Naar aanleiding van werkzaamheden aan het pand ‘hôtel Schaetzen’ gelegen aan de Repenstraat 11 te Tongeren (prov. Limburg) werd door ARON bv een archeologische opgraving (2025D92) uitgevoerd. Op 10 en 11 april 2025 werden twee werkputten aangelegd waarbij enkel werkput 1 archeologische resten bevatte en volledig onderzocht werd. Het resterende deel van het onderzoeksgebied werd niet verstoord en bleef nog in situ bewaard.
Binnen de eerder beperkte zone van ca. 40 m2 kon toch een veelheid aan sporen onderzocht worden. De oudste sporen dateerden uit de eerste helft van de 1ste eeuw en betroffen twee paalkuilen van één of twee houtbouwconstructies en een karrenspoor die allen een vroeg-Romeinse cultuurlaag doorsneden.
Het karrenspoor was een onverharde voorloper van de oost-west lopende decumanus maximus. Deze hoofdstraat doorheen de stad was het oorspronkelijke tracé van Romeinse weg tussen Keulen en Bavay. De opbouw van deze straat bestond uit een enkel baanvak met een zware fundering van ruwe silexblokken gevolgd door een pakket gerolde kiezel en moet een totale breedte hebben gehad van ca. 6 m. Afwateringsgreppels werden niet aangetroffen.
Deze oudste verhardingsfase van het stratennet wordt traditioneel gedateerd rond het midden van de 1ste eeuw. De vondst van een hondenschedel aan de onderzijde van de straatfundering, net ter hoogte van paalkuil S17, leverde een radiokoolstofdatering op die aangaf dat er een grote kans is dat de oudste straatverharding van deze decumanus maximus eerder van na de eerste stadsbrand (69 n. Chr.) dateert. Aangezien het hier slechts om één datering gaat, is bijkomend onderzoek op andere sites nodig om deze gegevens te bevestigen.
Net ten noorden van de straat werd een groot 1ste-eeuws Romeins spoor aangetroffen, mogelijk een grote kuil met vlakke bodem of een deel van een uitgebroken houten kelder die net langs de straat moet gelegen hebben. Enkel de oudste Romeinse stratigrafie was bewaard gebleven. De jongere Romeinse lagen moeten allen verstoord en vergraven zijn door de bouw en later de afbraak van het Agnetenklooster.
Naast verschillende puinlagen werd ook een zware noordwest-zuidoost georiënteerde fundering aangetroffen, met grondbogen van baksteen en Maastrichtersteen. Deze fundering lag duidelijk in het verlengde van een muur die reeds in 2005 werd geregistreerd en moet behoord hebben tot het 17de -eeuwse dormitorium van het Agnetenklooster. We kunnen dan ook duidelijk stellen dat dit dormitorium haaks aansloot op de noordgevel van de kerk.
Auteurs: Reygel, Patrick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARON bvba