legpatroon. In de oostelijke kamer, grenzend aan de kapel, bevond zich centraal een gedeelte dat betegeld was met natuurstenen tegels. Deze natuurstenen tegels zijn duidelijk ingebed in en gevoegd met harde en grijze cement. Er wordt vermoed dat de originele 17de-eeuwse tegelvloer in het centrale deel beschadigd was, en dat men bij de ingrijpende restauratie in het begin van de 20ste eeuw een vlakke ondergrond voor de nieuwe vloer wilde maken. De keramieken tegels werden centraal verwijderd, maar in plaats van een chape te gieten heeft men gerecupereerde natuurstenen tegels gebruikt. De mortelsporen aan het oppervlak geven ook aan dat het om een werkvloer gaat, waarboven nadien zand werd opgebracht en een nieuwe vloer werd geplaatst. In de kapel zelf werden geen oude sporen aangetroffen.
Na archeologische registratie werd de vloer opgebroken en verwijderd.
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)