Archeologisch onderzoek van 8 proefputten verspreid over het projectgebied. Er werden structuren, sporen en vopndsten aangetroffen uit de Romeinse periode, de middeleeuwen en de postmiddeleeuwen
Proefsleuf 6 bevatte goedbewaarde Romeinse bewoningssporen, waaronder 3 paalsporen die in de 1ste tot de 3de eeuw gedateerd worden. Op basis van hun ligging en vorm zijn 2 paalsporen wellicht met elkaar in verband te brengen en vormen ze samen een gebouwplattegrond (type IIB van De Clercq).
Proefput 1 is gelegen op de binnenplaats van het stadhuis en vertoonde naast relatief recente bewoningssporen een complexe stratigrafie van akker- of tuinlagen, ophogingslagen, afvalkuilen en muurrestanten die tot stand kwam tussen de 12de en de 16de eeuw. De aangetroffen sporen (bijgebouw, tuinlagen e.d.) in deze proefput wijzen op een intensief gebruik van het terrein als achtererf en dit van de huizen gelegen langs de Grote Markt.
In proefput 2 bevond zich een tuinlaag uit de 15de tot de 16de eeuw waarin tal van kuilen werden gegraven. Onder deze laag bevonden zich nog andere kuilen, paalsporen en eventuele greppels waarvan sommige sporen mogelijk reeds in de 12de eeuw en anders zeker in de 14de eeuw tot stand kwamen. Het valt tevens niet uit te sluiten dat zich hier nog oudere sporen bevinden.
Proefput 3 bevatte een uitbraakspoor dat een opeenvolging van 3 verschillende akker- of tuinlagen doorsnijdt, waardoor en waaronder tal van andere sporen zoals afvalkuilen, paalspoortjes en zelfs een greppel gegraven zijn. De jongste tuinlaag dateert wellicht in de 15de tot de eerste helft van de 16de eeuw, terwijl de oudste humusrijke horizont eerder als akkerlaag of weidegrond te interpreteren is, aangezien we op dat moment in de tijd wellicht nog buiten de stadsgrenzen zitten. De greppel is het oudste spoor van deze proefput. Deze bevat namelijk verschillende tegula fragmenten en is dus eveneens als een prestedelijk spoor te beschouwen.
Proefput 4 tussen de pupillensite en de huizen langs de Kattestraat bracht oudere, prestedelijke sporen aan het licht.
In proefput 5, eveneens tussen de Pupillensite en de huizen langs de Kattestraat, werd als oudste spoor plaatselijk een oudere A horizont (akker- of tuinlaag of weidegrond) geregistreerd. Het ontbreken van dateerbare vondsten in deze context maakt een datering ervan echter onmogelijk.
Proefput 7 aan westzijde van de binnenkoer van de Pupillensite bevatte sporen van een gebruik van deze zone in de volle en late middeleeuwen als achtererf, zoals tuinlagen, afvalkuilen e.d. Een bijzondere vondst is een gietmal van een medaillon, te dateren in de tweede helft 15de tot eerste helft 16de eeuw. Aan de voorkant is een ezel met Maria en Kind afgebeeld met de tekst “Ons Vrouw van [...] M”. Op de achterkant zijn graanhalmen te zien met daarrond de tekst “Te Liekerk in [Devoes?]”. Hiermee lijkt verwezen te worden naar de legende van O.L.Vrouw-ter-Muilen in Liedekerke.
Proefsleuf 8 bevatte sporen van achtererven van de middeleeuwse bewoning: een opeenvolging van tuinlagen, waarbinnen en waaronder een greppel, enkele (afval)kuilen en een paalspoor herkend konden worden. De beperkte en slecht bewaarde muurresten die werden aangetroffen kunnen mogelijk gelinkt worden aan de middeleeuwse bebouwing langs de Graanmarkt/Kapellestraat.P
Proefput 8 bevatte ook wat middeleeuwse sporen, waaronder tuin- of akkerlagen en kuilen, grotendeels te dateren in de 15de tot 16de eeuw. Onderaan een kuil werd een grote concentratie slachtafval aangetroffen, hoofdzakelijk kaken van runderen.
Proefput 3 bevatte een uitbraakspoor dat wellicht in verband te brengen is met de afbraak van de paardenstallen van het Hotel Van Langenhove of van de voormalige gevangenis.
Proefput 4 tussen de pupillensite en de huizen langs de Kattestraat bracht sporen van de gevangenis en Pupillenschool aan het licht.
Proefput 5 eveneens tussen de Pupillensite en de huizen langs de Kattestraat bracht enkele muurresten en een kleine beerput aan het licht die wellicht in verband te brengen zijn met de laatste bouwfasen van de Pupillenschool. Daaronder werd een complexe stratigrafie aangetroffen van kuilen, uitbraaksporen/puinkuilen en ophogingslagen. Deze kuilen en lagen lijken allen in de postmiddeleeuwen te dateren.
Proefput 7 is gelegen aan de westzijde van de binnenkoer van de Pupillensite, ter hoogte van de centrale gevangenisblok die wellicht omstreeks 1860 gesloopt is. Het onderzoek leverde bebouwingssporen uit verschillende fasen op. Het is echter niet duidelijk of deze muren allen toe te schrijven zijn aan de civiele of militaire gevangenis, of al dan niet gedeeltelijk aan de latere pupillenschool. Het is evenzeer mogelijk dat de oudste muren toebehoorden aan gebouwen die de strafrechtelijke/militaire invulling van deze plaats voorafgingen.
Bron: Klinkenborg S. & Verbeke E. 2025: Aalst Pupillensite – Oud Stadhuis. Eindrapport – 2023I348 en 2024B65, SOLVA Archeologierapport 330, Erembodegem.
Auteurs: Verbeke, Erik; Klinkenborg, Sigrid
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: SOLVA