In het kader van geplande werken langs de Paddepoeleweg werd na een bureauonderzoek een landschappelijk booronderzoek, een verkennend booronderzoek gericht op het steentijdsites, een metaaldetectieprospectie en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Door de positieve resultaten werd vervolgens overgegaan tot een vlakdekkende opgraving over een oppervlakte van ca. 2.400 m2. In het totaal werden tijdens de opgraving 66 archeologische sporen geregistreerd. De aangetroffen sporen behoren nagenoeg alle tot een vol-/laatmiddeleeuwse sporencluster geconcentreerd in het uiterste westelijke deel van het onderzoeksgebied. De onderzochte sporen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van greppelsstructuren, kuilen, paalkuilen en een waterkuil die vermoedelijk deel uitmaken van een bewoningskern. In het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werden, met uitzondering van enkele postmiddeleeuwse sporen, geen noemenswaardige archeologische sporen aangetroffen. Tijdens het onderzoek werden vier referentieprofielen aangelegd.
In het westelijke deel van het onderzoeksgebied werd plaatselijk een organische begroeiingshorizont waargenomen waarin een 20-tal fragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen werden. Ook in een spoor (S61) werden twee gelijkaardige aardewerkfragmenten gevonden. Door de combinatie van complexe vingertopindrukken, golflijnen en mogelijke twijgversieringen met het S-vormige randprofiel met een geknikte schouder, smalle hals en de gesloten vorm kunnen de aardewerkfragmenten chronotypologisch wellicht aan de Midden-Late IJzertijd worden toegewezen.
Alle aangetroffen sporen, met uitzondering van greppel S40 en 41, kunnen in verband gebracht worden met een vol tot laatmiddeleeuwse sporencluster. Hierbij zijn greppelsstructuren, kuilen, paalkuilen, een poel en een mogelijke waterkuil te onderscheiden.
Een 10-tal segmenten van in breedte variërende greppels kunnen in verband gebracht worden met een afbakening/indeling binnen de nederzetting. In de opvulling van enkele greppels werd een weinig gebruiksaardewerk aangetroffen. Het betreft enerzijds lokaal/regionaal grijsgebakken op de draaischijf vervaardigd aardewerk met zandverschraling waarvan sommige fragmenten afkomstig zijn van kogelpotten. Daarnaast werden ook enkele wandfragmenten van vroegrood aardewerk aangetroffen. Het aardewerk kan slechts algemeen in de tweede helft van de 12de tot eerste helft 13de eeuw gedateerd worden.
De aangetroffen kuilen / paalkuilen kenmerken zich door een uiteenlopende vorm en grootte. Een cluster kan mogelijk met een gedeelte van een drieschepige constructie met een min of meer oost-west oriëntatie in verband gebracht worden. In de opvulling van de kuilen en paalkuilen kwam telkens een weinig gebruiksaardewerk aan het licht dat opnieuw op basis van de schaarse techno-typologische kenmerken slechts algemeen in de volle 12de tot vroege 13de eeuw gedateerd worden.
Centraal binnen het opgravingsvlak kwam een min of meer ronde-ovale kuil aan het licht (diameter n maximaal 6m). Vermoedelijk betreft het een waterput of -kuil. De uitgevoerde coupe wees op een duidelijke trechtervormige aanlegkuil met centraal de aanzet tot een min of meer zandlopervormige putschacht waarin de schaarse resten van vlechtwerk werden aangetroffen. In de vulling werden stalen genomen voor palynologisch onderzoek. Op basis van het aangetroffen grijsgebakken gebruiksaardewerk binnen de centrale putschacht alsook in het afsluitende finale dempingspakket kan de waterput in de 13de eeuw gedateerd worden.
Ter hoogte van de zuidwestelijke rand van het onderzoeksgebied kwam een gedeelte van een min of meer rechthoekig spoor aan het licht (lengte ca. 10m - breedte ca. 3m). Op basis van de grootte, vulling en doorsnede kan het spoor mogelijk met een drenkpoel in verband gebracht worden. In de opvulling van de poel werden geen archeologische vondsten aangetroffen.
Sommige sporen en vondsten die in de volle middeleeuwen gedateerd worden kunnen nog doorlopen tot het begin van de late middeleeuwen.
Auteurs: Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)