Naar aanleiding van de plaatsing van een verwarming met warmtestations vond een opgraving wetenschappelijke vraagstelling plaats.
Tijdens de opgraving zijn sporen van een oudere bouwfase aangetroffen. Het gaat om een muurrest bestaande uit drie zorgvuldig gekapte ijzer- en kalkzandstenen blokken, gelegen bij een pilaar van de middenbeuk. Deze muur wordt door de erkend archeoloog toegeschreven aan een fundering of muur van een 12de-eeuwse kerk. Er zijn geen vondsten uit deze periode aangetroffen.
Een massieve muur of fundering, opgebouwd uit kalkzandsteen, ijzerzandsteen en sporadisch kwartsiet, wordt gedateerd in de nieuwe tijd. Het gebruik van verschillende materialen wijst op recuperatie van eerder bouwmateriaal. Deze muur liep parallel aan de huidige buitenmuur en diende waarschijnlijk als fundering voor een opstaande muur die verband houdt met de verbouwingsfase van de kerk tussen 1770 en 1808. De vondsten uit deze periode zijn: post-middeleeuws aardewerk zoals Westerwald steengoed en roodbakkend aardewerk, bouwceramiek, natuursteen, pleisterkalk en ijzeren kistnagels. Daarnaast werden menselijke resten gevonden: één volledig individu begraven in een kist en verspreid over de verschillende werkputten fragmenten van minstens 25 individuen, waaronder zes kleine kinderen, zeven tieners en dertien volwassenen (waarvan zes mannelijk en vier vrouwelijk). Opvallend is dat de helft van de individuen onvolwassen is.
Uit deze periode werden twee bakstenen muren aangetroffen die in elkaars verlengde liggen en ter hoogte van de dwarsmuren van de zijbeuken. Deze muren zijn recent en worden in verband gebracht met verbouwingswerken in het begin van de 20ste eeuw.
Auteurs: Bouckaert, Kevin; Claesen, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARCHEBO bvba